2008/17 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
 
tegen
 
M. Haas, A. Oosterwijk en de hoofdredacteur van Panorama
 
Bij brief van 21 februari 2008 met een bijlage heeft mr. A.S. van der Biezen, advocaat te ’s‑Hertogenbosch, namens Y (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. Haas, A. Oosterwijk en de hoofdredacteur van Panorama (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers, namens verweerders geantwoord in een brief van 17 maart 2008.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 maart 2008. Namens klaagster is daar mr. Y. Quint verschenen. Aan de zijde van verweerders is voornoemde Haas verschenen, bijgestaan door mr. P. van Driessen, bedrijfsjurist bij Sanoma Uitgevers.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 29 augustus 2007 is in Panorama een artikel van de hand van Haas verschenen onder de kop “Valt het doek voor Bonnie & Clyde?”, waarvan de intro luidt:
“Op maandag 11 juli 2005 treft de politie van Den Bosch de 78-jarige Frans Hendriks dood aan in zijn woning. Hij is vastgebonden en de muren zitten onder de bloedvlekken. Alles wijst erop dat de aan drugs verslaafde tortelduifjes [naam van klaagster] (43) en (…) (37) de daders zijn.”
In het artikel staan verder onder meer de volgende passages:
““ Meneer, dit is een afslachting!” Schreeuwend staat [naam van klaagster] op. De vrouw met haar tengere gestalte, wier haren paars zijn geverfd, kijkt panisch om zich heen. (…) Het is 25 mei 2007. Zojuist heeft deze vrouw van de officier van justitie bij de rechtbank in Den Bosch gehoord hoeveel jaren celstraf zij mogelijk krijgt.”
en
“Kort nadat rechercheurs medio juli 2005 de bejaarde Frans Hendriks dood aantreffen in zijn woning, pakt de politie het duo (…) en [naam van klaagster] op. Het stel zwerft als twee losgeslagen filmsterren (hij is dan net ontsnapt uit de gevangenis) door het centrum van Den Bosch. Ze vrijen in hotelletjes voor één nacht en houden zichzelf in leven met het geld dat ze bij een straatberoving buitmaken. Justitie gaat er vanuit dat de Brabantse Bonnie & Clyde tijdens deze verliefde zwerftocht ook op bezoek zijn gegaan bij Frans Hendriks met als doel hem z’n geld te ontnemen.”
en
“Het enige houvast dat deze twee verdachten nu nog hebben, is elkáár. Tijdens de zittingen waarop ze moeten voorkomen, hangt zodoende een zeldzame erotische spanning. Zij – zwaar opgemaakt en voorzien van een volle boezem – is erg sterk in het knipogen en het uitdelen van handkusjes. Hij kijkt haar daarop lief aan en fluistert af en toe een opbeurend woordje, vooral wanneer zijn vriendin het even te zwaar heeft en het traanvocht laat vloeien.”
 
In het artikel zijn de volledige naam van klaagster en haar partner vermeld. Voorts is bij het artikel een aantal tekeningen van Oosterwijk geplaatst, waarop klaagster en haar partner en profil zijn afgebeeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster maakt bezwaar tegen de vermelding van haar volledige naam en de publicatie van de getekende – goed gelijkende – afbeelding van haar gelaat. Klaagster wijst erop dat in het artikel geciteerd wordt uit een nog lopende strafzaak tegen haar. Zij is inmiddels door de rechtbank veroordeeld, maar is in hoger beroep gegaan. Op het hoger beroep is nog niet beslist.
Volgens klaagster was er geen enkele reden om haar volledige naam te vermelden en had het artikel ook geanonimiseerd kunnen worden. Zij is door de publicatie onnodig uit de anonimiteit gehaald, hetgeen haar terugkeer in de maatschappij in gevaar heeft gebracht, aldus klaagster. Klaagster meent dat sprake is van een onzorgvuldige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer, nu die inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie. Zij wijst in dat verband op de bepalingen in de Leidraad van de Raad ter zake en op de Code van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren. Klaagster stelt dat tot de verschijning van het gewraakte artikel zij en haar omgeving nimmer door derden geconfronteerd zijn met de lopende strafzaak. Voorts is niet gebleken dat haar naam en de afbeelding van haar portret al veelvuldig in de media bekend zouden zijn geweest. Volgens klaagster heeft geen zorgvuldige afweging van de betrokken belangen plaatsgevonden en is sprake van een ongerechtvaardigde aantasting van haar privéleven.
Verder stelt klaagster dat de betrokken journalist de ter zitting verkregen informatie ten onrechte heeft verweven met een eigen invulling en met informatie uit andere bronnen. Het artikel is niet alleen tendentieus, maar ook weinig zakelijk en bevat bovendien een aantal onjuistheden. Van ‘losgeslagen filmsterren die vrijen in hotelletjes voor één nacht’ is geen sprake. Klaagster en haar partner hebben slechts een aantal nachten gebruik gemaakt van één hotel, omdat zij op dat moment tijdelijk niet over een woonruimte beschikten. Wat haar gedrag ter zitting betreft, merkt klaagster op dat zij zeer nerveus was, hetgeen ten onrechte is verwoord als ‘erotische spanning’.
Volgens klaagster wordt door de wijze van berichtgeving vooruitgelopen op een oordeel van de rechter, waardoor het recht op een eerlijk proces in gevaar komt. Bovendien past de tendentieuze berichtgeving niet bij een rechtbankverslag.
Al met al hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, aldus klaagster.
 
