2008/16 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
M. Haas, A. Oosterwijk en de hoofdredacteur van Panorama
 
Bij brief van 18 februari 2008 met drie bijlagen heeft mw. mr. N.R. Heilhof, advocaat te Maastricht, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Haas, A. Oosterwijk en de hoofdredacteur van Panorama (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers, namens verweerders geantwoord in een brief van 17 maart 2008.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 maart 2008. Klager is daar vertegenwoordigd door mr. N.R. Heilhof. Aan de zijde van verweerders is voornoemde Haas verschenen, bijgestaan door mr. P. van Driessen, bedrijfsjurist bij Sanoma Uitgevers.
 
Vanwege de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 29 augustus 2007 is in Panorama een artikel van de hand van Haas verschenen onder de kop “Valt het doek voor Bonnie & Clyde?”, waarvan de intro luidt:
“Op maandag 11 juli 2005 treft de politie van Den Bosch de 78-jarige Frans Hendriks dood aan in zijn woning. Hij is vastgebonden en de muren zitten onder de bloedvlekken. Alles wijst erop dat de aan drugs verslaafde tortelduifjes (…) (43) en [naam van klager] (37) de daders zijn.”
 
In het artikel staan verder onder meer de volgende passages:
“Kort nadat rechercheurs medio juli 2005 de bejaarde Frans Hendriks dood aantreffen in zijn woning, pakt de politie het duo [naam van klager] en (…) op. Het stel zwerft als twee losgeslagen filmsterren (hij is dan net ontsnapt uit de gevangenis) door het centrum van Den Bosch. Ze vrijen in hotelletjes voor één nacht en houden zichzelf in leven met het geld dat ze bij een straatberoving buitmaken. Justitie gaat er vanuit dat de Brabantse Bonnie & Clyde tijdens deze verliefde zwerftocht ook op bezoek zijn gegaan bij Frans Hendriks met als doel hem z’n geld te ontnemen.”
en
“Het enige houvast dat deze twee verdachten nu nog hebben, is elkáár. Tijdens de zittingen waarop ze moeten voorkomen, hangt zodoende een zeldzame erotische spanning. Zij – zwaar opgemaakt en voorzien van een volle boezem – is erg sterk in het knipogen en het uitdelen van handkusjes. Hij kijkt haar daarop lief aan en fluistert af en toe een opbeurend woordje, vooral wanneer zijn vriendin het even te zwaar heeft en het traanvocht laat vloeien.”
In het artikel zijn de volledige naam van klager en zijn partner vermeld. Voorts is bij het artikel een aantal tekeningen van Oosterwijk geplaatst, waarop klager en zijn partner en profil zijn afgebeeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat het artikel ten onrechte zijn volledige naam alsmede een getekende – goed gelijkende – afbeelding van hem bevat, waardoor hij in de publicatie herkenbaar is gebracht. Volgens hem was er geen acute reden voor identificatie en had de publicatie ook geanonimiseerd kunnen worden. Volgens klager zou daarmee geen afbreuk zijn gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Door toch zowel zijn beeltenis op te nemen en zijn naam te vermelden, is hij onnodig uit de anonimiteit gehaald, hetgeen zijn terugkeer in de maatschappij in gevaar heeft gebracht. Klager meent dat hierdoor de grenzen van zorgvuldige journalistiek zijn overschreden, nu de inbreuk van zijn privacy niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie.
Klager wijst in dat verband op de Leidraad van de Raad en de Code van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren. Klager stelt dat tot de verschijning van het gewraakte artikel hij en zijn omgeving nimmer door derden geconfronteerd zijn met de lopende strafzaak. Door dit artikel wordt hij ook op de locatie waar hij in detentie zit op de zaak aangesproken. Anders dan verweerders menen was het feit waarvan hij verdacht werd, voorheen nog niet onder zijn medegevangenen bekend. Klager benadrukt dat hij door plaatsing van dit artikel met zijn volledige naam dagelijks door medegevangenen met de zaak wordt geconfronteerd.
Verder acht klager van belang dat op geen enkele wijze is gebleken dat met de vermelding van zijn volledige naam een maatschappelijk belang is gediend. Het weglaten van zijn naam zou niet tot onduidelijkheid bij de lezer hebben geleid. Van een verantwoorde belangenafweging is volgens klager geen sprake, te meer nu op geen enkele wijze is gebleken dat zijn naam of zijn beeltenis reeds eerder in de media bekend zouden zijn geweest.
Daarnaast stelt klager dat de betrokken journalist de ter zitting verkregen informatie ten onrechte heeft verweven met een eigen invulling en met informatie uit andere bronnen. Het artikel is niet alleen tendentieus, maar ook weinig zakelijk en op een aantal punten onjuist. Van ‘losgeslagen filmsterren die vrijen in hotelletjes voor één nacht’ is geen sprake. Klager en zijn partner hebben slechts een aantal nachten gebruik gemaakt van één hotel, omdat zij op dat moment tijdelijk niet over een woonruimte beschikten. Voorts is de sfeer tijdens de zitting ten onrechte aangemerkt als erotisch. Er was veeleer sprake van nervositeit.
Volgens klager wordt door de wijze van berichtgeving vooruitgelopen op een oordeel van de rechter, waardoor het recht op een eerlijk proces in gevaar komt. Bovendien past de tendentieuze berichtgeving niet bij een rechtbankverslag. Ten slotte benadrukt klager dat hij noch zijn advocaat toestemming hebben gegeven voor plaatsing van het artikel.
Al met al hebben verweerders dan ook de grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat van overschrijding van journalistieke normen geen sprake is. Weliswaar wordt in de regel bij verdachten niet de volledige naam vermeld, maar het is aan de redactie en de journalist om hierover te beslissen. Die beslissing zal mede afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval. Nu het in casu een laffe roofmoord betrof op een 78-jarige onschuldige man, is ervoor gekozen de volledige naam te vermelden.
In dat verband merken verweerders op dat het het doel van de media is, om misstanden aan de kaak te stellen. Daarbij schromen zij niet om een volledige naam te vermelden.
Voor zover verwezen wordt naar de Leidraad van de Raad en de Code van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, stellen verweerders dat geen sprake is van wetgeving maar afspraken in de branche. Verweerders wijken in sommige gevallen van deze regels af en zij zien bij andere media ook een trend dat vaker toch de volledige namen van verdachten worden vermeld.   
Voorts achten verweerders van belang dat in het artikel duidelijk wordt vermeld dat klager elke betrokkenheid ontkent en dat zijn advocaat aan het woord is gelaten. Aldus is aan de lezer duidelijk gemaakt dat het nog geen uitgemaakte zaak is en dat klager ook onschuldig bevonden kan worden. Het gebruik van initialen zou dan juist een stigmatiserende werking kunnen hebben, aldus verweerders.
Wat betreft de koppeling van klager aan het delict, wijzen verweerders erop dat klager al twee jaar in voorarrest zat. De ervaring leert dat gevangenen exact op de hoogte zijn waarvan hun medegevangenen in voorarrest verdacht worden.
Ter zitting heeft Van Driessen daaraan toegevoegd dat de vermelding van klagers naam een wezenlijk bestanddeel van de berichtgeving vormt, omdat klager door de rechters bij zijn naam is aangesproken en het artikel een reflectie van de strafzaak betreft.
Met betrekking tot de bij het artikel geplaatste tekeningen, betwisten verweerders dat sprake is van een herkenbaar portret, nu klager enkel en profil en van de achterzijde is afgebeeld. Bovendien betreft het geen gedetailleerde tekening. Voorts achten verweerders van belang dat de advocaat van klager ter zitting het resultaat van de illustrator meerdere keren heeft bewonderd en daarbij niet heeft geprotesteerd tegen eventuele plaatsing.
Tot slot stellen verweerders dat het aan hen is te verkiezen op welke wijze nieuws en informatie aan hun lezerspubliek wordt verschaft. Het gewraakte artikel is op basis van gedegen bronnenonderzoek tot stand gekomen en Haas heeft de verschillende rechtszittingen bijgewoond. Naar aanleiding van zijn impressies bij die zittingen heeft hij voor een enigszins romantische weergave gekozen, hetgeen hem – gelet op de hem toekomende persvrijheid – vrijstond. Dat dit naar de mening van klager niet zakelijk is, doet daaraan niet af. Van relevante onjuistheden is voorts niet gebleken, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
1.      klagers privéleven is ongerechtvaardigd aangetast;
2.      er is sprake van tendentieuze en onjuiste berichtgeving.
 
