2008/12 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
M. Willems en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 25 januari 2008 met zeven bijlagen heeft X te Utrecht (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Willems en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 4 februari 2008 meegedeeld dat de Raad zal beoordelen of klager ontvankelijk is in zijn klacht, alvorens de klacht definitief in behandeling te kunnen nemen. Klager heeft daarop gereageerd in een schrijven van 12 februari 2008. Namens verweerders heeft mevrouw mr. drs. M.J. de Boer, bedrijfsjurist Telegraaf Media Groep, ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager gereageerd in een brief van 22 februari 2008.
 
Ter zitting van 29 februari 2008 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klager beoordeeld buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 16 augustus 2001 is in De Telegraaf een artikel verschenen onder de kop “’Verdwijning’ Haagse huisarts strop voor tientallen patiënten”. De intro van het artikel luidt:
“Tientallen oud-patiënten van een Haagse huisarts die met de noorderzon naar het buitenland is vertrokken, zijn zwaar gedupeerd omdat hun ex-dokter hun medische dossiers niet aan hen of een andere arts heeft overgedragen.”
De publicatie gaat over klager, wiens volledige naam in het artikel is vermeld.
 
Ten tijde van het indienen van de klacht was (een deel van) het artikel gepubliceerd op de website www.serviceapotheek.nl met de bronvermelding “(De Telegraaf, 16-08-01)”.
 
Het artikel is niet terug te vinden in het online archief op de website van De Telegraaf.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij tot voor kort niet op de hoogte was van de publicatie in De Telegraaf. Op 11 december 2007 constateerde hij via de internet-zoekmachine Google dat op de website van Service Apotheek een deel van de publicatie toegankelijk was.
Klager voert aan dat de overschrijding van de termijn tot klagen hem in alle redelijkheid niet kan worden verweten. Hij stelt dat het gewraakte artikel nog steeds een actief leven leidt als gevolg van internetaffichering afkomstig van de Service Apotheek. Hij heeft belang bij de klacht, omdat zijn privacy sinds de publicatie van het artikel wordt geschonden. De tekst van het artikel, dan wel een essentieel gedeelte daarvan, is traceerbaar en publiekelijk opvraagbaar via de website van Service Apotheek waarbij De Telegraaf als bron wordt vermeld.
Klager betoogt dat de inhoud van de publicatie tendentieus is en op onwaarheid berust en dat derhalve zijn eer en goede naam op ernstige wijze worden geschonden. Ten onrechte heeft de schrijver van het artikel noch eigen onderzoek verricht noch hoor en wederhoor toegepast, aldus klager. Volgens klager zou een oordeel van de Raad mogelijk vernietiging van het artikel dan wel aanvullende corrigerende berichtgeving kunnen bewerkstelligen.

Verweerders stellen voorop dat het artikel voldoet aan alle journalistieke vereisten en dat er geen basis is voor honorering van de ingediende klacht, noch ten tijde van verschijning van het artikel in 2001 noch heden ten dage.
Verder voeren verweerders aan dat klager in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Naar de mening van verweerders heeft klager niet aangetoond waarom de overschrijding van de termijn hem redelijkerwijs niet kan worden verweten. Het is uiterst onaannemelijk dat klager, een arts die onderwerp is van een kritische publicatie in de grootste ochtendkrant van Nederland, daar niet destijds door vrienden, familie of collega’s op is gewezen en dus niet eerder op de hoogte was van het bestaan van de publicatie. Door de klacht pas na 6,5 jaar na publicatie in te dienen schendt klager de regels van de goede procesorde. Het is vanwege het tijdsverloop ondoenlijk om nog, binnen redelijke grenzen, gedetailleerd verweer tegen de klacht te voeren. Ten slotte stellen verweerders dat als klager inderdaad gedurende de afgelopen 6,5 jaar niet op de hoogte is geweest van het bestaan van het artikel, het onaannemelijk is dat hij schade heeft geleden als gevolg van de publicatie. Immers, de schade die bestaat uit aantasting in de goede naam of eer bestaat juist uit het feit dat degene die onderwerp is van een bepaalde perspublicatie, daarop door zijn omgeving of anderen wordt aangesproken en steeds moet uitleggen dat het artikel feitelijk onjuist dan wel anderszins onrechtmatig is, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Op 1 februari 2005 is in het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek artikel 2a ingevoerd, dat luidt als volgt:
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.  
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest. 
De onderhavige klacht, ingediend ná 1 februari 2005, heeft betrekking op een journalistieke gedraging van 16 augustus 2001. Toentertijd kende het Reglement geen termijn voor het indienen van een klaagschrift op straffe van niet-ontvankelijkheid en in de huidige tekst van het Reglement is hieromtrent geen overgangsrecht opgenomen.
Echter, een redelijke uitleg van de nieuwe regeling brengt mee dat voor klachten over publicaties van vóór 1 februari 2005 de termijn op laatstgenoemde datum begint te lopen. Deze klachten moeten dus in beginsel vóór 1 augustus 2005 zijn ingediend, tenzij redelijkerwijs niet aan de klager kan worden tegengeworpen dat hij dat niet heeft gedaan (vgl. onder meer: RvdJ 2006/4 en 2005/29). Dat laatste is niet aannemelijk geworden.
 
Gesteld noch gebleken is dat feiten of omstandigheden bestaan op grond waarvan geoordeeld dient te worden dat klager redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen dat hij zijn klacht pas ruim zes jaar na publicatie van het gewraakte artikel heeft ingediend.
 
Met verweerders acht de Raad het bovendien aannemelijk dat klager via familie, kennissen of collega’s al eerder op de hoogte was van het bestaan van de publicatie in De Telegraaf.
 
Klager moet dan ook in zijn klacht niet-ontvankelijk worden verklaard.
 
Ten overvloede merkt de Raad op dat voor zover klager tevens heeft beoogd zijn klacht te richten tegen de publicatie op de website van Service Apotheek – in verband met de indirecte publicatie van het artikel – het daarbij gaat om een niet-journalistieke gedraging.
 
BESLISSING
 
Klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 10 april 2008 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, dr. M.J. Broersma, mw. drs. M.G.N. Mathot, drs. P. Sijpersma en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.