2007/80 deels gegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X en Y  
 
tegen
 
M. Ekhart en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 2 oktober 2007 met vijf bijlagen heeft Y, mede namens X (hierna: klaagsters) een klacht ingediend tegen M. Ekhart en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Verweerders hebben op het klaagschrift gereageerd bij brieven van 25 en 29 oktober 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 november 2007, in aanwezigheid van klaagsters. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. De zaak is behandeld door de voorzitter en resterende leden.
 
DE FEITEN
 
Op 30 mei 2007 is op de website van De Telegraaf een artikel van de hand van Ekhart gepubliceerd onder de kop “Paard in de gang”. In het artikel wordt onder meer het volgende vermeld:
“Een benedenwoning aan de lommerrijke (….)laan is tot in detail verbouwd tot paardenstal, waar een echte Pipi Langkous-schimmel en pasgeboren donderbruin veulentje samen met de bewoonster leven. De buurt is in alle staten en wil dat de 'manege', waar een enorme herrie en stank vandaan komen, zo snel mogelijk verdwijnt. De bovenburen, het hoogbejaarde echtpaar Willem en Tony Zonneveld en hun thuiswonende zoon Wim, zijn de wanhoop nabij. Ze doen geen oog meer dicht en de astmatische vrouw des huizes, die al 45 jaar in de (….)laan woont, heeft het zo benauwd gekregen van de penetrante lucht in het huis, dat ze zelfs in het ziekenhuis is beland.”
Verder bevat het artikel de volgende passage:
“De eigenares van de met paardendrek besmeurde woning, de Duitse X, trekt zich echter niets aan van alle kritiek uit de buurt. Ze laat onverstoord tientallen balen stro en hooi aanrukken en heeft werklieden de opdracht gegeven de manege, waar ze zelf overigens ook slaapt en eet, zelfs nog te vergroten. Waarom de bewoonster van haar met ornamenten en glas in lood uitgeruste huis een stinkende stal heeft gemaakt, blijft een raadsel.”
 
Op 31 mei 2007 wordt op de website van De Telegraaf vervolgens onder de kop “Paarden uit woonkamer verdwenen” vermeld: “De twee paarden die een zonderlinge Haagse in haar sjieke woning had gestald, zijn vanmorgen spoorloos verdwenen.” Dit artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“’Paarden? Ik denk dat u in de war bent. Ik heb helemaal geen paarden,’ zei de Duitse X nog gisteren tegen De Telegraaf. (…) Ondertussen klonken achter de voordeur hoefgetrappel en briesende geluiden en liepen passanten jolig hinnikend voorbij.
De gescheiden moeder van drie kinderen is duidelijk niet gediend van alle aandacht die ze met haar huis-, tuin- en keukenmanege trekt. Dat blijkt ook wel als we een glimp van de edele dieren proberen op te vangen en plotseling een emmer koud water over ons heen krijgen.”
en:
“Volgens bewoners van de keurige wijk is de gezette, donkerharige buurvrouw, die sinds drie jaar aan de (….)laan woont, ‘een soort ma Flodder met een dierentik’. (…) Voor de gevederde dieren liet ze van de ene op de andere dag een enorme ren in de tuin bouwen, pal tegen het kelderraam van de 84-jarige Willem Zonneveld, die boven haar woont en op dat moment in het ziekenhuis lag. “Toen m'n vrouw er voorzichtig iets van zei, werd ze uitgescholden. Wat moet je dan nog? Haar echtgenoot is een paar jaren geleden opgestapt. Die wilde er niks meer mee te maken hebben.” (…) En dat is nog steeds het geval. De ex-man van de paardenvrouw laat weten dat hij er letterlijk niets over te zeggen heeft.”
 
Op 1 juni 2007 is op de website van De Telegraaf wederom een artikel over de situatie rond de twee paarden verschenen. Onder de kop “Huiskamerpaarden naar echte manege” wordt vermeld dat de twee paarden inmiddels in een Wassenaarse stal zijn geplaatst. Het artikel bevat de volgende passage:
“De vrouw heeft de dieren zelf naar hun nieuwe behuizing gebracht, waardoor de gemeente uiteindelijk niet heeft hoeven ingrijpen. (…) De zonderlinge X, die haar halve monumentale woning in de Haagse Vogelwijk liet ombouwen tot stal, is samen met de schimmel en het veulentje te voet naar het kilometers verderop gelegen nieuwe onderkomen gelopen. Omdat het gisterochtend niet zeker was of de dieren écht weg waren, namen twee inspecteurs van de gemeente poolshoogte bij de woning. Na afloop maakte de vrouw des huizes, die 's middags op de manege was om de dieren te verzorgen, briesende geluiden vanachter de voor- annex staldeur.”
 