Ad 1.
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)

Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/82)
 
In dit geval is niet gebleken dat met de vermelding van de naam van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had ook anoniem kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Niet is gebleken dat door het weglaten van klagers volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de lezer zou zijn ontstaan.
 
Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van zijn privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. Dit klemt te meer nu bij het artikel eveneens meerdere tekeningen van klager en profil zijn opgenomen.
 
Naar het oordeel van de Raad vormen deze omstandigheden een ongerechtvaardigde aantasting van klagers privéleven. Verweerders hebben aldus grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 2.
In het gewraakte artikel wordt een impressie gegeven van de terechtzitting waar de strafzaak tegen klager werd behandeld. Verweerders hebben ervoor gekozen om de sfeer, zoals Haas die heeft ervaren, te verwoorden in het artikel. Volgens het vaste oordeel van de Raad is in het kader van verslaggeving over rechtszaken niet ontoelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/57)
 
Nu niet is gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat, ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat op dit punt journalistiek ontoelaatbaar is gehandeld. De omstandigheid dat de weergave weinig zakelijk is, is daarvoor onvoldoende.

BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de ongerechtvaardigde aantasting van klagers privéleven is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Panorama te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 april 2008 door mr. A. Herstel, mr. B. Geersing, T.R. Harkema, M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.