2007/81 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M.C.W. Zwakhalen
 
tegen
 
H.J. Korterink en de hoofdredacteur van Aktueel Sportief
 
Bij brief van 10 september 2007 met één bijlage heeft mr. J.B. Bogaart, advocaat te Geleen, namens mevrouw M.C.W. Zwakhalen te Sittard (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen H.J. Korterink en de hoofdredacteur van Aktueel Sportief (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. mr. E.M.F van Doorn, advocaat te Gilze, geantwoord in een brief van 8 november 2007 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 november 2007, alwaar klaagster en voornoemde Bogaart zijn verschenen. Bogaart heeft de klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Van de zijde van verweerders zijn verschenen voornoemde Van Doorn, Korterink en R. van den Ham, lid van de hoofdredactie.
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
In nummer 35 van Aktueel Sportief is een artikel verschenen onder de kop “Hoe kan ik bewijzen dat ik het niet gedaan heb?”.
Het intro bij het artikel luidt:
“Olaf H. (34) uit Sittard is tot levenslang veroordeeld voor de zogenaamde BMW-moorden, waarbij Jo en Ine Zwakhalen (beiden 59) werden doodgeschoten en kleindochter X (9) een kogel in haar hoofd kreeg. Voor politie en de media was hij van het begin af aan de gedoodverfde dader en één ding is zeker: hij had géén alibi. Aktueel Sportief verdiepte zich in het dossier, sprak met Olaf en zijn advocaat en raakte aan het twijfelen. Olaf is alleen veroordeeld op basis van verklaringen van anderen, er is geen enkel technisch bewijs. En zelfs het Hof kan in hoger beroep met de beste wil van de wereld geen motief bedenken.”
In het artikel staan verder onder meer de volgende passages:
“Ja hoor, het is weer zover. Wéér iemand onschuldig veroordeeld. Tunnelvisie, foute rechercheurs, oogkleppen bij justitie.”
en
“De dader: Olaf H. Hij had een BMW gekocht bij Zwakhalen maar in plaats van te betalen schoot hij drie mensen neer. Hij vluchtte, later kwam hij met het verhaal dat er tegelijk met hem een onbekende man daar was geweest, maar helaas had verder niemand die gezien. Levenslang dus.”

en
“De rechtbank en het Hof kennen weinig twijfels. “De rechtbank acht het uitgesloten dat een ander dan de verdachte na de schietpartij en voor de komst van de politie het perceel heeft verlaten.” In hoger beroep overweegt het Hof: “Uit niets blijkt van een ruzie of anderszins gespannen sfeer, de verdachte heeft na kalm beraad en rustig overleg de dodelijke schoten gelost.””
en
“Eerst maar eens de advocaat gebeld, Maurice Stassen in Tilburg. Niet de eerste de beste. Hij is duidelijk: Olaf heeft vanaf het begin af aan ontkend, ondanks zeer intensieve verhoren, op de rand van het toelaatbare. Er is geen enkel technisch bewijs, er zijn alleen verklaringen en omstandigheden en er is geen duidelijk motief.”
en
“De nabestaanden zijn geheel overtuigd van Olafs schuld: hij wordt meteen al bedreigd en iedereen die iets met Olaf te maken heeft, de advocaat, zijn ouders, wordt als ‘moordenaar’ toegeschreeuwd.”
en
“Olaf wordt uiteindelijk veroordeeld, ook in hoger beroep, op de verklaringen van twee kinderen: de 12-jarige Serge die in de buurt aan het spelen was en de 9-jarige X. Er wordt ook veel belang gehecht aan de verklaringen van de twee hennepvrienden die beweren dat ze Olaf met een wapen hebben gezien. “Ik maak me steeds kwader over de verklaringen die er zijn afgelegd en die niet kloppen. De jongens die zeggen dat ik een vuurwapen had, kwamen daar pas veel later mee, ze zijn via via benaderd. De één is ’s morgens gehoord, de ander ’s middags en toen hebben ze dat lulverhaal opgehangen. Eén van die jongens is familie van de slachtoffers, tijdens de zitting bij het Hof zaten ze bij de nabestaanden.””
en
“Ook de verklaringen van X, die anderhalf jaar na dato voor het eerst ondervraagd kan worden, lijken deels geïnspireerd door de rancuneuze familie. Het komt wel heel erg gelegen, net voor de behandeling in hoger beroep. Volgens het Hof vertelt zij ’oprecht en spontaan wat haar te binnen schiet’, terwijl ze vier keer verklaart dat ze ‘bepaalde kennis van tante Tiny heeft gekregen.’ Deskundige Crombag constateert dat het niet reconstrueerbaar is wat X wel of niet authentiek kan weten, het Hof denkt daar anders over.”
en
“Zwakhalen handelde niet alleen in auto’s: in huis lagen vier vuurwapens met weggevijlde serienummers en munitie, en een bedrag van 50.000 euro aan contant geld. Bovendien had Zwakhalen veertien dagen vóór het gebeurde problemen met een klant die had gezegd: “Als je het geld niet geeft of een andere auto, dan schiet ik je kapot.” Een week voor de schietpartij had een andere getuige ook een ontevreden klant gezien. Hij moest van Jo doen alsof hij er niet was. De beschrijving komt overeen met die van de ‘onbekende man’ die Olaf zegt te hebben gezien. Volgens de verdediging heeft de politie weinig moeite gedaan deze andere sporen na te trekken, de dader was immers al bekend...”

