2008/2 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
A.P. van den Berg
 
tegen
 
Y. Hofs en de hoofdredacteur van DAG
 
Bij brief van 31 oktober 2007 met één bijlage heeft A.P. van den Berg (hierna: klager) een klacht ingediend tegen Y. Hofs en de hoofdredacteur van DAG (hierna: verweerders). Hierop heeft B. Witman, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 26 november 2007 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 december 2007. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 26 oktober 2007 is in DAG een artikel van de hand van Hofs verschenen onder de kop “Kinderlokken op internet strafbaar”. De intro van het artikel luidt:
“Grooming, het op internet verleiden van kinderen tot seksuele contacten, wordt strafbaar. Minister Hirsch Ballin heeft daartoe een Europees verdrag ondertekend”.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“Het wemelt op internet kennelijk van de pedofielen die op zoek zijn naar jong vlees. Deze groomers zijn in Nederland alleen strafbaar als ze kinderen overhalen tot seksuele handelingen voor een webcam. Maar dat gaat veranderen. Minister Hirsch Ballin van Justitie ondertekende gisteren een nieuw Europees verdrag tegen kindermisbruik. Nederland heeft zich daarmee verplicht grooming als afzonderlijk misdrijf in het strafrecht op te nemen.”
Bij het artikel is een foto geplaatst van klager zittend achter zijn computer, met het volgende onderschrift: “Chatten Ad van den Berg, oprichter van de Pedopartij NVD, achter zijn computer”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij door de publicatie persoonlijk in zijn belang is geschaad, omdat geen uitleg is gegeven waarom juist zijn foto bij het artikel is geplaatst. Ten onrechte is de indruk gewekt dat hij kinderen op het internet zou lokken of zou verleiden tot seksuele contacten. Volgens klager is sprake van smaad.
 
Witman, hoofdredacteur van DAG, stelt voorop dat Hofs geen enkele bemoeienis heeft gehad bij het selecteren van de foto of het vervaardigen van het onderschrift.
Verder wijst hij erop dat klager één van de oprichters is van de politieke partij PNVD. Eén van de belangrijke programmapunten van die partij is het streven om seksuele handelingen met minderjarigen uit het strafrecht te halen. Bij het zoeken naar een illustratie bij dit artikel stuitte de eindredactie in de databank van het ANP op een foto van klager met daarbij de vermelding van voormeld partijstandpunt. Aangezien dit standpunt tegengesteld is aan hetgeen justitie met de ondertekening van het in het artikel bedoelde verdrag nastreeft, is de foto afgedrukt, aldus Witman.
Hij benadrukt dat klager geen strafbare handelingen zijn toegedicht, nu het chatten met minderjarigen op dat moment niet verboden was. Bovendien is de partij van klager zelf naar buiten getreden met maatschappelijk omstreden standpunten. Volgens Witman is dan niet verbazingwekkend als klagers portret in publicaties wordt gebruikt.
Witman maakt uit het klaagschrift op dat klager vindt dat hij is neergezet als iemand die seksueel contact zoekt via internet. Hoewel dat nergens is beweerd, begrijpt hij dat klagers positie op de foto (zittend achter de computer) het verband met het artikel versterkt.
Tot slot wijst Witman erop dat klager hem niet heeft benaderd. Uit een e-mail van een partijgenoot van klager kon niet worden opgemaakt wat klager van DAG verwachtte.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Naar het oordeel van de Raad laat de publicatie de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat klager zich schuldig maakt aan ‘grooming’, kinderlokken op internet. Door de plaatsing van een foto van klager, zittend achter zijn computer, en de vermelding van zijn naam bij het artikel met de kop “Kinderlokken op internet strafbaar” wordt de indruk gewekt dat klager ten tijde van het nemen van de foto aan het chatten is met kinderen en aldus handelingen pleegt die in de toekomst binnen het Nederlandse rechtssysteem strafbaar zullen zijn.
 
Aldus is sprake van een ernstige beschuldiging aan het adres van klager, die niet zonder deugdelijke grondslag gepubliceerd had mogen worden. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek) Van een dergelijke grondslag is echter niet gebleken.
 
Verder overweegt de Raad dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad) Bovendien dienen foto's en ander beeldmateriaal niet ter illustratie van berichtgeving over een ander onderwerp of met een andere context dan waarvoor de foto's en opnamen zijn gemaakt, tenzij de tekst bij het beeldmateriaal mogelijke verwarring bij lezers en kijkers uitsluit. (zie punt 4.1. van de Leidraad)
 
Niet in geschil is dat de foto van klager niet is gemaakt ten behoeve van de gewraakte publicatie. Mogelijke verwarring hierover is echter op geen enkele wijze uitgesloten. De diffamerende wijze waarop klager in de publicatie is neergezet, is niet teniet gedaan in de tekst van het artikel. Klager noch zijn partij wordt in het artikel genoemd en uit het artikel blijkt geenszins wat het verband is tussen het onderwerp van het artikel en klager c.q. zijn partij. Voorts is niet gebleken dat met de publicatie van klagers foto en de vermelding van zijn naam een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Aldus is de privacy van klager verder aangetast dan voor de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk was.
 
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat met de publicatie van klagers foto en de vermelding van zijn naam grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in DAG te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 25 januari 2008 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, drs. G.T.M. Driehuis en mw. drs. M.G.N. Mathot, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.
 
Raadslid mr. J. Olde Kalter heeft aan de behandeling van en beraadslaging over deze zaak deelgenomen, maar is helaas vóór de vaststelling van de uitspraak overleden.