2007/76 ongegrond

inzake de klacht van
 
de Federatie Nederlandse Zionisten en Likoed Nederland
 
tegen
 
de hoofdredacteur van NOVA (NOS/NPS/VARA)
 
Bij brief van 12 september 2007 met drie bijlagen hebben de Federatie Nederlandse Zionisten en Likoed Nederland (hierna: klaagsters) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NOVA (hierna: verweerder). Hierop heeft C. Kuyl, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 11 oktober 2007. Verder heeft verweerder onder begeleidend schrijven van 12 oktober 2007 nog een dvd-opname van de gewraakte uitzending overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 oktober 2007. Namens klaagster is daar mr. G. Markuszower, bestuurslid van de Federatie Nederlandse Zionisten en secretaris van Likoed Nederland, verschenen. Verweerder was niet aanwezig.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 4 juni 2007 is in een uitzending van het televisieprogramma NOVA aandacht besteed aan de Zesdaagse Oorlog, die 40 jaar geleden plaatsvond (hierna: de uitzending). In de uitzending is de heer Mühren, oud-waarnemer van de Verenigde Naties, aan het woord gelaten. De heer Mühren heeft onder meer zijn opvatting gegeven over de aanleiding van de Zesdaagse Oorlog en zich daarbij, kort gezegd, op het standpunt gesteld dat Israël de gewelddadigheden heeft uitgelokt.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagsters stellen, kort samengevat, dat de uitzending in hoge mate is gebaseerd op de mening van slechts één persoon, terwijl het om een belangrijke en veelomvattende historische gebeurtenis gaat. Die persoon heeft echter een kijk op de geschiedenis die verschilt van de reguliere (wetenschappelijk verantwoorde) geschiedschrijving. Volgens klaagsters is in de reportage een vertekend beeld ontstaan en is ten onrechte de schuld van de oorlog volledig bij Israël neergelegd. Klaagsters menen dat verweerder daarom wederhoor had moeten toepassen of een tegengestelde mening had behoren weer te geven. Door dat na te laten heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld, aldus klaagsters.
 
Verweerder stelt dat het in de reportage niet gaat over de mening van Mühren, maar over diens persoonlijke ervaringen. Bovendien is het verhaal in lijn met wat recente geschiedschrijving hierover beweert. Met ‘reguliere geschiedschrijving’ bedoelen klaagsters vermoedelijk de traditionele Israëlische geschiedschrijving, die verhaalt van een volk dat op het punt stond in zee te worden gedreven. Een nieuwe generatie Israëlische historici, de New Historians, schetst echter een heel ander beeld.
Overigens hebben ook direct betrokkenen zich hierover uitgelaten. In de reportage wordt onder meer gerefereerd aan uitspraken van oud-defensieminister Moshe Dayan, over de Israëlische provocaties aan de Syrische grens.
Volgens verweerder is dan ook niet juist dat in de reportage een beeld wordt geschetst dat niet historisch is onderbouwd. Het is mogelijk dat klaagsters niet gelukkig zijn met de geschiedschrijving van de New Historians. Het is echter de vraag of de Raad het juiste podium is voor de kennelijke bezwaren van klaagsters, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat in de uitzending een op eigen ervaringen gebaseerde mening wordt verkondigd die afwijkt van de reguliere geschiedschrijving en negatief oordeelt over Israël, en dat verweerder daarom wederhoor had behoren toe te passen maar dat heeft nagelaten.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Het is dan ook aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Er bestaat geen journalistieke norm die meebrengt dat een (hoofd)redactie bij een uitzending over een bepaald onderwerp (alle) voor- en tegenstanders aan het woord dient te laten. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek en vgl. onder meer: de Vereniging Surinaamse Nederlanders tegen het Algemeen Dagblad, RvdJ 2007/44)
 
In de reportage gaat het om de visie van de heer Mühren op bepaalde historische gebeurtenissen. Die visie is gebracht als ‘andere kijk’ op die gebeurtenissen en is niet als feit gepresenteerd. Voor de kijker bestaat voldoende ruimte voor een andere conclusie dan dat de Zesdaagse Oorlog volledig aan Israël te wijten zou zijn. Verweerder was dan ook niet gehouden om een aan Mühren tegengestelde mening weer te geven.
 
De Raad komt dan ook tot de conclusie dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Dat de uitzending anders is van inhoud dan klaagsters hadden gewenst, kan daaraan niet afdoen.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van NOVA en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 december 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, T.R. Harkema, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.