2007/9 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
H. de Herdt en de hoofdredacteur van ‘Actienieuws’ en ‘Hart van Nederland’ (SBS)
 
Bij brief van 26 december 2006 met vijf bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen H. de Herdt en de hoofdredacteur van Actienieuws/Hart van Nederland (SBS) (hierna: verweerders). Hierop heeft H.H.J. Verhagen, medewerker Juridische Zaken SBS Broadcasting B.V., geantwoord in een brief van 31 januari 2007 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 februari 2007, waar klager in het bijzijn van J.A.M. Martens is verschenen. Aan de zijde van verweerders zijn voornoemde Verhagen en M. van der Ree, hoofdredacteur, verschenen.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzendingen bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 28 juli 2006 vond bij de rechtbank in Arnhem een rechtszitting plaats waar klager terecht stond voor het plegen van ontuchtige handelingen met drie minderjarige leden van een jeugdclub waaraan hij leiding gaf. In een uitzending van diezelfde avond van het televisieprogramma 'Actienieuws' is aan die zitting aandacht besteed.
De uitzending is door de presentatrice ingeleid als volgt:
“Onrust onder een groep ouders uit Nijmegen bij een rechtszaak vandaag tegen een vermeende pedofiel die zich voordeed als padvinder-hopman. Justitie kan namelijk maar een lage celstraf eisen tegen Jeroen C. De jongens die verklaringen hebben afgelegd zijn namelijk autistisch waardoor de bewijzen niet keihard gemaakt kunnen worden.”
Vervolgens zijn beelden getoond van Nijmegen waarbij door een voice-over onder meer is gemeld:
“Jarenlang is Jeroen C. de onbetwiste leider geweest van een padvinder-achtige groep in hartje Nijmegen. In 1998 was hij na misbruik van kinderen al geroyeerd door Scouting Nederland maar hij was daarna gewoon een eigen groep begonnen. De uiterst vriendelijk ogende man richtte zich op probleemjongeren en autistische kinderen. Aan enkelen zou hij zich meerdere malen hebben vergrepen.
Daarna is de zittingszaal in beeld gebracht, waarbij een deel is te horen van het voorlezen van de tenlastelegging door de rechter. Aansluitend zijn beelden getoond van de rechtbank en de omgeving, waarbij een voice-over meldt waarvan klager is beschuldigd en wat hij ter verdediging heeft aangevoerd.
Verder bevat de uitzending een interview van verslaggever H. de Herdt met de ouders van één van de jongens die aangifte hebben gedaan.
Hierna vraagt de presentatrice aan De Herdt, die op dat moment voor het gerechtsgebouw in Arnhem staat, hoeveel aangiftes tegen klager zijn binnengekomen. De Herdt antwoordt daarop:
“Ja, vandaag ging het over drie jongens die ten tijde dat het zich allemaal afspeelt zo'n 12, 13 jaar oud waren. Maar er zou inmiddels ook een melding binnen zijn gekomen van een meisje. Nou, hoe ging Jeroen volgens de meldingen te werk? Hij ontbood mensen tijdens campingvakanties van die padvinderij-achtige groep in zijn tent of blokhut en liet ze zich uit kleden. Hij heeft ook jongens gezegd dat ze bij hem in de tent moesten slapen en in een later stadium heeft hij gezegd dat de jongens bij hem thuis moesten komen voor begeleidingsgesprekken. Uit processen-verbaal weten we inmiddels dat hij één van die jongens minstens 10 keer misbruikt heeft.”
Daarop vraagt de presentatrice:
“Eigenlijk wel een hele sluwe manier van opereren van hem, hè?”
De reactie van De Herdt luidt:
“Ja, vind ik in ieder geval wel. Als leider van zo'n kampeerweekend sta je op een voetstuk, ben je de baas. Bovendien heb ik in ieder geval het gevoel dat hij stevig misbruik heeft gemaakt van het feit dat een aantal slachtoffers autistisch zijn. Dan kun je gewoon wat moeilijker praten over dingen die je overkomen zijn.”
En hij vervolgt:
“Nou, is het nu wel of niet het geval. We hebben het Jeroen C. gewoon even zelf gevraagd toen hij de rechtbank uit kwam.”
Vervolgens worden beelden getoond waaruit kan worden afgeleid dat De Herdt richting klager loopt, die voor het gerechtsgebouw met iemand staat te praten. Nog voor hij bij klager staat begint De Herdt met het volgende interview:
De Herdt: “Dag Jeroen. Jij zegt dat je onschuldig bent. Dus is de vraag. Ben je pedofiel?”
Klager: “Dat heb ik in de rechtzaak duidelijk gezegd. Nee, dat ben ik niet. Ben ik ook nooit geweest.”
De Herdt: “Maar hoe zit het dan met autistische jongens, liegen die dan in dit geval?”
Klager: “Luister es, er zijn meerdere autistisch jongens waar het hier over gaat.”
De Herdt: “Maar hoe kan het dan dat u in de jaren '80, de jaren '90 en nu weer voor de rechter staat voor vergelijkbare klachten?”
Klager: “De jaren '80, de jaren '90 en nu, dan noemt u drie keren. Dan weet u één keer meer dan ik.”
De Herdt: “U bent toch al een keer veroordeeld.”
Klager: “Ja, dat is acht jaar geleden en daar had ik tegen in verzet moeten gaan, daar heb ik niet hard gevochten. Maar, er is niets gebeurd.”
Daarna keren de beelden terug naar de studio en vraagt de presentatrice:
Tot slot Hans, heb je enig idee hoe het is met de slachtoffers?”
Daarop meldt De Herdt onder meer dat hij één van de betrokken jongens heeft gezien en gesproken. Deze jongen zat in de rechtszaal en was, aldus De Herdt, zo gespannen dat zijn vingers helemaal verkrampt waren.
 