Vervolgens is op 7 juni 2007 op de website van De Telegraaf onder de kop “Paardenvrouwtje opnieuw in de fout” vermeld dat X een tweede voordeur in haar huis heeft gemaakt en dat dit volgens een woordvoerder van de gemeente Den Haag een illegale verbouwing is.
 
In de nacht van 31 mei 2007 is een hakenkruis geschilderd op de voordeur van het huis van klaagsters.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagsters stellen voorop dat Ekhart zich bij het vergaren van informatie voor de gewraakte artikelen opdringerig en onbeschoft heeft gedragen. Zo bleef zij door de tuin wandelen en voor de voordeur staan terwijl haar uitdrukkelijk was verzocht op straat te blijven. Bovendien heeft Ekhart geprobeerd het luik van de voordeur open te wrikken met haar sleutel. Als reactie daarop hebben klaagsters een emmer koud water over haar heen gegooid en de politie gebeld.
Klaagsters betogen verder dat de artikelen onjuistheden bevatten en bovendien niets te maken hebben met objectieve berichtgeving. Zo wordt in het eerste artikel gesproken van “enorme herrie en stank” en van een “met paardendrek besmeurde woning” terwijl hiervan geen sprake was. Voorts wordt in dat artikel ten onrechte gesuggereerd dat de bovenbuurvrouw door de paarden ziek is geworden. Hierbij wijzen klaagsters erop dat uit een verkeerd geadresseerde beterschapskaart kan worden opgemaakt dat de buurvrouw reeds eerder in het ziekenhuis lag. Daarnaast wordt X ten onrechte afgeschilderd als een soort ‘boeman’.
De artikelen bevatten voorts zo veel persoonlijke informatie dat er sprake is van schending van privacy, aldus klaagsters. Zo wordt X met naam en toenaam genoemd en worden haar nationaliteit en andere persoonlijke kenmerken vermeld. Verder vinden klaagsters het onbegrijpelijk dat Ekhart contact heeft opgenomen met de ex-man van X. Zijn reactie is door Ekhart bovendien niet correct weergegeven.
Ekhart is er tijdens een gesprek bij de manege uitdrukkelijk op gewezen dat zij met haar eerdere publicaties te ver was gegaan, aldus klaagsters. Desondanks is zij doorgegaan met het publiceren van artikelen. Aan het feit dat de voordeur van de woning van klaagsters is beklad met een hakenkruis heeft Ekhart echter geen aandacht besteed. Volgens klaagsters is het bekladden van hun voordeur het gevolg van de gekleurde berichtgeving in De Telegraaf waarbij de nadruk is gelegd op de Duitse nationaliteit van X. Klaagsters vermoeden dat een artikel over het hakenkruis niet zou passen in het eerder door Ekhart geschetste plaatje van klaagsters, omdat zij daarmee immers opeens slachtoffer zouden zijn.
 
