2008/22 deels gegrond niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de Stichting Welzijn Twenterand
 
tegen
 
A. Holterman en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia
 
Bij brief van 5 maart 2008 met vier bijlagen heeft A. De Bruijn-Vente, bestuursvoorzitter, namens de Stichting Welzijn Twenterand te Vroomshoop (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen H. Klein Elhorst en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna: verweerders). Hierop heeft G. Dijkstra, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 31 maart 2008 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 april 2008. Namens klaagster zijn daar M.J.A. Elzinga, directeur, J.A. Riezebos, voormalig a.i. directeur, en voornoemde Bruijn-Vente verschenen. Aan de zijde van verweerders is voornoemde Klein Elhorst verschenen, alsmede A. Holterman, journalist, en A. te Velthuis, lezersredacteur. Ter zitting hebben partijen nog nadere stukken overgelegd.
 
DE FEITEN
 
Op 25 februari 2008 is op de website van De Twentsche Courant Tubantia www.tctubantia.nl een artikel verschenen onder de kop “Vragen over uren Welzijn”. In dit artikel staan onder meer de volgende passages:
“De stichting Welzijn Twenterand komt de urencontracten niet na. Die beschuldiging uit de fractie Gemeentebelangen Twenterand. Raadslid W. Roozeboom heeft er het college vragen over gesteld. Interim-directeur J. Riezebos heeft onlangs een presentatie gehouden over het nieuwe beleid van de stichting.”
en
“Naar aanleiding van de presentatie stelt Roozeboom dat er ‘grove telfouten’ zitten in de urentabel over de afgelopen twee jaar. Dat betekent, aldus Roozeboom, dat ‘het totaal aantal produktieve uren die SWT had moeten maken, niet in verhouding staat tot de gemeentelijke subsidies.’”
De slotzin van het artikel luidt:
“Interim-directeur Riezebos die binnenkort wordt opgevolgd door de huidige beleidsmedewerker M. Elzinga, wil geen commentaar geven.”
 
Vervolgens is op 26 februari 2008 in De Twentsche Courant Tubantia en op haar website een artikel verschenen onder de kop “Stichting Welzijn ‘maakt telfouten’”, in de krant gevolgd door de subkop “Beschuldigingen van Gemeentebelangen aan adres Welzijn Twenterand”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De fractie Gemeentebelangen Twenterand beschuldigt Welzijn Twenterand ervan de urencontracten niet na te komen. Raadslid W. Roozeboom heeft er het college van B en W vragen over gesteld.”
en
“Interim-directeur Riezebos die binnenkort wordt opgevolgd door de huidige beleidsmedewerker M. Elzinga, wil niet reageren op de beschuldigingen van raadslid Roozeboom.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat de gewraakte artikelen onjuistheden bevatten, die haar in haar reputatie schaden. Zo vermelden de artikelen dat uit een brief van de fractie Gemeentebelangen Twenterand aan het college van burgemeester en wethouders zou blijken dat vragen zijn gesteld over de urencontracten. In deze brief zijn echter enkel vragen gesteld over de productafspraken, hetgeen iets anders is. Voorts wordt in de artikelen en in de kop van het tweede artikel ten onrechte de suggestie gewekt dat klaagster schuldig is aan het maken van grove telfouten in de urentabel over de afgelopen twee jaar. Klaagster wijst er op dat de fractie Gemeentebelangen Twenterand haar daar niet van heeft beschuldigd. In de brief van die fractie aan het college van burgemeester en wethouders wordt juist de vraag gesteld: “Bent u met mij van mening dat de gemeente verantwoordelijk is voor de grove telfouten in een zogenaamde ‘urentabel’?” Klaagster neemt verweerders deze onjuiste en tendentieuze berichtgeving zeer kwalijk, temeer nu verweerders nooit contact met haar hebben gezocht. Ten onrechte wordt in de artikelen de indruk gewekt dat wederhoor wel heeft plaatsgevonden. Voorts vraagt klaagster zich af waarom hetzelfde artikel twee keer op de website is geplaatst en een keer in de gedrukte versie.
Ter zitting deelt Riezebos desgevraagd mee dat hij voorafgaand aan de publicaties telefonisch is benaderd door Holterman. Omdat hun verstandhouding vanwege eerdere publicaties was verstoord en hij in januari 2008 een e-mail ter zake aan Holterman had gestuurd, heeft Riezebos aan Holterman laten weten dat hij eerst over die kwestie wilde praten. Bovendien heeft hij Holterman meegedeeld dat hij de inhoud van de door Roozeboom gestelde vragen niet kende. Verder heeft Elzinga voorafgaand aan de publicatie van 26 februari 2008 gesproken met Van Raaij, chef van de Almelose stadsredactie. Elzinga wilde echter niet dat zijn opmerkingen zouden worden verwerkt als reactie van de Stichting, omdat hij op dat moment nog niet namens de Stichting kon spreken.
Verder wijst klaagster op 18 artikelen van de hand van Klein Elhorst die in oktober 2006 in De Twentsche Courant Tubantia zijn verschenen. Deze artikelen betroffen het vertrek van de toenmalige directeur van klaagster en twee bestuursleden en de gevolgen daarvan. Ook toen heeft de journalist vrijwel steeds nagelaten wederhoor toe te passen. De zeer eenzijdige en tendentieuze berichtgeving heeft er indertijd toe geleid dat er een hetze is ontstaan tegen het overgebleven bestuur van de Stichting Welzijn Twenterand, aldus klaagster. Klaagster benadrukt dat zij tot op de dag van vandaag negatieve gevolgen ondervindt van die berichtgeving. Klaagster heeft destijds ter zake van die berichtgeving geen klacht ingediend, onder meer omdat de advocaten in de slag waren over het opstellen van een verklaring, waarbij de voormalig directeur een deel van zijn uitlatingen introk.
Ten slotte deelt Elzinga ter zitting desgevraagd mee dat de klacht ter zake van de publicaties van 25 en 26 februari 2008 mede is gericht tegen Klein Elhorst, omdat hij bij De Twentsche Courant Tubantia telefonisch heeft nagevraagd wie de gewraakte artikelen heeft geschreven. Hem is toen meegedeeld dat dat Klein Elhorst zou zijn geweest.
 