Het slot van het artikel luidt:
“Als er een andere dader is, heeft Olaf uitzonderlijk veel pech gehad. De kans dat de zaak nog wordt opgelost, is vrijwel uitgesloten. Behalve Olaf, zijn ouders en vriendin is er niemand die daar belang bij heeft. Politie en justitie zitten niet te wachten op weer een ‘Schiedammertje’: als de echte dader hen niet op een presenteerblaadje door de strot wordt geduwd, blijft Olaf zitten waar hij zit. De rest van zijn leven. En behalve hijzelf is er niemand die weet of dat terecht is.”
 
Bij het artikel is een aantal foto’s geplaatst, waaronder een close-up van X, de dochter van klaagster.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat de tekst van het artikel suggestief en tendentieus is, en dat het artikel slechts is gebaseerd op eenzijdige informatie. Ter zitting voegt klaagster hieraan toe dat er in de publicatie slechts naar één kant van het verhaal wordt gekeken. Aan de versie van de nabestaanden is ten onrechte in het geheel geen aandacht besteed. Daarnaast stelt klaagster dat verweerders in het artikel feiten en omstandigheden hebben gepresenteerd, zonder eerst de juistheid daarvan te verifiëren. Dit klemt temeer nu verweerders pretenderen over alle noodzakelijke bronnen te hebben beschikt. Voorts betoogt klaagster dat uit de processtukken onder meer overduidelijk het motief van Olaf H. blijkt: de bezitverschaffing om niet van een auto. Ook een groot aantal andere zaken uit het strafdossier zijn ten onrechte onvermeld gebleven in het artikel. Bovendien stelt klaagster dat de privacy van haar dochter, door plaatsing van haar foto, in ernstige mate is geschonden. Klaagster alsmede haar gehele familie zijn door deze onzorgvuldige handelwijze in hevige mate geschokt en gekrenkt.
 
Verweerders stellen dat het artikel zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het er geen onduidelijkheid over laat bestaan dat Olaf H. is veroordeeld. Volgens verweerders is er echter gerede twijfel bij de veroordeling van Olaf H., nu de veroordeling tot stand is gekomen zonder technisch bewijs en motief van de verdachte, aldus verweerders. Zo zijn volgens verweerders de verklaringen over het feit of Olaf H. een vuurwapen had tegenstrijdig. Verder zijn de verklaringen van klaagsters dochter deels geïnspireerd door de familie. Uit de conclusies alsmede uit de overwegingen van de rechtbank en het Hof blijkt dat niemand Olaf H. in staat had geacht tot een dergelijke daad, aldus verweerders. Verweerders begrijpen dat klaagster het niet eens is met de visie van de veroordeelde en dat zij niet blij is met de kritische benadering in het artikel. Nu klaagster in het artikel nergens van wordt beschuldigd, was er volgens verweerders geen reden om haar mening te vragen en deze in het artikel te verwerken.
Ten aanzien van de foto van de minderjarige dochter betogen verweerders dat de desbetreffende foto werd gemaakt in het kader van de herdenkingsbijeenkomst een jaar daarvoor. Nu de foto met medeweten van de familie is gemaakt en aangezien de foto voor een ieder beschikbaar is via de website van de fotograaf, stellen verweerders dat zij ervan mochten uitgaan dat zij deze foto vrijelijk konden publiceren. Verweerders menen dan ook dat van een ongeoorloofde inbreuk op de privacy van klaagster geen sprake is.
 

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
  1. Het artikel is tendentieus en bevat onjuistheden.
  2. De privacy van klaagsters dochter is geschonden door plaatsing van haar foto bij het artikel.
 
