2008/20 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
F. Caudron
 
tegen
 
R. van der Steen en de hoofdredacteur van Biljart Totaal
 
Bij ongedateerde brief met twee bijlagen, door de Raad ontvangen op 21 februari 2008, heeft F. Caudron te Balen, België (hierna: klager) een klacht ingediend tegen R. Van der Steen en de hoofdredacteur van Biljart Totaal (hierna: verweerders). Bij brief van 10 maart 2008 heeft klager ter informatie nog enkele andere artikelen van de hand van Van der Steen toegestuurd, die zijn gepubliceerd in het Belgische tijdschrift ‘Biljart International’. Bij brieven van 4 april 2008 met een bijlage hebben verweerders ieder afzonderlijk op de klacht gereageerd. Ten slotte heeft klager zijn klacht nader toegelicht in een e-mail van 10 april 2008.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 april 2008. Klager en verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 11 november 2007 is in Biljart Totaal in de rubriek ‘Brief uit België’ een column verschenen van de hand van Van der Steen onder de kop “Eddy Merckx werd miskend”. De intro bij de column luidt:
“Al sedert het einde van de jaren tachtig wordt er in België jaarlijks een referendum georganiseerd met als doel de ‘Speler van het Jaar’ aan te duiden. Een mooi initiatief dat doorgaans ook wordt besloten met de juiste keuze. En hoewel het in de eerste jaren een ‘open’ verkiezing was met dus ook inzendingen van lezers, fans en desnoods schoonmoeders en daardoor vaak een vreemde wending kreeg, was de uitslag doorgaans zelden aanleiding tot een kritische opmerking.”
De column bevat verder onder meer de volgende passages:
“Algemeen geweten is dat Frédéric Caudron, vaak met een flauw studentengrapje zoals het ‘V-teken’ boven iemands hoofd tonen, meer een prater is dan de zwijgzame Eddy Merckx. Maar of dat nu een reden en een basis is om de einduitslag anders te laten uitlopen dan algemeen werd verwacht bij insiders, dus spelers en pers, mag toch van een vraagteken worden voorzien.”
en
“Maar niet Eddy Merckx, de authentieke wereld- en Europees kampioen driebanden werd nummer één, doch wel (voor de 13emaal zelfs) Frédéric Caudron. Toegegeven, ook de Waal uit Balen had een fantastisch seizoen afgeleverd met ondermeer zes Belgische titels (dus allemaal) maar ik heb al meermaals gezegd dat het winnen van de Belgische titel (behalve in het driebanden) toch een andere dimensie heeft dan in de glorietijd van Raymond Ceulemans en Ludo Dielis die in een loodzware competitie te maken kregen met zeven tegenstanders van het niveau Emile Wafflard, Leo Corin, Tony Schrauwen, Laurent Boulanger etc.”
 
Het slot van de column luidt:
“Het leek mij een logische volgorde dat eerst een wereldkampioenschap zou tellen, dan een Europese titel en vervolgens hetgeen op nationaal vlak werd gepresteerd. Voor Eddy Merckx was het in Brecht een regelrechte doodsteek om zelfs nu niet te worden gekozen. Het wordt dus in elk geval tijd om de puntentoekenning eens te herzien om de verkiezing geloofwaardig te houden.”
 
Bij ongedateerde brief heeft klager in een aan de hoofdredacteur gerichte lezersbrief gewezen op een aantal onjuistheden in het artikel van 11 november 2007, met het verzoek de brief integraal te publiceren.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager maakt bezwaar tegen de gewraakte column, omdat daarin onjuistheden staan en opmerkingen aan zijn adres worden gemaakt, die zijn imago schade toebrengen. Volgens klager neemt Van der Steen de verkiezing voor ‘Speler van het Jaar 2006’ te baat om opnieuw zijn gal over klager en andere spelers te spuwen. Zo wordt in de column ten onrechte gesuggereerd dat hij verkozen werd tot ‘Speler van het Jaar’, omdat hij wel eens flauwe studentengrapjes durft uit te halen en beter bespraakt zou zijn dan Eddy Merckx. Klager acht dit denigrerend voor zichzelf en voor Merckx. Verder wijst klager erop dat volgens Van der Steen Merckx verkozen had moeten worden als Speler van het Jaar, en niet klager, omdat Merckx wereld- en Europees kampioen driebanden was geworden. Het gaat echter om de titel ‘Speler van het Jaar’ en niet ‘Driebandspeler van het Jaar’, aldus klager. Ten slotte merkt hij op dat het de kiezer is die beslist en dat niet doorslaggevend is of iemand wereld- en Europees kampioen is geworden. Klager acht het kwalijk dat Van der Steen zich minachtend over hem en zijn medespelers bij de kampioenschappen van België in de klassieke disciplines uitlaat. Klager benadrukt dat hij een bekend internationaal biljarter is en een groot aantal titels heeft gewonnen. Hij voelt zich door Van der Steen beledigd en maakt bezwaar tegen het feit dat een zeer gespecialiseerd maandblad als Biljart Totaal Van der Steen een open forum geeft.
Ten slotte acht klager het kwalijk dat de hoofdredacteur nooit heeft gereageerd op de bezwaren die klager in een persoonlijk gesprek, een lezersbrief en in een aangetekend schrijven heeft kenbaar gemaakt.
 