Op 11 augustus 2006 heeft de rechtbank in Arnhem uitspraak gedaan. Daarbij is klager vrijgesproken van één van de ten laste gelegde feiten en voor de overige twee feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk niet ten uitvoer zullen worden gelegd. In televisie-uitzendingen van ‘Actienieuws’ en ‘Hart van Nederland’ van diezelfde dag is aan de uitspraak aandacht besteed. In die uitzendingen zijn enkele beelden van de uitzending van 28 juli herhaald, waaronder een deel van het interview met klager. Verder bevatten deze uitzendingen een interview met de directeur van Scouting Nederland en een korte reactie van de persrechter op de uitspraak, die uitlegt dat de rechter moet uitgaan van hetgeen wettig bewezen is. Daarop meldt de voice-over dat het gaat om autistische jongens, die niet goed kunnen uitleggen wat hun is overkomen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat sprake is van eenzijdige, ongenuanceerde, suggestieve berichtgeving. Volgens klager heeft De Herdt zich vooringenomen opgesteld en zich enkel laten leiden door de verhalen van de slachtoffers. Daarbij wijst klager onder meer op het deel van de uitzendingen waarin verslag wordt gedaan van de psychische klachten van één van de jongens. Daarnaast betwijfelt klager of De Herdt hetgeen ter zitting aan de orde is geweest wel goed heeft gevolgd, nu hij de gehele tijd in gesprek was verwikkeld met de moeder van één van de jongens.
De uitzendingen bevatten ook diverse onjuistheden, aldus klager. Zo heeft hij de groep niet zelf opgezet, maar bestond die al. Verder wordt door de vermelding dat ‘inmiddels’ een aangifte van een meisje was binnengekomen ten onrechte gesuggereerd dat het ging om een nieuw feit. Die zaak was echter al op een eerdere rechtszitting aan de orde geweest en is verder niet meer inhoudelijk door de rechter behandeld. Daarnaast is ten onrechte de indruk gewekt dat alle betrokken jongens autistisch zouden zijn. De jongen die De Herdt heeft gezien en die achter gesloten deuren een verklaring heeft afgelegd, is dat echter niet. Ten aanzien van de beschuldigingen van deze jongen is klager uiteindelijk vrijgesproken. De suggestie dat alleen vanwege de gebrekkige verklaringen van autistische jongens sprake was van onvoldoende bewijs, is dus niet juist.
Verder meent klager dat onvoldoende aandacht is besteed aan het feit dat hij altijd alle beschuldigingen heeft ontkend en die met voldoende argumenten heeft kunnen ontkrachten. Hij is alleen veroordeeld voor het feit dat hij heeft erkend. Dat ene voorval, waarbij twee jongens waren betrokken, had niets met lustbeleving te maken, maar was opvoedkundig bedoeld. Ten onrechte is dan ook in de uitzendingen vermeld dat uit processen-verbaal zou blijken dat klager een van de jongens minstens tien keer zou hebben misbruikt.
Ter ondersteuning van zijn standpunten wijst klager nog op een publicatie in de Volkskrant, waarin naar zijn mening wél op een zorgvuldige wijze over zijn strafzaak is bericht.
Klager stelt voorts dat De Herdt hem op een agressieve wijze heeft benaderd en hem geen gelegenheid heeft gegeven op rustige wijze zijn verhaal te doen. Volgens klager hebben ook andere aanwezigen geklaagd over de agressieve vraagstelling van De Herdt. Klager wijst erop dat hij de nacht voor de zitting weinig slaap had gehad en dat de zitting voor hem zeer intensief was. Het duurde daarom even alvorens hij besefte wat hem overkwam. Op het moment dat hij zich realiseerde dat de vraagstelling suggestief was en De Herdt niet geïnteresseerd leek in zijn antwoorden, heeft hij het gesprek beëindigd. Dat is echter niet uitgezonden. In dit verband wijst klager erop dat zijn advocate in gesprek was met een andere journalist, waarmee van tevoren een afspraak was gemaakt, en dus niet kon ingrijpen. Klager meent dat hij op zijn minst onherkenbaar in beeld gebracht had moeten worden, net zoals is gebeurd met de ouders van één van de jongens.
Klager betoogt dat sprake is van een moedwillige beschadiging van zijn persoon en zijn integriteit. Ten gevolge van de uitzendingen is zijn sociale en maatschappelijke isolement oneindig en volstrekt onnodig vergroot.
 