Verweerders stellen voorop dat klaagster er abusievelijk van uit gaat dat de gewraakte berichten van 25 en 26 februari 2008 van de hand van Klein Elhorst zijn. Nu deze artikelen door Holterman zijn geschreven, menen verweerders dat de klacht tegen Klein Elhorst niet‑ontvankelijk verklaard dient te worden. Ter zitting wordt beaamd dat abusievelijk aan Elzinga is meegedeeld dat Klein Elhorst de auteur van de gewraakte artikelen zou zijn geweest.
Voorts stellen verweerders dat het hun maatschappelijke taak is om klaagster kritisch te volgen. Klaagster werkt met gemeenschapsgeld en is regelmatig onderwerp van bespreking in de gemeenteraad van Twenterand. Verweerders beamen dat het contact tussen klaagster en verweerders bij vlagen gespannen is. In het verleden heeft daarover tussen partijen reeds een gesprek plaats gehad.
Ten aanzien van de gewraakte artikelen van 25 en 26 februari 2008 stellen verweerders dat de berichtgeving is gebaseerd op vragen die Roozeboom, lid van de fractie Gemeentebelangen Twenterand, in de gemeenteraad heeft gesteld aan het college van burgemeester en wethouders. Nadat de vragen waren binnengekomen heeft Holterman hierover voorafgaand aan de publicatie van 25 februari 2008 contact gezocht met Riezebos. Hoewel het telefoongesprek in een minder gemoedelijke sfeer heeft plaatsgehad, is het gesprek in alle rust beëindigd met de mededeling van Riezebos dat hij geen commentaar wilde geven. Feit is dat Riezebos weigerde een inhoudelijke reactie te geven op de vragen van Roozeboom. Dit is opgenomen in de gewraakte berichtgeving.
Bovendien heeft op 25 februari 2008 telefonisch contact plaatsgehad tussen Elzinga en de chef van de Almelose stadsredactie, L. van Raaij. Van Raaij heeft in dat gesprek aangeboden opmerkingen van Elzinga – als reactie van de Stichting – te verwerken in de publicatie van 26 februari 2008. Elzinga heeft toen laten weten dat niet op prijs te stellen. Verweerders zijn dan ook van mening dat zij voldoende wederhoor hebben toegepast.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
voor zover de klacht is gericht tegen berichtgeving uit oktober 2006
 
Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet‑ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.
Vaststaat dat de klacht met betrekking tot de berichtgeving van oktober 2006 niet binnen zes maanden na de gewraakte publicatie bij de Raad is binnengekomen.
 
Naar het oordeel van de Raad kunnen de door klaagster aangevoerde omstandigheden niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar doen zijn.
 
Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat uit de door klaagster overgelegde stukken blijkt dat zij zich na de berichtgeving van oktober 2006 tot verweerders heeft gewend en haar bezwaren heeft kenbaar gemaakt. Partijen hebben toen gesprekken gevoerd, waarmee de kwestie destijds was afgehandeld.
Klaagster heeft voorts onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het haar redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen dat zij de klacht niet binnen de termijn heeft ingediend. Klaagster moet dan ook in zoverre in haar klacht niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat nu opnieuw berichten over klaagster zijn verschenen waartegen zij bezwaar maakt, doet daaraan niet af (vgl. onder meer: RvdJ 2008/4).
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
voor zover gericht tegen de berichtgeving van 25 en 26 februari 2008
 
