2008/31 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
K. Scharrenberg en de hoofdredacteur van Panorama
 
Bij brief van 13 mei 2008 met een bijlage heeft mr. A.S. van der Biezen, advocaat te ’s‑Hertogenbosch, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen K. Scharrenberg en de hoofdredacteur van Panorama (hierna: verweerders). Hierop heeft  mw. M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers, namens verweerders geantwoord in een brief van 10 juni 2008.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 juni 2008, waar namens klager mr. Y. Quint is verschenen. Van de zijde van verweerders is F. Lomans, hoofdredacteur van Panorama, verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 5 maart 2008 is in Panorama een artikel van de hand van Scharrenberg verschenen onder de kop “Een verkeerd moment: zeven doden”, waarvan de intro luidt:
“Het is waarschijnlijk de bizarste moordpartij uit de vaderlandse geschiedenis. Vier moorden, een moord, een zelfmoord en nog een moord, in zes jaar tijd – en allemaal met elkaar verbonden. Op 10 maart wordt het laatste ‘losse’ eindje in deze zaak ook vastgeknoopt; dan is de uitspraak in hoger beroep tegen de laatste, nog levende en/of vrij rond lopende verdachte.”
Klager is in het artikel genoemd en in verband gebracht met de tweede besproken moord.
 
Vervolgens is op 11 juni 2008 in Panorama een artikel verschenen onder de kop “Totaal onschuldig, wel gebrandmerkt: (X)”, waarin onder meer het volgende is vermeld:
“Overduidelijk onschuldig, veroordeeld, later terecht weer vrijgesproken maar dan toch gebrandmerkt. (X) was op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats. Meer niet.”
Het artikel, waarin wordt verwezen naar de publicatie van 5 maart 2008, eindigt als volgt:
“Dan blijkt dat ten onrechte de naam van (X) in dit artikel weer wordt genoemd en dat abusievelijk door Panorama vergeten wordt te vermelden dat hij in hoger beroep is vrijgesproken van enige betrokkenheid bij de ‘Bossche Cafémoord’. Zo blijkt dat (X) nog steeds te maken heeft met de gevolgen van de onterechte veroordeling en dat hij daar regelmatig groot nadeel van ondervindt. Het extreemst mogelijke voorbeeld van ‘wrong place, wrong time’ dus.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat in het artikel van 5 maart 2008 ten onrechte zijn volledige naam is vermeld. Volgens hem is hij aldus onnodig uit de anonimiteit gehaald. Klager wijst in dit kader onder meer op de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek van 23 april 2008 (RvdJ 2008/17) in een vergelijkbare kwestie. In die zaak oordeelde de Raad dat met het noemen van de volledige naam geen maatschappelijk belang was gediend dat bovendien zwaarder zou wegen dan het individuele belang van klaagster in die zaak. Volgens klager geldt dit uitgangspunt ook voor zijn geval. Evident is dat met het weglaten van de volledige naam geen onaanvaardbare onduidelijkheid zou ontstaan voor de lezer, aldus klager. Hij wijst erop dat uit niets een zorgvuldige afweging van de betrokken belangen blijkt, terwijl die extra zorgvuldigheid juist gelet op het onderwerp van het artikel wel is geboden. Daarbij benadrukt klager dat hij integraal is vrijgesproken, hetgeen niet in het artikel is vermeld.
Met betrekking tot het artikel van 11 juni 2008, waarin alsnog is vermeld dat hij geenszins bij de moord betrokken is geweest, merkt klager op dat dit onverlet laat dat verweerders reeds bij het schrijven van het artikel van 5 maart 2008 zorgvuldig onderzoek hadden moeten doen. Bovendien heeft klager nooit om een rectificatie gevraagd. Met het artikel van 11 juni 2008 is de zaak weer onder de aandacht gebracht, terwijl klager juist verder wil met zijn leven. In dit kader wijst klager er ook op dat de schade als gevolg van dit artikel niet beperkt is gebleven en al veel effecten in zijn leven teweeg heeft gebracht.
Al met al is klager van mening dat niet kan worden gesproken van een redelijke verhouding tussen de inbreuk op zijn privacy en het doel van de publicatie. Hij concludeert dat sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn privéleven.
 