Verweerders stellen dat van overschrijding van journalistieke normen geen sprake is. Weliswaar wordt in de regel bij verdachten niet de volledige naam vermeld, maar het is aan de redactie en de journalist om hierover te beslissen. Die beslissing zal mede afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. Nu het in casu een laffe roofmoord betrof op een 78-jarige onschuldige man, is ervoor gekozen de volledige naam te vermelden. In dat verband merken verweerders op dat het het doel van de media is, om misstanden aan de kaak te stellen. Daarbij schromen zij niet om een volledige naam te vermelden.
Voor zover verwezen wordt naar de Leidraad van de Raad en de Code van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, stellen verweerders dat geen sprake is van wetgeving maar afspraken in de branche. Verweerders wijken in sommige gevallen van deze regels af en zij zien bij andere media ook een trend dat vaker toch de volledige namen van verdachten worden vermeld.
Voorts achten verweerders van belang dat in het artikel duidelijk wordt vermeld dat klaagster elke betrokkenheid ontkent en dat haar advocaat aan het woord is gelaten. Aldus is aan de lezer duidelijk gemaakt dat het nog geen uitgemaakte zaak is en dat klaagster ook onschuldig bevonden kan worden. Het gebruik van initialen zou dan juist een stigmatiserende werking kunnen hebben, aldus verweerders. 
Bovendien heeft voorafgaand aan de publicatie van het artikel contact plaatsgehad met de advocaat van klaagster over een mogelijk interview met klaagster. Van de advocaat hadden verweerders begrepen dat klaagster daaraan wel zou willen meewerken. Verweerders mochten daaruit afleiden dat de vermelding van klaagsters naam geen probleem zou zijn. Immers, zou het interview hebben plaatsgevonden, dan was klaagsters naam uiteraard ook bekend geworden.
Wat betreft de koppeling van klaagster aan het delict, wijzen verweerders erop dat klaagster al twee jaar in voorarrest zat. De ervaring leert dat gevangenen exact op de hoogte zijn waarvan hun medegevangenen in voorarrest verdacht worden.
Ter zitting heeft Van Driessen daaraan toegevoegd dat de vermelding van klaagsters naam een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving vormt, omdat klaagster door de rechters bij haar naam is aangesproken en het artikel een reflectie van de strafzaak betreft.
Met betrekking tot de bij het artikel geplaatste tekeningen, betwisten verweerders dat sprake is van een herkenbaar portret, nu klaagster enkel en profil en van de achterzijde is afgebeeld. Bovendien betreft het geen gedetailleerde tekening. Voorts achten verweerders van belang dat de advocaat van klaagster ter zitting het resultaat van de illustrator meerdere keren heeft bewonderd en daarbij niet heeft geprotesteerd tegen eventuele plaatsing.
Tot slot stellen verweerders dat het aan hen is te verkiezen op welke wijze nieuws en informatie aan hun lezerspubliek wordt verschaft. Het gewraakte artikel is op basis van gedegen bronnenonderzoek tot stand gekomen en Haas heeft de verschillende rechtszittingen bijgewoond. Naar aanleiding van zijn impressies bij die zittingen heeft hij voor een enigszins romantische weergave gekozen, hetgeen hem – gelet op de hem toekomende persvrijheid – vrijstond. Dat dit naar de mening van klaagster niet zakelijk is, doet daaraan niet af. Van relevante onjuistheden is voorts niet gebleken, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
1.      klaagsters privéleven is ongerechtvaardigd aangetast;
2.      er is sprake van tendentieuze en onjuiste berichtgeving.
 
Ad 1.
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/82)
 
In dit geval is niet gebleken dat met de vermelding van de naam van klaagster een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klaagster. Klaagster had ook anoniem kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Niet is gebleken dat door het weglaten van klaagsters volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de lezer zou zijn ontstaan.
 
Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klaagster bij de bescherming van haar privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. Dit klemt te meer nu bij het artikel eveneens meerdere tekeningen van klaagster en profil zijn opgenomen en voorts een aantal uiterlijke kenmerken van klaagster in het artikel zijn vermeld.
 
Naar het oordeel van de Raad vormen deze omstandigheden een ongerechtvaardigde aantasting van klaagsters privéleven. Verweerders hebben aldus grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 2.
In het gewraakte artikel wordt een impressie gegeven van de terechtzitting waar de strafzaak tegen klaagster werd behandeld. Verweerders hebben ervoor gekozen om de sfeer, zoals Haas die heeft ervaren, te verwoorden in het artikel. Volgens het vaste oordeel van de Raad is in het kader van verslaggeving over rechtszaken niet ontoelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/57)
 
Nu niet is gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat, ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat op dit punt journalistiek ontoelaatbaar is gehandeld. De omstandigheid dat de weergave weinig zakelijk is, is daarvoor onvoldoende.

BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de ongerechtvaardigde aantasting van klaagsters privéleven is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Panorama te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 april 2008 door mr. A. Herstel, mr. B. Geersing, T.R. Harkema, M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.