Ad 1.
Voorop moet worden gesteld dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek). Het is bovendien aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Het stond verweerders dan ook vrij om te bepalen of, en zo ja op welke manier, zij aandacht zouden besteden aan de strafzaak tegen Olaf H. Het stond hen op zichzelf ook vrij om daarover op kritische wijze te berichten en vraagtekens te plaatsen bij de juistheid van de veroordeling van Olaf H, maar daarbij dienden zij wel, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, eenzijdige en tendentieuze berichtgeving te vermijden. (zie punt 1.5. van de Leidraad)
 
Naar het oordeel van de Raad wekt het artikel voor de lezer echter de sterke suggestie dat Olaf H. ten onrechte of op zijn minst op dubieuze gronden is veroordeeld voor de moord op klaagsters ouders. Zowel aan het begin als aan het eind van het artikel wordt de veroordeling van Olaf H. geplaatst in het perspectief van bekende strafzaken zoals de Schiedammer parkmoord waarin sprake was van ‘tunnelvisie’ en ‘oogkleppen bij justitie’. Dat daarvan ook in deze zaak sprake zou kunnen zijn is volgens verweerders gebaseerd op informatie uit het strafdossier. Ter zitting alsook uit de stukken is echter gebleken dat verweerders bij het gebruik van deze informatie zeer selectief te werk zijn gegaan. Zo staat in het artikel dat “het Hofin hoger beroep met de beste wil van de wereld geen motief kan bedenken”. In de uitspraak van het Hof, welke dateert van vóór de publicatie van het artikel, staat echter vermeld dat “het Hof het niet onwaarschijnlijk acht dat verdachtes motief om [slachtoffer 1] neer te schieten van financiële aard was, aangezien de koopsom van de auto niet bij de familie is aangetroffen, doch wat zijn precieze motief was, is het Hof niet duidelijk geworden”.
 
Voorts is de vermelding in het artikel dat Olaf H. zonder enig technisch bewijs is veroordeeld weliswaar op zichzelf juist, maar dat feit verdiende de nodige nuancering nu uit het strafdossier en de uitspraak van het Hof blijkt dat hij direct na de schietpartij enige dagen in het buitenland heeft verbleven en daar onder meer het T-shirt dat hij ten tijde van de schietpartij droeg, met benzine heeft doordrenkt en heeft laten uitwassen.
 
Verder wordt in het artikel de suggestie gewekt dat klaagsters dochter in haar getuigenverklaring – welke voor het Hof van groot gewicht is geweest om tot de bewezenverklaring te komen – zou hebben verklaard dat ze de voornaam van Olaf H. kent omdat ze die op het koopcontract had gelezen, hetgeen dan volgens het artikel niet kan kloppen omdat op het contract alleen zijn voorletter vermeld stond. Ter zitting is echter door verweerders niet weersproken dat klaagsters dochter in werkelijkheid verklaard heeft dat ze de voornaam van Olaf H. van haar tante heeft gehoord; de suggestie dat klaagsters dochter op dit punt onjuist verklaard heeft, is derhalve zonder goede grond gewekt.

Mede gelet op de hiervoor vermelde omstandigheden had het naar het oordeel van de Raad in de rede gelegen dat verweerders genuanceerder en minder selectief over de strafzaak tegen Olaf H. hadden bericht. 
 
Het voorgaande in ogenschouw nemende, hebben verweerders naar het oordeel van de Raad grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 2.
De Raad overweegt dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat de journalistieke verantwoordelijkheid met zich brengt dat de persoonlijke levenssfeer van degene over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is. Dat de identiteit van de betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt de publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van de betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient dus een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en het maatschappelijk belang anderzijds.
 
Naar het oordeel van de Raad is niet gebleken dat met het plaatsen van de foto van klaagsters dochter een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan haar individuele belang. Weliswaar is de desbetreffende foto met klaagsters instemming gemaakt in het kader van de onthulling van het monument ter nagedachtenis van klaagsters ouders, maar dat betekent naar het oordeel van de Raad nog niet dat deze foto 13 maanden na die gebeurtenis zonder verdere navraag bij klaagster geplaatst had mogen worden. Voor verweerders had duidelijk moeten zijn dat plaatsing van de foto na zo’n lange periode, zonder dat klaagsters dochter of haar familie daartoe aanleiding hadden gegeven, voor klaagsters dochter een ongewenste inbreuk op haar privéleven zou zijn; dat spreekt nog temeer nu de foto geplaatst werd bij een artikel waarvan de suggestie uitgaat dat degene die veroordeeld was voor (onder meer) het toebrengen van ernstig letsel aan klaagsters dochter, ten onrechte zou zijn veroordeeld. Plaatsing van de foto had in dit geval achterwege kunnen blijven, zonder dat afbreuk zou zijn gedaan aan de inhoud en nieuwswaarde van het artikel. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen, komt de Raad tot de conclusie dat verweerders ook in dit opzicht grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Aktueel Sportief te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 27 december 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, drs. C.M. Buijs, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en M. Ülger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.