De Raad stelt voorop dat klaagster haar klacht heeft gericht tegen schrijver/journalist H. Klein Elhorst en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia. Ter zitting is gebleken dat L. van Raaij, chef van de redactie Almelo, abusievelijk aan klaagster heeft doorgegeven dat Klein Elhorst de schrijver zou zijn geweest van de gewraakte artikelen, terwijl dat A. Holterman is geweest. Nu klaagster kennelijk haar klacht in heeft willen dienen tegen de auteur van de gewraakte artikelen en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia, vat de Raad de klacht zo op dat deze niet is gericht tegen H. Klein Elhorst maar tegen A. Holterman (en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia). Holterman is hierdoor niet geschaad in zijn processuele mogelijkheden verweer te voeren, nu het door de adjunct-hoofdredacteur ingediende verweerschrift ook ingaat op de positie van Holterman, en hij ook zelf ter zitting aanwezig was en uitgebreid op de klachten heeft kunnen reageren.
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. er is sprake van onjuiste en tendentieuze berichtgeving;
  2. ten onrechte heeft geen wederhoor plaatsgevonden.
Ad 1.
Naar het oordeel van de Raad behoeft een journalist geen toestemming voor of instemming met een publicatie te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient de journalist het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad (zie punt 1.3. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
 
Verder dient de journalist bij het publiceren van beschuldigingen te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. De journalist past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen (zie punt 2.3.1. van de Leidraad).
 
Naar het oordeel van de Raad laat de berichtgeving – door de hiervoor onder De Feiten geciteerde passages uit beide artikelen en door de kop van het artikel van 26 februari 2008 – de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat klaagster zich schuldig heeft gemaakt aan ‘grove telfouten’ en dat zij door de fractie Gemeentebelangen Twenterand ervan wordt ‘beschuldigd’ urencontracten met de gemeente niet na te komen.
Aldus is sprake van een diskwalificatie van klaagster, die haar imago en integriteit in aanzienlijke mate aantast.
 
Een deugdelijke grondslag voor die diskwalificatie ontbreekt echter. De diskwalificatie vindt geen steun in de in de berichtgeving genoemde feiten. Zo vermelden de artikelen dat uit een brief van de fractie Gemeentebelangen aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Twenterand blijkt dat die fractie klaagster ervan ‘beschuldigt’ urencontracten niet na te komen. De desbetreffende brief bevat echter schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders naar aanleiding van een presentatie van klaagster over haar toekomststrategie en beleid. De fractie Gemeentebelangen Twenterand spreekt in die brief geen beschuldigingen uit over het niet-nakomen van urencontracten, maar vraagt of het klopt dat klaagster de productafspraken met de gemeente de afgelopen 2 jaar niet volledig is nagekomen. En met betrekking tot de telfouten luidt de tweede vraag van de fractie Gemeentebelangen Twenterand in werkelijkheid: “Bent u met mij van mening dat de gemeente verantwoordelijk is voor de grove telfouten in een zogenaamd ‘urentabel’?”
Gelet op de aard van de beschuldiging had het in de rede gelegen als verweerders evenwichtiger en meer genuanceerd over deze kwestie hadden bericht. Zo hadden zij bijvoorbeeld in de kop van het krantenartikel niet de suggestie moeten wekken dat klaagster ervan wordt beschuldigd dat zij ‘telfouten maakt’.
 
Op dit punt hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 2.
Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, blijkt dat voorafgaand aan de publicatie van 25 februari 2008 telefonisch contact heeft plaatsgehad tussen Riezebos en Holterman. Voorts heeft op 25 februari 2008 telefonisch contact plaatsgehad tussen Elzinga en Van Raaij, in welk gesprek Elzinga is aangeboden zijn reactie in de publicatie van 26 februari 2008 te verwerken.
Riezebos heeft kennelijk niet inhoudelijk willen reageren en Elzinga stelde kennelijk geen prijs op het opnemen van zijn reactie als zijnde de reactie van klaagster. De Raad is van mening dat aldus namens klaagster niet voldoende adequaat gebruik is gemaakt van de geboden gelegenheid tot wederhoor. Dit kan verweerders echter niet worden verweten. Dat zij dit in de artikelen hebben verwoord als ‘Riezebos wil geen commentaar geven’ en ‘Riezebos wil niet reageren op de beschuldigingen van Roozeboom’ is – gelet op de gang van zaken – wellicht wat ongenuanceerd, maar niet journalistiek ontoelaatbaar. Dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond (vgl. onder meer: RvdJ 2007/60).
 
BESLISSING
 
De klacht gericht tegen de artikelen van 25 en 26 februari 2008 is gegrond voor zover deze onjuiste en tendentieuze berichtgeving betreft, en ongegrond voor zover betrekking hebbend op de toepassing van wederhoor. Ter zake van de berichtgeving van oktober 2006 is klaagster in haar klacht niet-ontvankelijk.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Twentsche Courant Tubantia te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 mei 2008 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. mr. H.M.A. van Meurs, drs. L.W. Verhagen en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.