Verweerders stellen dat in het artikel van 5 maart 2008 abusievelijk is vergeten te vermelden dat klager is vrijgesproken van enige betrokkenheid bij de in het artikel aangehaalde moord. Volgens verweerders zou het noemen van de volledige naam van klager geoorloofd zijn geweest indien dit feit wel was vermeld, omdat klager dan geen veroordeelde of verdachte meer is. Het anonimiseren van de naam van klager zou in dat geval juist stigmatiserend en criminaliserend zijn, aldus verweerders. Overigens merken verweerders op dat de oplettende lezer uit het artikel kan halen dat klager uiteindelijk niets met de moord te maken heeft.
Verweerders merken verder op dat Panorama na de uitspraak van de Raad van 23 april 2008 (RvdJ 2008/17) haar beleid heeft aangepast en vanaf die datum over het algemeen verdachten en veroordeelden met initialen in de publicaties weergeeft. Zij achten het niet opportuun die beslissing van de Raad van toepassing te verklaren op een artikel dat dateert van vóór die uitspraak.
Verder stellen verweerders dat na plaatsing van het artikel de vriendin van klager contact met de redactie heeft opgenomen en heeft gemeld dat klager inmiddels is vrijgesproken. De redactie heeft daarop haar excuses gemaakt en aangeboden in het eerst volgende nummer een rectificatie te plaatsen om daarmee een en ander recht te zetten. Bovendien heeft de redactie aangeboden een artikel te plaatsen teneinde klager van iedere blaam te zuiveren. De vriendin van klager zou terug komen op dit aanbod, maar na een aantal dagen bleek dat de zaak in handen was gegeven van de advocaat van klager.
Verweerders vragen zich af waarom het plaatsen van een rectificatie van de hand is gewezen, terwijl dat – ook naar de mening van rechters – de beste journalistieke manier is om iemands naam te zuiveren.
Aangezien verweerders nog steeds van mening waren dat de fout in het artikel van 5 maart 2008 diende te worden hersteld, hebben zij alsnog op 11 juni 2008 een rectificatie geplaatst. Volgens verweerders is daarmee de fout hersteld en is de schade voor klager beperkt gebleven.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
In de klacht wordt gesteld dat de privacy van klager door het vermelden van zijn volledige naam onevenredig is aangetast.
 
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/82)
 
Naar het oordeel van de Raad is in dit geval niet gebleken dat met de vermelding van de naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had ook anoniem kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Niet is gebleken dat door het weglaten van klagers volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de lezer zou zijn ontstaan.
 
Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van zijn privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend.
 
De Raad komt derhalve tot de conclusie dat de vermelding van klagers naam in het artikel van 5 maart 2008 een ongerechtvaardigde aantasting vormt van klagers privéleven. Verweerders zijn dan ook terecht overgegaan tot het plaatsen van een rectificatie. In dit geval moet bijgevolg worden beoordeeld of sprake is van een deugdelijke rectificatie waardoor de onzorgvuldigheid in voldoende mate is hersteld.
 
De journalist van wie blijkt dat hij onjuist dan wel op een wezenlijk punt onvolledig heeft bericht, gaat – zo mogelijk op eigen initiatief – op zo kort mogelijke termijn over tot een passende en ruimhartige rechtzetting, die ondubbelzinnig duidelijk maakt dat de berichtgeving in de te rectificeren publicatie of uitzending niet juist was. (zie punt 6. van de Leidraad)
 
In het artikel van 11 juni 2008 is alsnog duidelijk vermeld dat klager is vrijgesproken voor de in de publicatie van 5 maart 2008 aangehaalde moord. Dat laat echter onverlet dat op onevenredige wijze inbreuk is gemaakt op klagers privacy en dat verweerders zich – vanwege hun eerdere onzorgvuldige berichtgeving – genoodzaakt zagen opnieuw over klager te berichten, terwijl klager juist in het geheel geen publiciteit wenste.
 
Hoewel aannemelijk is dat de royale publicatie van 11 juni 2008 de schade voor klager enigszins heeft kunnen beperken, heeft die publicatie de nadelen die klager van het artikel van 5 maart 2008 moet hebben ondervonden, echter niet voldoende kunnen herstellen. (vgl. onder meer: RvdJ 2004/55)
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders aldus grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Panorama te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 juli 2008 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, drs. C.M. Buijs, mw. A.C. Diamand, en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.