2007/84 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
F.A.C.J. van der Vorm
 
tegen
 
J. van den Dongen, B. Olmer en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 19 oktober met twee bijlagen heeft F.A.C.J. van der Vorm te ’s-Gravenhage (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. Van den Dongen, B. Olmer en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Reekers, hoofdredactie De Telegraaf, geantwoord in een brief van 16 november 2007 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 november 2007, in aanwezigheid van klager, die zijn klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klager desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 18 september 2007 is in De Telegraaf een artikel verschenen van de hand van Van Dongen en Olmer onder de kop “‘Koninklijke’ directeur beschuldigd van diefstal”.
Het intro bij het artikel luidt:
“Frank van der V. (48), de omstreden directeur van stichting ‘Koninklijk Verbonden’, wordt door betrokkenen beschuldigd van het verduisteren van € 1,5 miljoen uit de stichtingskas.”
In het artikel staan verder onder meer de volgende passages:
“De stichting is verantwoordelijk voor de jaarlijkse ontvangst op Prinsjesdag in paleis Lange Voorhout, waar vandaag zo’n 500 ‘captains of industry’ van koninklijke bedrijven worden verwacht. Bedrijven en instellingen eisen het faillissement van de stichting, die vorige week surséance van betaling kreeg. De Telegraaf kreeg van betrokkenen, die de directeur beschuldigen van verduistering, inzage in delen van de financiële administratie. Ze hebben de FIOD ingelicht wegens vermeende fraude met btw-afdracht.” 
en
“Adjunct-directeur Sjoerd van den Berg van het Concertgebouworkest: “Ook wij zijn in de mooie praatjes getuind van Frank van der V. Hij had een fantastisch plan voor een gigantisch concert in de ArenA, dat op 28 april had moeten plaatshebben. Jaap van Zweden zou dirigeren. Maar het bleek allemaal een luchtkasteel.”
en
“Van der V., op wiens huis beslag is gelegd door BMW Nederland, noemt de aantijgingen “prietpraat”. ”Iedereen mag mijn boekhouding doorkijken. De Fiod heeft geen contact met mij gezocht over het zogenaamde gesjoemel met btw-afdracht.” Het administratiekantoor van de stichting moet erkennen ‘geen definitieve cijfers te kunnen geven over de laatste jaren”. Bewindvoerder J.C. Rosenberg Polak, aangesteld door de rechtbank Den Haag om helderheid te brengen in de financiële chaos van de stichting, is nog volop bezig met het financiële onderzoek.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij door de publicatie zeer ernstig in zijn eer en goede naam is aangetast. Zo wordt hij in de kop van het artikel en het artikel zelf beschuldigd van diefstal, zonder dat op enige wijze aannemelijk is gemaakt dat van een dergelijk misdrijf sprake is. Klager benadrukt dat hij geen geld heeft verduisterd. Ter onderbouwing hiervan legt hij een verklaring over van de administrateur van de stichting waarin wordt verklaard dat alle ontvangsten en uitgaven van de stichting door de directie correct zijn verantwoord en er geen sprake is van het verdwijnen van geld. Ter zitting voegt hij hieraan toe dat hij alle uitgaven kan verantwoorden en dat hij De Telegraaf had uitgenodigd zelf de boeken te laten bekijken. Hij benadrukt tevens dat er geen politieonderzoek noch een onderzoek van de FIOD tegen hem gaande is. Klager stelt dat hij als gevolg van de publicatie zijn baan en inkomen is kwijtgeraakt. Naar aanleiding van het artikel wilde geen van de leden de stichting te hulp schieten, waardoor de surseance van betaling van de stichting waar klager werkzaam was, niet kon worden voortgezet. Verder verwacht hij dat het artikel in de toekomst nog vele jaren voor schade zal zorgen, door de publicatie van het artikel op internet en het onbegrensd citeren door andere media daarvan. Ter zitting heeft klager hieraan toegevoegd dat ook andere projecten als gevolg van de publicatie zijn afgeblazen. Dit alles klemt volgens klager temeer nu zijn reactie op de beschuldigingen niet in het artikel is opgenomen.
Daarnaast maakt klager bezwaar tegen zijn vermelding met initialen en het opnemen van zijn foto met een balkje voor zijn ogen. Daarmee wordt gesuggereerd dat men met een crimineel van doen heeft, aldus klager. Hier voegt klager ter zitting nog aan toe dat verweerders vijf dagen voor de gewraakte publicatie een ander artikel over hem hebben gepubliceerd, waar zijn volledige naam met foto – zonder balkje – bij is vermeld.
 
