2008/28 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
H. Beunder 
 
tegen
 
de hoofdredacteur van NOS Nieuws
 
Bij brief van 29 maart 2008 met zeven bijlagen heeft H. Beunder te Zandvoort (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NOS Nieuws (hierna: verweerder). Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 7 april 2008 meegedeeld dat de Raad zal beoordelen of klager ontvankelijk is in zijn klacht, alvorens de klacht definitief in behandeling te kunnen nemen. Klager heeft daarop gereageerd in een schrijven van 12 april 2008. H. Laroes, hoofdredacteur NOS Nieuws, heeft ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager gereageerd in een brief van 8 mei 2008.
 
Ter zitting van 23 mei 2008 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klager beoordeeld buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 20 oktober 2007 is in een televisie-uitzending van de NOS aandacht besteed aan de doop van prinses Ariane (hierna: de uitzending).
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerder het geluid van de uitzending heeft gemanipuleerd en daardoor op onjuiste wijze aandacht heeft besteed aan een demonstratie, die werd gehouden vanwege de aanwezigheid van Jorge Zorreguieta. Volgens klager is sprake van een zware omissie in een uitzending die met belastinggeld is betaald. Dit raakt het Nederlandse volk, dus ook klager persoonlijk. Klager voelt zich dan ook als persoon direct betrokken en persoonlijk geschaad.
 
Verweerder stelt dat klager geen rechtstreeks belang heeft bij de gewraakte televisie-uitzending en daarom niet-ontvankelijk is in zijn klacht. Het belangrijkste kenmerk van de NOS-programma’s is dat ze actueel, objectief, betrouwbaar, onafhankelijk en vrijwel altijd rechtstreeks zijn. De gewraakte uitzending voldoet aan deze kenmerken en van een verdraaiing van de werkelijkheid in de berichtgeving is dan ook geen sprake, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
Klager heeft hiertoe aangevoerd dat hij een rechtstreeks belang heeft bij een oordeel van de Raad, omdat hij kritiek heeft op een uitzending van een publieke omroep, die uit de algemene middelen is betaald. Anders dan klager meent, maakt dit hem niet tot rechtstreeks belanghebbende in de zin als hiervoor is bedoeld. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat het belang van klager direct betrokken is bij de gewraakte publicatie. Klager is derhalve niet-ontvankelijk in zijn klacht. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/62 en RvdJ 2004/68)
 
BESLISSING
 
Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van de NOS en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 14 juli 2008 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, drs. G.T.M. Driehuis, drs. L.W. Verhagen en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.