2007/82 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
M. Ruepert en de hoofdredacteur van Panorama
 
Bij brief van 15 oktober 2007 met één bijlage heeft mw. mr. K.J.M.M. Roelofs, advocaat te Haarlem, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Ruepert en de hoofdredacteur van Panorama (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. M. van der Werf, als jurist werkzaam bij Sanoma Uitgevers, geantwoord in een brief van 8 november 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 november 2007, alwaar namens klager voornoemde mr. Roelofs is verschenen. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft mr. Roelofs desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
In week 34 van 2007 is in Panorama een artikel verschenen van de hand van Ruepert onder de kop “De Doodseskaders van de Nedermaffia”.
Het intro bij het artikel luidt:
“Ze laten dna-sporen achter op moordwapens, ze laten die wapens vervolgens rondslingeren en als ze dan bij de recherche in beeld komen, gaan ze praten – zingen in de misdaadjargon. Wie zijn deze loopjongens van de Nedermaffia?”
In het artikel staan verder onder meer de volgende passages:
“De zaak Perugia - Kroegbaas Thomas van der Bijl is op 20 april 2006 zijn café De Hallen in Amsterdam-West aan het stofzuigen, als iemand vijf kogels op hem afvuurt. Hij overlijdt ter plekke. Achteraf blijkt dat het maanden duurde eer iemand de klus wilde klaren.”
en
“X (47) uit (…)
Cv: Bevriend met (…).
Zijn rol: (…) vraagt hem te helpen bij de moord op Thomas van der Bijl. X regelt de bivakmuts en de telefoons en stippelt de vluchtwegen uit. Hij haakt echter na een week van observeren af, omdat hij de moord een ‘ver-boven-mijn-bed-show’ vindt.
Verblijft: In voorarrest.
Moordenaarstype? Hij barst in tranen uit als de rechtbank hem meedeelt dat hij na tien maanden nog langer in de cel moet blijven.”
 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerders met de publicatie de grenzen hebben overschreden van zorgvuldige journalistiek, nu de inbreuk op zijn privacy niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie. Zo ontkent klager stellig een telefoon te hebben geleverd dan wel vluchtwegen te hebben uitgestippeld. Op dit moment is het onderzoek nog in volle gang en is er nog geen zicht op de inhoudelijke behandeling van de zaak door de rechtbank in eerste aanleg.
Ten tweede maakt klager bezwaar tegen vermelding van zijn volledige naam. Er was volgens hem geen acute reden voor identificatie en hij had ook geanonimiseerd weergegeven kunnen worden zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. De vermelding van zijn volledige naam moet volgens klager dan ook worden aangemerkt als een ontoelaatbare inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer.
 
Verweerders stellen dat de in het artikel vermelde feiten zijn verkregen op een pro forma zitting waarbij Ruepert aanwezig is geweest. Daarbij geven verweerders aan dat het wellicht beter was geweest om deze feiten wat minder als vaststaande feiten te presenteren. Echter, uit het feit dat klager in voorarrest zit, kan de lezer volgens verweerders opmaken dat klager thans nog niet is veroordeeld en dat hij op dit moment nog slechts verdachte is. Verweerders onderkennen voorts dat bij verdachten in de regel initialen worden gebruikt of de volledige voornaam en de achternaam als initiaal, maar zij merken op dat journalist en redactie de vrijheid hebben om daar zelf een beslissing in te nemen. Nu de naam van klager reeds overal rondzong, en ook kenbaar was gemaakt door Elsevier, meenden verweerders dat zij zijn volledige naam ook konden vermelden. Ook de namen van de andere verdachten in de betreffende publicatie zijn volledig genoemd. Verweerders menen voorts dat de betreffende strafzaak voor zoveel opschudding zorgt binnen onze maatschappij dat het hun taak is om de lezers kenbaar te maken wie de personen zijn achter de verschillende liquidaties in Nederland. Verweerders concluderen dat zij zich hebben gehouden aan de journalistieke regels zoals verwoord in de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
  1. in het artikel wordt ten onrechte de volledige naam van klager vermeld;
  2. de genoemde feiten worden ten onrechte als vaststaand gebracht.
 
Ad 1.
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek.)
 
Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
Dat de identiteit van een betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt die publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijk belang anderzijds. (vgl. onder meer: X tegen het Dagblad van het Noorden, RvdJ 2007/11)
 
In dit geval is niet gebleken dat met de vermelding van klagers naam een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Klager had anoniem kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Niet valt in te zien dat door het weglaten van klagers volledige naam een onaanvaardbare onduidelijkheid voor de lezer zou zijn ontstaan.
 
Hieruit volgt dat verweerders niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van diens privacy hebben afgewogen tegen het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend. Daarbij acht de Raad van belang dat klagers naam wellicht door enkele media eerder volledig is genoemd, maar dat niet is gebleken dat klagers naam veelvuldig voorkomt op internet. Naar het oordeel van de Raad vormt het vermelden van de volledige naam van klager in het gewraakte artikel in dit geval een ongerechtvaardigde aantasting van zijn privéleven. Verweerders hebben aldus grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 2.
In het gewraakte artikel wordt beweerd dat klager bivakmutsen en telefoons regelt en dat hij vluchtwegen uitstippelt. Tegen de achtergrond van het artikel – de moord op kroegbaas Thomas van der Bijl – is dit een zodanig zware beschuldiging, dat verweerders deze niet zonder deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren. De beschuldiging is volgens verweerders gebaseerd op gegevens die op de pro forma zitting zijn verstrekt. Ten tijde van publicatie van het artikel had de rechter nog geen uitspraak gedaan over hetgeen klager ten laste was gelegd. Dit artikel laat de lezer echter weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat vaststaat dat klager een bijdrage heeft geleverd aan een moord.
 
Gelet op de zware beschuldiging waar het om gaat had het in de rede gelegen als verweerders evenwichtiger en meer genuanceerd over de strafzaak tegen klager hadden bericht. Zo hadden zij bijvoorbeeld niet met stelligheid behoren te vermelden dat klager de bivakmutsen en telefoons regelt en vluchtwegen uitstippelt. Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het verhandelde op de pro forma zitting voor deze bewering – die als vaststaand feit is gepresenteerd – onvoldoende grondslag biedt.
 
De Raad is dan ook van oordeel dat verweerders zodanig eenzijdig en suggestief over de strafzaak tegen klager hebben bericht dat zij daarmee grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond. 
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Panorama te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 27 december 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. C.M. Buijs, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.