Verweerders menen dat de suggestie van klager dat zij hem hebben gecriminaliseerd door hem in het artikel met initialen aan te duiden en een foto met balkje weer te geven onzinnig is. Volgens verweerders is de aard van de beschuldigingen en de maatschappelijke status van de mensen en organisaties die de beschuldigingen jegens klager hebben geuit voldoende aanleiding om klager – conform normaal journalistiek gebruik – te anonimiseren. 
Verder voeren verweerders aan dat de beschuldigingen jegens klager nergens in het artikel als feit zijn gepresenteerd, maar alleen is weergegeven dat er mensen en organisaties zijn die klager betichten van diefstal. Verder hebben zij in het artikel enkel vermeld dat de FIOD is ingelicht door betrokkenen en niet dat er een onderzoek door de FIOD gaande is. Hoewel verweerders toegeven dat zij de reactie van klager niet bij het artikel hebben opgenomen, heeft wederhoor wel plaatsgevonden, aldus verweerders. Daarbij stellen verweerders dat klagers reactie wel op de website is gepubliceerd.
Ten slotte stellen verweerders dat klagers aantijging dat het gewraakte artikel de oorzaak is van de ondergang van zijn stichting en van het verliezen van zijn baan en inkomsten, uiterst kwalijk is. Volgens verweerders hebben zij pas bericht over de situatie toen zich al schuldeisers hadden gemeld. Bovendien was er toen al beslag gelegd op de woning van klager en had zowel het erecomité van de stichting als de Raad van Advies al gebroken met de stichting vanwege financiële onduidelijkheden.

Verweerders concluderen dat de gewraakte publicatie inhoudelijk juist is en voldoet aan de journalistieke normen en waarden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat in de gewraakte publicatie ernstige beschuldigingen aan het adres van klager worden geuit, zonder dat deze voldoende onderbouwd zijn.
 
De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van bekende personen bij onoorbare praktijken. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
 
Dit neemt echter niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Zo behoort een journalist bij het publiceren van beschuldigingen te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
 
In het gewraakte artikel wordt aandacht besteed aan de penibele financiële situatie van de stichting Koninklijk Verbonden, waarvan klager directeur is. Daarbij wordt vermeld dat klager door betrokkenen wordt beschuldigd van het verduisteren van € 1,5 miljoen uit de stichtingkas.
 
Naar het oordeel van de Raad wordt door de inhoud en opmaak van het artikel, waarbij een foto van klager met een balkje voor zijn ogen is geplaatst, de sterke suggestie gewekt dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal en verduistering. Hierdoor zijn het imago en de integriteit van klager in aanzienlijke mate aangetast. Aldus is sprake van een zodanige diskwalificatie van klager dat verweerders deze niet zonder een deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren. Een dergelijke grondslag ontbreekt echter. De beschuldiging en diskwalificatie ten aanzien van klager vinden naar het oordeel van de Raad onvoldoende steun in de in het artikel genoemde feiten en zijn voornamelijk gebaseerd op een beschuldiging van anonieme ‘betrokkenen’. Zo vermeldt het artikel dat betrokkenen klager beschuldigd hebben van verduistering en dat ze de FIOD hebben ingelicht wegens vermeende fraude met btw-afdracht. Klager heeft evenwel in zijn stukken en ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat van een onderzoek door de FIOD niet is gebleken.
 
De Raad komt derhalve tot de slotsom dat verweerders door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
 

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 27 december 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. C.M. Buijs, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.