Verweerders stellen dat van onzorgvuldig handelen geen sprake is geweest. Ekhart is naar aanleiding van een tip naar het bewuste adres gegaan. Zij heeft vervolgens geruime tijd een bezoek gebracht aan de bovenburen van X en daarbij geconstateerd dat daadwerkelijk sprake was van stankoverlast. Bovendien werden bonkende geluiden waargenomen, aldus verweerders. Teneinde de kant van het verhaal van X te horen is Ekhart naar haar toegegaan, maar de voordeur werd niet open gedaan. X was echter wel degelijk thuis. Vervolgens heeft de fotograaf vanaf de straat een foto gemaakt en heeft Ekhart contact opgenomen met verschillende instanties. Daarna is het eerste artikel van 30 mei 2007 gemaakt. Verweerders bestrijden dat dit artikel onjuistheden bevat. De stank en herrie zijn door Ekhart zelf waargenomen en aangezien zij tevens heeft gezien dat tien vuilniszakken met mest zijn buiten gezet, is ook de vermelding dat de woning besmeurd is met paardendrek juist. Wat het ziekenhuisbezoek van de buurvrouw betreft, wijzen verweerders erop dat zij ook last had van haar schouder. Maar op Tweede Pinksterdag is de buurvrouw vanwege een toenemende benauwdheid in het ziekenhuis terecht gekomen en is door de dienstdoende arts te kennen gegeven dat de penetrante ammoniaklucht voor haar levensbedreigend kan zijn.
Met betrekking tot het tweede artikel merken verweerders op dat de volgende ochtend is gekeken of de paarden er nog stonden. Hoewel de paarden de avond tevoren kennelijk waren weggehaald, heeft X aanvankelijk geprobeerd alle aanwezige media op het verkeerde been te zetten, door zelf voor paard te spelen, aldus verweerders. In zoverre heeft zij volgens verweerders dan ook zelf er aan mee geholpen om het hele verhaal in stand te laten.
Dat de volledige naam en andere gegevens van X zijn genoemd, is gelegen in het feit dat volgens verweerders in de buurt algemeen bekend was waar het huis met de paarden stond en wie de bewoner is. Het verzwijgen van adres en naam was volgens verweerders dan ook onnodig. Bovendien zijn andere betrokkenen ook met naam en toenaam genoemd. Het verzwijgen van de naam van X zou volgens verweerders dan criminaliserend gewerkt hebben. Voorts is volgens verweerders de naam X in Nederland nogal ongewoon, hetgeen reden was om ook te vermelden dat zij van Duitse afkomst was. Dat contact is opgenomen met de ex-echtgenoot is gelegen in de melding van de bovenburen dat hij drie jaar geleden van X was gescheiden en niets meer met haar te maken wilde hebben. Ekhart heeft dit verhaal vervolgens geverifieerd bij de ex-echtgenoot.
Volgens verweerders zijn klaagsters verschillende keren in de gelegenheid gesteld om hun verhaal te doen. Behalve het gesprek dat bij de manege heeft plaatsgevonden, hebben klaagsters van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. De nieuwswaarde van het verhaal was volgens verweerders evenwel zo groot dat ook zonder wederhoor tot publicatie kon worden overgegaan.
Verweerders betwisten verder dat zij van X een boeman hebben gemaakt. De bovenburen hadden al over de aanwezigheid van de paarden geklaagd en de situatie was reeds geëscaleerd alvorens verweerders er bij betrokken werden. Bovendien hebben ook andere media over deze zaak gepubliceerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Zowel klaagsters als verweerders hebben een uitgebreide beschrijving gegeven van hetgeen zich in de dagen rondom de gewraakte artikelen heeft afgespeeld. Daarbij is de werkwijze van Ekhart door klaagsters als zeer opdringerig ervaren, terwijl verweerders menen dat van opdringerigheid geen sprake was. In hoeverre Ekhart zich bij het verzamelen van de gegevens voor de artikelen hinderlijk ten opzichte van klaagsters heeft gedragen, heeft de Raad niet kunnen vaststellen. De standpunten van de partijen ter zake verschillen daarvoor te zeer en er is voorts onvoldoende materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kan bepalen welk standpunt juist is. De Raad onthoudt zich op dit punt dan ook van een oordeel.
 
Het voorgaande brengt voorts met zich mee dat niet van alle door klaagsters gestelde onjuistheden is vast te stellen in hoeverre daadwerkelijk van een onjuistheid sprake is. Voor zover een aantal onjuistheden door klaagsters aannemelijk is gemaakt, zijn die onjuistheden naar het oordeel van de Raad niet zodanig dat daarmee grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. In zoverre is de klacht dan ook ongegrond.
 
Met betrekking tot de door klaagsters gestelde schending van de privacy overweegt de Raad dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie (zie punt 2.4.1. van de Leidraad). De Raad overweegt dat het de journalist vrij staat om een kleurrijk beeld te schetsen van de betrokken persoon. Verweerders hebben in dit geval evenwel in de artikelen een groot aantal persoonlijke gegevens vermeld. Zo zijn vermeld de nationaliteit en burgerlijke staat van X en is het volledige adres gepubliceerd door de vermelding van de straatnaam en het op een bijgaande foto waarneembare huisnummer. Naar het oordeel van de Raad staat het vermelden van al deze persoonlijke gegevens in geen verhouding tot het maatschappelijk belang van de publicatie. Door niettemin al deze gegevens in de artikelen te vermelden hebben verweerders naar het oordeel van de Raad dan ook grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. In zoverre is de klacht gegrond.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht op de inbreuk op de privacy van klaagsters is deze gegrond. Voor zover de klacht erop ziet dat de berichtgeving feitelijke onjuistheden bevat is deze ongegrond en voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
  
Aldus vastgesteld door de Raad op 17 december 2007 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, dr. M.J. Broersma, E.J.M. Lamers en drs. P. Olsthoorn, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.