2007/8 ontvankelijk

Tussenbeslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het U-blad
 
Bij brief, ingekomen bij de Raad op 17 augustus 2006, met drie bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het U-blad (hierna: verweerder). Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 18 augustus 2006 verzocht gemotiveerd aan te geven waarom hij naar zijn mening ontvankelijk is in zijn klacht. Klager heeft daarop geantwoord bij e-mailbericht van 9 januari 2007. Verweerder is in de gelegenheid gesteld ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
 
Ter zitting van 9 februari 2007 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klager beoordeeld buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
In november 1999 en juli 2001 zijn artikelen geplaatst in het U-blad, het magazine van de Universiteit van Utrecht, waarin klager, destijds student aan de Universiteit van Utrecht, wordt geïnterviewd. Zijn volledige naam is daarbij vermeld. De artikelen zijn op de website van het U-blad geplaatst en daar nog steeds te raadplegen.
 
In een e-mailbericht van 15 augustus 2006 heeft klager verweerder verzocht de artikelen te verwijderen van de site of in elk geval te anonimiseren. In een e-mailbericht van diezelfde dag heeft A. Heijnen, hoofdredacteur, gereageerd als volgt:
“Alle artikelen uit het papieren Ublad worden al sinds jaar en dag in de week van verschijning integraal op onze website geplaatst, niet alleen als service voor potentiële lezers die niet over het papieren blad kunnen beschikken, maar ook als archief. Zoals te doen gebruikelijk worden uit archieven geen stukken verwijderd of gewijzigd, en zijn weekblad-archieven publiek toegankelijk. Ik vrees dan ook dat we niet op uw verzoek kunnen ingaan.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door zijn verzoek om verwijdering c.q. anonimisering van de artikelen niet te honoreren. Volgens klager heeft hij recent geconstateerd dat hij via het zoekprogramma Google op de website van verweerder te vinden was. Hij heeft daarop direct actie ondernomen. Verder meent klager dat het plaatsbaar houden van een artikel op het internet een zich continuerende journalistieke gedraging is. De datum van het artikel is niet relevant, aldus klager.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID VAN KLAGER
 
Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.
De klacht heeft weliswaar betrekking op publicaties uit 1999 en 2001, maar richt zich niet tegen die publicaties als zodanig. Klager maakt bezwaar tegen het niet-anonimiseren c.q. niet-verwijderen van die publicaties van de website van verweerder.
 
Krachtens artikel 4 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek wordt onder journalistieke gedraging verstaan: een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep.
 
Naar het oordeel van de Raad is de beslissing van verweerder om de artikelen niet te anonimiseren c.q. niet te verwijderen te beschouwen als een journalistieke gedraging in de zin van de statuten. Verweerder heeft die beslissing op 15 augustus 2006 aan klager kenbaar gemaakt. Nu klager zijn klacht tegen die beslissing binnen zes maanden, en dus tijdig, bij de Raad heeft ingediend, is hij in die klacht ontvankelijk. De omstandigheid dat de bewuste artikelen meer dan zes maanden voor het indienen van de klacht op de website van verweerder zijn geplaatst, staat daaraan niet in de weg.
 
BESLISSING
 
Klager is ontvankelijk in zijn klacht.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 maart 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.