2008/3 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden en de hoofdredacteur van de Stentor
 
Bij brief van 4 november 2007 met drie bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden en de hoofdredacteur van de Stentor. Hierop heeft A. Engbers, hoofdredacteur van de Stentor, geantwoord in een brief van 26 november 2007 met een bijlage. P. Sijpersma, hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 30 november 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 december 2007. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 27 september 2007 is in het Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “Gebrek aan moederliefde dreef 'tamponman' het vuilnis in”. In het artikel wordt aandacht besteed aan een strafzaak tegen klager. In het artikel wordt onder meer vermeld:
“De nu 41-jarige man eiste jarenlang op zondag vuilniszakken op door bij studentenhuizen aan te bellen of briefjes te bezorgen. (…) Studentes begonnen zich onbehaaglijk te voelen toen er in de lokale en landelijke media verhalen verschenen over de vermeende seksuele voorkeur van de man voor gebruikt maandverband.
Tijdens de rechtszaak bleek echter al snel dat de geruchten over een maniakale tamponsnuffelaar niet kloppen. Zowel de rechter als de officier van justitie distantieerden zich hiervan op basis van het strafdossier.”
 
Op 28 september 2007 is onder de zelfde kop in de Stentor een nagenoeg gelijkluidend artikel verschenen, waarin tevens de hiervoor geciteerde passage voorkomt.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij in de artikelen ten onrechte wordt aangeduid als ‘tamponman’. Hij stond terecht voor het stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van anderen. De media en de politie hebben hem ten onrechte als ‘tamponmaniak’ bestempeld. Volgens klager is hij daarmee voor schut gezet, hetgeen te meer klemt nu de beschuldiging niet blijkt te kloppen en zowel de rechter als de officier van justitie zich daarvan hebben gedistantieerd tijdens de zitting. Volgens klager hebben verweerders zich met de gewraakte publicaties schuldig gemaakt aan verblindende sensatiezucht van de media.
Klager betoogt dat hij door deze berichtgeving een deuk heeft opgelopen in zijn privéleven, die niet meer in verhouding staat tot het feit waarvoor hij terecht moest staan. Klager wenst dat zijn naam niet langer wordt verbonden aan de term ‘tamponman’.
 
Sijpersma, hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, stelt dat hij van het proces tegen klager een regulier verslag heeft gepubliceerd. De juistheid van dit verslag wordt niet door klager betwist. In het artikel is bovendien vermeld dat ter zitting is gebleken dat de aanduiding van klager als ‘tamponman’ ten onrechte gemeengoed is geworden. Klager kan daar alleen maar tevreden over zijn. Overigens is de aanduiding tussen aanhalingstekens geplaatst.
Sijpersma wijst verder op de grote hoeveelheid publicaties die eerder over het gedrag van klager is verschenen. Welk medium de aanduiding ‘tamponman’ het eerst heeft gebezigd, is niet te achterhalen. In elk geval heeft de term een brede verspreiding gekregen die niet slechts het Dagblad van het Noorden te verwijten valt. Die brede verspreiding rechtvaardigt het gebruik van de term, als verwijzing naar een algemeen heersend beeld dat tot aan de zitting opgeld heeft gedaan. Ter zitting is komen vast te staan dat klager die reputatie onterecht is gaan aankleven. Zonder gebruik van de term was het echter praktisch onmogelijk geweest een en ander recht te zetten, aldus Sijpersma.
Hij acht het gebruik van de term ‘tamponman’ dan ook gerechtvaardigd. Tot slot benadrukt hij dat nergens in de publicatie de volledige naam van klager is vermeld. Klagers privacy is dan ook met de gebruikelijke zorgvuldigheid gerespecteerd.
 
Engbers, hoofdredacteur van de Stentor, stelt voorop dat hij het verhaal heeft overgenomen van het Dagblad van het Noorden. Het gaat over klager, die in 2006 als de tamponman landelijk de pers haalde. Tijdens de behandeling van de rechtszaak op 27 september 2007 is duidelijk geworden dat klager geen maniakale tamponsnuffelaar is. Klager is wél veroordeeld voor het stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van anderen. Volgens de rechtbank is klager door zijn bizarre gedrag medeverantwoordelijk voor de ontstane geruchten, aldus Engbers.
Hij betoogt dat een en ander kort en bondig in de publicatie is vervat. Slechts de feiten, zoals die in de rechtszaak ter tafel zijn gekomen, zijn weergegeven.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat verweerders klager ten onrechte hebben aangeduid als ‘tamponman’.
 
De Raad stelt voorop dat het tot de taak van de journalist behoort om het publiek te informeren over vraagstukken van algemeen belang. De verslaggeving van strafzaken geldt als zo een onderwerp van algemeen belang.
 
Dat neemt niet weg dat de journalist de privacy van personen niet verder behoort aan te tasten dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek) Deze situatie doet zich hier echter niet voor.
 
Verweerders hebben onbetwist gesteld dat vóór de terechtzitting van 27 september 2007 in veel andere publicaties is bericht over de strafzaak tegen klager, waarbij klager is aangeduid als ‘tamponman’. De gedragingen van klager, die tot die publicaties hebben geleid, waren onderwerp van de terechtzitting waarover in de gewraakte artikelen verslag is gedaan. Die artikelen bevatten een feitelijk verslag van de terechtzitting, waarbij tevens is vermeld dat de aanduiding ‘tamponman’ – die in de publicaties bovendien tussen aanhalingstekens is geplaatst – onjuist bleek te zijn. Het gebruik van die aanduiding was in dit geval dan ook journalistiek relevant. Voorts is van belang dat klagers naam niet in de gewraakte artikelen is vermeld.
 
Onder deze omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat verweerders met het gebruik van de aanduiding ‘tamponman’ grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is. (vgl. RvdJ 2005/65)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Dagblad van het Noorden en de Stentor te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 25 januari 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, drs. G.T.M. Driehuis en mw. drs. M.G.N. Mathot, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.
 
Raadslid mr. J. Olde Kalter heeft aan de behandeling van en beraadslaging over deze zaak deelgenomen, maar is helaas vóór de vaststelling van de uitspraak overleden.