2008/30 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
F. Delo 
 
tegen
 
de hoofdredacteuren van Trouw, Het Parool, NRC Handelsblad en de Volkskrant
 
Bij brief van 2 april 2008 met diverse bijlagen heeft F. Delo (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteuren van Trouw, Het Parool, NRC Handelsblad en de Volkskrant (hierna: verweerders). Vervolgens heeft klager bij e-mailberichten van 21 april 2008 nog diverse bijlagen overgelegd en zijn klacht nader toegelicht in een brief van diezelfde datum met diverse bijlagen.
W. Schoonen, hoofdredacteur van Trouw, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 6 mei 2008. A. de Lange, adjunct-hoofdredacteur van Het Parool, heeft in een e-mailbericht van 6 mei 2008 aan de Raad laten weten dat hij niet inhoudelijk op de klacht zou reageren. H. Steketee, adjunct-hoofdredacteur van NRC Handelsblad, heeft op de klacht gereageerd bij brief van 13 mei 2008. En A. Elshout, adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, heeft in een e-mailbericht van 16 mei 2008 op de klacht geantwoord.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 juni 2008 in aanwezigheid van klager, die zijn standpunt heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 28 maart 2008 is in Trouw een artikel verschenen onder de kop “Farmaceuten sponsoren tv-programma’s”. In dezelfde editie van Trouw is een artikel opgenomen onder de kop “De felle lobby”. In Trouw van 2 april 2008 zijn voorts artikelen verschenen onder de koppen “‘Inenting zinvol voor meisjes van twaalf jaar’” en “Vaccin is nog geen garantie tegen kanker”. Ten slotte zijn op 19 april 2008 in Trouw twee artikelen geplaatst onder de koppen “Meisjes mee laten praten over ‘maagdenprik’” en “Maagdenprik vereist subtiliteit”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij op 6 maart 2008 aan verweerders een aantal artikelen heeft toegezonden waaronder het artikel “Agenda 21 van de Verenigde Naties” uit het magazine Frontier. In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op de gevolgen van vaccinaties, in het bijzonder ook op de gevolgen van Gardasil Cervarix. In Trouw zijn vervolgens twee artikelen over dit middel verschenen. Volgens klager wekken beide artikelen de indruk van een kritische journalistieke insteek, maar is niets minder waar. Klager stelt dat de gegevens die inmiddels over dit middel beschikbaar zijn, zich opstapelen en meer dan schokkend zijn te noemen. Stelselmatig wordt deze informatie evenwel buiten de media gehouden, aldus klager. Volgens klager reiken de lange armen van de farmaceutische industrie ver en worden artsen die gedegen onderzoek hebben gedaan naar de effecten van vaccinaties gedwarsboomd en gesaboteerd. Ook in de artikelen van 2 april 2008 wordt geen enkele melding gemaakt van de schokkende en soms dodelijke bijwerkingen die sinds de introductie van het middel hebben plaatsgevonden.
Ter zitting heeft klager te kennen gegeven dat hij zich bewust is van de vrijheid van journalisten om te kiezen waarover wordt gepubliceerd. Verweerders behoefden de door hem toegezonden artikelen dan ook niet integraal over te nemen en te publiceren. Maar klager acht van belang dat indien voor een onderwerp gekozen wordt, daarover dan ook volledig wordt gepubliceerd. Het gaat er volgens klager om dat hij als burger, die zich een mening wil vormen, afhankelijk is van wat hem ter beschikking wordt gesteld. En daar gaat in de pers heel wat mis, want de informatie over gezondheidszorg en economie is tendentieus en laat geen ruimte voor fundamentele andere inzichten, aldus klager. Volgens hem nemen veel kranten de door bedrijven opgestelde onderzoeken integraal over en publiceren zij op die manier ook de leugens die in de als wetenschappelijk gepresenteerde onderzoeken zijn opgenomen. Op die manier faalt de krant als voorlichter naar de burger, aldus klager.
Klager voert aan dat hij zich als belastingbetaler, burger, vakbondslid, maar zeker ook als vader direct betrokken voelt bij de schadelijke effecten van deze tendentieuze journalistiek. Daarbij wijst hij erop dat zijn dochter naar alle waarschijnlijkheid door toedoen van vaccinaties grote onherstelbare schade heeft opgelopen. Ter zitting heeft klager naar voren gebracht dat hij misschien vaccinaties achterwege had gelaten, indien in de media volledig zou zijn gepubliceerd over de gevolgen van vaccinaties. Volgens klager laten veel kranten na om ook de keerzijde te vermelden. Dit klemt te meer nu het om fundamentele vraagstukken gaat, aldus klager.
 
De hoofdredacteuren van Trouw en NRC Handelsblad hebben gesteld dat klager niet-ontvankelijk moet worden geacht in zijn klacht. De hoofdredacteur van Trouw heeft verder ten aanzien van de publicaties in Trouw aangevoerd dat alle relevante bronnen zijn geraadpleegd en alle betrokkenen de gelegenheid tot wederhoor is geboden. Hoewel er discussie is over de inhoud en strekking van de artikelen, zijn van de direct betrokkenen geen klachten ontvangen over de journalistieke handelwijze. De hoofdredacteur van NRC Handelsblad heeft verder gesteld dat volgens de Leidraad van de Raad de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Door de hoofdredacteur van de Volkskrant is gemeld dat klager zijn stukken heeft gezonden naar een e-mailadres dat door de Volkskrant niet in gebruik is.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
 
Ter zitting heeft klager uitdrukkelijk verklaard dat zijn klacht geen betrekking heeft op het niet-publiceren van door hem ingezonden stukken. Uit de door klager ter zitting gegeven toelichting blijkt dat de artikelen in Trouw van 28 maart, 2 april en 19 april 2008 voor klager aanleiding zijn geweest de onderhavige klacht in te dienen. Klager ziet die publicaties als voorbeeld van de eenzijdige wijze waarop media in algemene zin – waaronder ook Het Parool, NRC Handelsblad en de Volkskrant – publiceren over vaccinaties.
Deze klacht is van een dermate algemeen karakter dat niet kan worden gezegd dat deze betrekking heeft op een direct betrokken belang van klager. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat het belang van klager direct betrokken is bij de handelwijze van verweerders en hij door die handelwijze persoonlijk in zijn belang is geraakt. Dat klager wellicht vaccinaties bij zijn dochter achterwege had gelaten, indien in de media anders over vaccinaties zou zijn bericht, is daarvoor onvoldoende. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/19)
 
Gelet op artikel 2, eerste lid van het Reglement kan klager dan ook niet worden ontvangen in zijn klacht.
 
BESLISSING
 
Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 juli 2008 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, prof. dr. M.J. Broersma, drs. C.M. Buijs, mw. A.C. Diamand, en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.