Verweerders stellen dat in ‘Actienieuws’ en ‘Hart van Nederland’ actuele maatschappelijke thema’s worden belicht. Zij houden zich altijd aan de morele journalistieke codes, waarbij voortdurend de verschillende belangen die in het geding zijn tegen elkaar worden afgewogen. De maatschappelijke relevantie van de berichtgeving was erin gelegen dat klager als jeugdwerker voor een tweede keer werd veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met – dit keer autistische – minderjarigen. De rechtszitting genoot, gelet op de aard van de zaak, veel publieke belangstelling en diverse media waren aanwezig om daarvan verslag te doen.
De Herdt heeft na de zitting gesproken met de ouders van de slachtoffers en klager in de gelegenheid gesteld daar op te reageren. Daarvan heeft klager ook gebruik gemaakt. Verweerders betwisten dat klager daarbij is overvallen. Het interview is deels in het bijzijn van de advocaat van klager gevoerd. Geen van beiden heeft aangegeven geen vragen te willen beantwoorden, noch hebben zij het gesprek afgebroken. Klager, zijn advocate en De Herdt waren nog geruime tijd aanwezig bij de rechtbank. In die tijd heeft klager noch zijn advocate bezwaar gemaakt tegen de opname. Evenmin hebben zij gevraagd klager onherkenbaar in beeld te brengen.
Verweerders menen dat klager ten onrechte doet voorkomen dat hij het slachtoffer is. Hij lijkt geen besef te hebben van de schade die bij de betrokken jongens teweeg is gebracht.
Volgens verweerders geven de uitzendingen een duidelijk en afgewogen beeld van de strafzaak tegen klager. Zij zijn zorgvuldig te werk gegaan en hebben voldaan aan het vereiste van hoor en wederhoor. Van het opzettelijk beschadigen van klager is geen sprake.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1. klager is door De Herdt onheus bejegend;
2. klager is ten onrechte herkenbaar in beeld gebracht;
3. de uitzendingen behelzen suggestieve en ongenuanceerde berichtgeving.
 
