2008/11 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Bunschoter
 
Bij brief van 1 september 2007 met een bijlage, bij de Raad binnengekomen op 3 december 2007, heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Bunschoter (hierna: verweerder). Voorts heeft klager bij brief van 26 november 2007 een tweede klacht ingediend tegen verweerder. Hierop heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 13 december 2007 verzocht gemotiveerd aan te geven waarom hij zijn eerste klacht niet binnen de termijn van zes maanden na de publicatie bij de Raad heeft ingediend en verzocht zijn tweede klacht te specificeren. Klager heeft daarop geantwoord in een schrijven van 27 december 2007. A. Muijs, hoofdredacteur, heeft op de klachten gereageerd in een schrijven van 5 februari 2008.
 
De ontvankelijkheidsvraag is behandeld ter zitting van de Raad van 29 februari 2008 in aanwezigheid van klager.
 
DE FEITEN
 
Op 28 maart 2007 is in De Bunschoter een artikel verschenen onder de kop “Woning aan Sint Nicolaasweg ontruimd” over een huisuitzetting van klager.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager maakt allereerst bezwaar tegen het artikel van 28 maart 2007. Volgens klager is het artikel onjuist en is ten onrechte geen hoor en wederhoor toegepast. Verweerder heeft onvoldoende onderzoek verricht, feiten weggehouden en zich partijdig opgesteld, aldus klager.
Verder maakt klager meer in het algemeen bezwaar tegen de houding van verweerder en de wijze waarop verweerder over hem bericht. Klager voelt zich onheus bejegend en aangetast in zijn goede naam.
Wat betreft zijn ontvankelijkheid stelt klager dat hij, daar hij inmiddels niet meer in Bunschoten woonachtig was, anderhalf tot twee maanden na de publicatie op de hoogte is geraakt van het artikel. Ter zitting heeft klager desgevraagd meegedeeld dat hij het artikel in de zomer van 2007 in handen heeft gekregen. Vanwege diverse persoonlijke omstandigheden is hij niet in staat geweest eerder een klacht in te dienen.
 
Verweerder stelt dat klager enige weken na de publicatie van 28 maart 2007 een redactielid heeft gebeld om zich te beklagen over de berichtgeving. Dat hij niet in staat is geweest om eerder te reageren is dus onzin, aldus verweerder.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.  
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.

Vaststaat dat de eerste klacht niet binnen zes maanden na de gewraakte publicatie bij de Raad is binnengekomen.

Naar het oordeel van de Raad kunnen de door klager aangevoerde omstandigheden niet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar doen zijn. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat uit de stukken en hetgeen klager ter zitting heeft meegedeeld aannemelijk is geworden, dat klager zich reeds enkele weken na de publicatie tot verweerder heeft gewend en zijn bezwaren tegen de berichtgeving heeft kenbaar gemaakt en dat klager in de zomer van 2007 over een kopie van het artikel beschikte.

Klager heeft voorts onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het hem redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen dat hij vervolgens de klacht niet binnen de termijn heeft ingediend c.q. namens hem heeft laten indienen.
Klager moet dan ook in zijn klacht niet-ontvankelijk worden verklaard. (vgl. onder meer: RvdJ 2008/4)
 
Ten aanzien van de tweede klacht overweegt de Raad het volgende. Artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt: “Het klaagschrift moet zijn gedagtekend en ondertekend en bevatten: (…) b. de feiten en gronden waarop de klacht berust.”
Daaruit kan worden afgeleid dat de klacht moet zijn voorzien van de publicatie waarop deze betrekking heeft. Dat kan een fotokopie van een artikel zijn of – als het gaat om radio of televisie – een opname van de betreffende uitzending of eventueel de uitgetypte letterlijke tekst.
 
Klager heeft, hoewel daartoe door de Raad te zijn uitgenodigd, geen fotokopie van een artikel overgelegd en ook overigens zijn klacht niet nader geconcretiseerd. Het klaagschrift is in zoverre derhalve niet voor behandeling vatbaar, zodat klager in deze klacht evenmin ontvankelijk is. (vgl. onder meer: RvdJ 2007/22)

BESLISSING
 
Klager is in zijn klachten niet-ontvankelijk.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Bunschoter te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 10 april 2008 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, dr. M.J. Broersma, mw. drs. M.G.N. Mathot, drs. P. Sijpersma en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.