2007/78 deels gegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
SP Afdeling Harlingen (in oprichting)
 
tegen
 
J. van der Heide en de hoofdredacteur van Van Wad tot Stad
 
Bij brief van 3 oktober 2007 met één bijlage heeft H. Gillissen, namens de SP Afdeling Harlingen in oprichting (hierna: klager), een klacht ingediend tegen J. van der Heide en de hoofdredacteur van Van Wad tot Stad (hierna: verweerders). Verweerders hebben op het klaagschrift gereageerd in een brief van 15 oktober 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 november 2007, in aanwezigheid van voornoemde Gillissen. Verweerders zijn daar niet verschenen.  
 
DE FEITEN
 
Op 2 oktober 2007 is in het weekblad Van Wad tot Stad een artikel verschenen onder de kop “Harlinger Werkgroep SP voelt zich gepasseerd”. Het artikel luidt als volgt:
“De werkgroep van de Socialistische Partij, men was net niet in staat om voldoende mensen op de been te krijgen bij de raadsverkiezingen in 2006 om in de raad deel te nemen, werd onlangs links ingehaald door de PvdA in de havenstad. Waar de SP eerder op de 'barricaden stond om goed te doen naar de bevolking', was men net te laat om stelling te nemen tegen een onzalig KPN-plan om vlak bij de nieuwe basisschool het Noorderlicht, aan de Domela Nieuwenhuisstraat een UMTS mast te plaatsen.
Eigenlijk is de complete gemeenteraad tegen een dergelijke mast zo vlak bij een school. De SP Werkgroep maakte de misser op een nogal kinderlijke wijze kenbaar via een ingezonden artikeltje in de Harlinger Courant waarin men de PvdA van 'Populisme' betichtte. Gemakshalve wordt vergeten dat de SP zelf bol staat van populistisch gedrag. Toen het leerlingenvervoer bijvoorbeeld een heet hangerijzer was in de gemeente schroomde de werkgroep niet om voluit op de emoties van de ouders van de leerlingen, waar het om ging, te spelen. Dat de gemeenteraad zo breed mogelijk het plan weer terugverwees en de oude situatie herstelde werd 'vergeten'. De SP werkgroep claimde zelfs dat zij dit toch maar geregeld hadden. Navraag leert ook dat de SP, die een links geluid wil laten klinken zo men zegt, op geen enkele wijze contact zocht of zoekt met de linkse partijen in de gemeenteraad zoals GroenLinks en de PvdA. De gedachte samen sterk is kennelijk nog niet doorgedrongen bij de SP. Hein Kruiken, raadslid voor de PvdA, liet laatst al eens weten moeite te hebben met het populistische gedrag van de SP werkgroep. Ook zegt hij dat het onlangs door de SP ingestelde klachtenmeldpunt WMO weinig nut heeft. “Je moet klachten over een dergelijke regeling daar neer leggen, waar men er wat aan kan doen: in dit geval het klachtenloket van de uitvoerende dienst sociale zaken. Het instellen van een dergelijk meldpunt door de SP is nou typisch een populistisch item”, vertelde de jonge socialist.”
 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat het artikel niet op feiten is gebaseerd. Zo wordt ten onrechte vermeld dat hij onvoldoende mensen op de been kreeg om deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Deelname was nog niet mogelijk omdat eerst, gelet op de partijorganisatie, nog een aantal stappen ondernomen moesten worden. Daarnaast is volgens klager onder meer onjuist dat hij geen contact wenst of heeft met andere linkse partijen. In het artikel wordt ten onrechte geen onderscheid gemaakt tussen feiten en beweringen en meningen. Voorts is niet deugdelijk onderzocht of een grondslag bestaat voor de aantijgingen.
Volgens klager is bovendien sprake van belangenverstrengeling. Daarbij wijst klager er op dat de auteur van het artikel, J. van der Heide, fractievoorzitter is van GroenLinks in de gemeenteraad van Harlingen. Ter onderbouwing van deze stelling legt klager onder meer een mailbericht over waarin J. van der Heide reageert op kritiek op het artikel. Daarnaast wijst klager op de site van Van Wad tot Stad waar alleen J. van der Heide als journalist wordt vermeld.
Ten slotte betoogt klager dat hij door de handelwijze van verweerders in diskrediet is gebracht, zonder dat hem een gelegenheid is geboden om te reageren op hetgeen in het artikel wordt gesuggereerd. Dit klemt des te meer nu de SP-afdeling niet beschikt over een eigen krant met een behoorlijke oplage om zich te profileren. De afdeling moet het hebben van ingezonden brieven in de plaatselijke Harlinger Courant, aldus klager. Hierbij is dan wel steeds duidelijk dat het de mening van de SP-afdeling betreft. Klager protesteert tegen het feit dat J. van der Heide een familiekrant gebruikt om zijn mening te uiten.
 