Ad 1.
In de eerste uitzending wordt verslag gedaan van hetgeen zich rondom de behandeling van de strafzaak tegen klager heeft afgespeeld. Kennelijk waren diverse media aanwezig om van de rechtszitting verslag te doen. In een dergelijk geval is het niet ongebruikelijk dat media na afloop een reactie wensen van alle betrokkenen. De advocate van klager had daarvan tevoren op de hoogte moeten althans kunnen zijn. Zij had klager daarop moeten voorbereiden dan wel – voor zover klager geen contact wenste met media – op enigerlei wijze behoren te voorkomen dat media zich direct tot klager zouden wenden.  
Dat De Herdt klager heeft benaderd voor diens reactie, acht de Raad niet journalistiek onaanvaardbaar. Dat die benadering van De Herdt op klager wellicht agressief is overgekomen, is daarvoor onvoldoende. Er is geen grond voor het oordeel dat De Herdt aldus grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Dit onderdeel van de klacht is dan ook ongegrond.
 
Ad 2.
Het voorgaande neemt niet weg dat de journalistieke verantwoordelijkheid met zich brengt dat de persoonlijke levenssfeer van degene over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is.
 
Bovendien is, volgens het vaste oordeel van de Raad, ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden bijzondere terughoudendheid geboden. Een journalist dient zoveel mogelijk te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden geïdentificeerd. Dat de identiteit van de betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt de publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privé-leven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds.
 
Niet is gebleken dat met het herkenbaar in beeld brengen van klager een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager.Klager had onherkenbaar in beeld kunnen worden gebracht, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Dat klager niet uitdrukkelijk heeft verzocht om onherkenbaar in beeld te worden gebracht, biedt geen rechtvaardiging voor de handelwijze van verweerders. Zij hebben op dit punt een eigen verantwoordelijkheid. Van de ter zake vereiste belangenafweging in bovengenoemde zin is niet gebleken. Overigens hebben verweerders kennelijk wél aanleiding gezien om niet de volledige naam van klager te vermelden, maar alleen diens voornaam en de eerste letter van zijn achternaam.
 
Onder deze omstandigheden vormt het herkenbaar in beeld brengen van klager een ongerechtvaardigde aantasting van zijn privé-leven. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond. (vgl. onder meer X tegen RTV Noord, RvdJ 2006/47)
 
Ad 3.
Naar het oordeel van de Raad dient een journalist bij berichtgeving over een maatschappelijk beladen onderwerp als het onderhavige – het (vermeend) plegen van ontucht met minderjarigen – bijzonder zorgvuldig en terughoudend te zijn.
 
Ten tijde van de uitzending van 28 juli 2006 had de rechter nog geen uitspraak gedaan over hetgeen klager ten laste was gelegd. Deze uitzending laat de kijker echter weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat vaststaat dat klager moedwillig van zijn positie als leider van een jeugdkamp misbruik heeft gemaakt en herhaaldelijk ontuchtige handelingen met meerdere jongens heeft gepleegd.
 
Verder wordt zowel in de uitzending van 28 juli als in de uitzending van 11 augustus 2006 benadrukt dat het gaat om autistische jongens. Gesuggereerd wordt dat de milde straf voor klager enkel en alleen het gevolg is van het feit dat de desbetreffende jongens niet goed hebben kunnen uitleggen wat hun is overkomen, waardoor het bewijs tegen klager niet kon worden hard gemaakt.
 
Gelet op de gevoeligheid van het onderwerp had het in de rede gelegen als verweerders evenwichtiger en meer genuanceerd over de strafzaak tegen klager hadden bericht. Zo hadden zij bijvoorbeeld niet met stelligheid behoren te vermelden dat zij ‘uit processen-verbaal weten dat hij één van die jongens minstens 10 keer misbruikt heeft’. De tenlastelegging biedt voor deze bewering – die als vaststaand feit is gepresenteerd – onvoldoende grondslag. Voorts heeft de rechtbank in haar vonnis bewezen verklaard dat klager ten opzichte van twee minderjarigen een ontuchtige handeling heeft gepleegd. 
 
De Raad is dan ook van oordeel dat verweerders zodanig eenzijdig en suggestief over de strafzaak tegen klager hebben bericht dat zij daarmee grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen het herkenbaar in beeld brengen van klager en de wijze waarop over zijn strafzaak is bericht, is de klacht gegrond. Voor zover de klacht is gericht tegen de benadering van klager door De Herdt is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in uitzendingen van ‘Actienieuws’ en ‘Hart van Nederland’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 maart 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.