De hoofdredacteur stelt voorop dat hij nooit telefonisch contact heeft gehad met klager over de column. Verder heeft hij wel degelijk op de aangetekende brief van klager gereageerd. In een brief van 7 februari 2008 heeft hij klager laten weten dat diens lezersbrief niet is opgenomen, onder meer omdat deze veel te lang was. Door tweemaal de zaak te verdraaien laadt klager opnieuw de verdachtmaking op zich van onsportieve speler, aldus de hoofdredacteur.
Van der Steen merkt op dat hij zijn persoonlijke mening heeft geuit toen hij schreef dat klager ten onrechte tot ‘Speler van het Jaar’ is uitgeroepen, terwijl een andere speler in één jaar Europees en wereldkampioen is geworden. Van der Steen stelt dat tal van collega's het niet eens waren met de uitslag van de verkiezing, maar dat hij hun namen uit begrip voor hun gezamenlijke hobby niet heeft genoemd. Overigens ontkent Van der Steen dat hij in het verleden alleen maar negatief over klager heeft geschreven. Volgens hem kreeg en krijgt klager veel waardering voor zijn prestaties.
Ten slotte vraagt Van der Steen zich af waarom er zo een ruime bekleding wordt gehangen rond de vraag waarom in de column wordt geschreven dat klager ten onrechte speler van het jaar is geworden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Er is geen norm van journalistieke zorgvuldigheid die meebrengt dat een journalist toe- of instemming behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Het is bovendien aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en dat moet worden vermeden dat nodeloos schade wordt toegebracht (zie punten 1.2. en 1.3. van de Leidraad van de Raad en vgl. onder meer: RvdJ2007/29).
 
Verder komt, volgens het vaste oordeel van de Raad, aan columnisten een grote vrijheid toe om hun persoonlijke mening te geven over gebeurtenissen of personen, waarbij stijlmiddelen als overdrijven, chargeren en bewust eenzijdig belichten geoorloofd zijn. Zij mogen zich stellig uitdrukken. De column is een journalistiek genre waarbinnen meer is toegestaan dan in andere journalistieke genres. Ook de vrijheid van de columnist kent echter haar grenzen. Enerzijds worden die bepaald door de wet en anderzijds door wat – gegeven de journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Van overschrijding van deze grenzen is sprake wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen kwalificaties bezigen of vergelijkingen trekken waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven (zie punt 3.1. van de Leidraad en vgl. onder meer: RvdJ 2006/85).
 
Naar het oordeel van de Raad is van grensoverschrijding in dit geval geen sprake. In de column schrijft Van der Steen over de uitslag van de verkiezing van ‘Speler van het Jaar 2006’. Hij vraagt zich af waarom de uitslag anders is “dan algemeen werd verwacht bij spelers en pers”. In dat verband merkt Van der Steen op dat de prestaties van een andere speler volgens Van der Steen indrukwekkender waren dan die van klager, die tot ‘Speler van het Jaar’ is verkozen. Daarbij heeft Van der Steen ten aanzien van klager wellicht wat scherpere bewoordingen gebruikt dan klager wenselijk acht. Voor de lezer is echter duidelijk dat de column de persoonlijke mening van Van der Steen behelst, en naar het oordeel van de Raad is de inhoud van de column nergens nodeloos grievend of schadelijk voor klager. Tegen die achtergrond en gelet op het feit dat in een column meer is toegestaan dan in andere journalistieke genres, acht de Raad de door Van der Steen gebezigde schrijfstijl niet onaanvaardbaar.
 
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ten overvloede overweegt de Raad dat voor zover klager heeft beoogd zijn klacht mede te richten tegen de door hem overgelegde publicaties in het Belgische tijdschrift ‘Biljart International’, de Raad niet bevoegd is daarover te oordelen, nu deze niet in een Nederlands tijdschrift zijn verschenen.

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Biljart Totaal te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 mei 2008 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. mr. H.M.A. van Meurs, drs. L.W. Verhagen en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.