Verweerders stellen voorop dat J. van der Heide niet de auteur van het gewraakte artikel is. De beschuldigingen van klager dat deze journalist misbruik heeft gemaakt van zijn positie en geen enkel onderzoek heeft gedaan of er een deugdelijke grond bestaat voor de aantijgingen slaan derhalve nergens op. Deze beschuldigingen dienen geheel voor rekening van klager te komen, aldus verweerders. Daarnaast wijzen verweerders erop dat zij overwegen een klacht in te dienen tegen klager wegens smaad. Voor zover klager betoogt dat hij niet heeft kunnen reageren op het artikel, wijzen verweerders erop dat ingezonden brieven of mededelingen binnen de regels van Van Wad tot Stad altijd worden gepubliceerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht heeft betrekking op de volgende onderdelen:
1. er is sprake van belangenverstrengeling bij de betrokken journalist;
2. in het artikel wordt geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten en beweringen;
3. ten onrechte is geen hoor en wederhoor toegepast.
 
Ad 1.
Verweerders hebben betwist dat het artikel is geschreven door J. van der Heide zonder daarbij aan te geven wie wel de auteur van het gewraakte artikel is. Uit hetgeen klager hieromtrent naar voren heeft gebracht kan naar het oordeel van de Raad niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld wie de auteur van het gewraakte artikel is. Aldus kan evenmin worden bepaald of bij het opstellen van het artikel belangenverstrengeling een rol heeft gespeeld. De Raad onthoudt zich op dit punt dan ook van een oordeel.
 
Ad 2.
De Raad stelt voorop dat een journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid behoort te maken tussen feiten, beweringen en meningen (zie punt 1.4. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek). Naar het oordeel van de Raad bevat het artikel verschillende negatieve uitlatingen aan het adres van klager en wordt in het artikel op enigszins denigrerende wijze over klager gesproken. Deze negatieve uitlatingen zijn zodanig in het artikel vervat dat zij als feiten zijn gepresenteerd. Aldus is bij dit artikel, naar het oordeel van de Raad en mede bezien in het licht van de door klager naar voren gebrachte onjuistheden, onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de feiten en de meningen van de auteur. In zoverre hebben verweerders dan ook grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Dit onderdeel van de klacht acht de Raad gegrond.
 
Ad 3.
In het artikel wordt weliswaar op enigszins denigrerende wijze over klager gesproken, maar naar het oordeel van de Raad bevat het artikel niet een zodanige ernstige beschuldiging dat verweerders ten onrechte wederhoor achterwege hebben gelaten. Ook anderszins wordt klager naar het oordeel van de Raad niet door het artikel op dusdanige wijze gediskwalificeerd dat wederhoor toegepast had moeten worden. Dit onderdeel van de klacht slaagt dan ook niet.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht op het ontbreken van een duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen is deze gegrond. Voor zover de klacht erop ziet dat er bij de totstandkoming van het artikel ten onrechte geen wederhoor is toegepast is deze ongegrond en voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Van Wad tot Stad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 13 december 2007 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, dr. M.J. Broersma, mr. T.E. Klein, E.J.M. Lamers en drs. P. Olsthoorn, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.