2007/74 gegrond

inzake de klacht van
 
de stichting MaDi Amsterdam Zuidoost en Diemen
 
tegen
 
M. Dinjens, R. du Pré en de hoofdredacteur van de Volkskrant
 
Bij brief van 4 september 2007 met drie bijlagen heeft mevrouw J.D. Hooi namens de stichting MaDi Amsterdam Zuidoost en Diemen (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. Dinjens, R. du Pré en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerders). Hierop heeft P.I. Broertjes, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 19 september 2007 met een bijlage. Bij begeleidend schrijven van 21 september 2007 heeft klaagster nog een bijlage overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 26 oktober 2007, waar namens klaagster mevrouw D.R. Kempenaar is verschenen. Verweerders waren niet aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 9 augustus 2007 is in de Volkskrant een artikel verschenen van de hand van
M. Dinjens onder de kop “Zuidoost wist al jaar van misstanden”. De inhoud van het artikel luidt:
“Stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet van de PvdA is al ruim een jaar geleden gewaarschuwd voor misstanden in de schuldhulpverlening in Amsterdam Zuidoost.
Werknemers van de stichting Maatschappelijke Dienstverlening (MaDi), de belangrijkste organisatie voor schuldhulpverlening in Zuidoost, stuurden in mei 2006 een brief aan de raad van toezicht van de stichting, die ook werd gestuurd naar Elvira Sweet. Hierin spraken de personeelsleden hun bezorgdheid uit over het functioneren van directeur Jurenne Hooi van MaDi.
Gisteren werd bekend dat medewerkers van de stichting Bijzondere Noden, waar ook MaDi geregeld een beroep op doet, op grote schaal hebben gefraudeerd met overheidsgeld. Bijzondere Noden is een fonds voor mensen in acute nood die niet of niet tijdig worden geholpen via de gangbare kanalen, zoals bijzondere bijstand. Een van de medewerkers van Bijzondere Noden die gisteren gearresteerd werd, de ‘Ongekroonde Koningin van de Bijlmer’, werkte bovendien zes jaar als hulpverleenster voor MaDi.
Directeur Hooi zegt er in oktober lucht te hebben van gekregen dat ‘protocollen niet werden nageleefd door Bijzondere Noden’. ‘In het belang van het onderzoek kan ik daar verder niet op ingaan.’
‘Het is een publiek geheim dat ook MaDi al jaren niet goed functioneert’, zegt John Walters van het Service Platform Zuidoost. Deze onafhankelijke organisatie voor schuldhulpverlening helpt veel mensen die niet bij MaDi terechtkunnen. Het Service Platform ontvangt dit jaar voor het eerst subsidie van het stadsdeel Zuidoost, maar functioneerde voorheen dankzij giften van particulieren.
SP-raadslid Evert Hartog constateert dat er in het verleden een gebrek aan controle is geweest op de uitgaven en inkomsten van MaDi. ‘We zagen weinig terug van het geld dat in de stichting gestoken is.’
Veel mensen met ernstige schulden doen uit nood een beroep op de Voedselbank. Yvonne Wolthuis, in de jaren negentig actief als raadslid voor de Groenen in Zuidoost, werkt sinds drie jaar als vrijwilligster voor de Voedselbank. ‘Vanaf het begin is het mij duidelijk dat het een grote puinhoop is bij MaDi. Wij stuurden mensen er nooit heen, dat gaf alleen maar ellende.’”
 
Naar aanleiding van dit artikel heeft klaagster zich allereerst bij brief van 9 augustus 2007 tot verweerders gewend en rectificatie verzocht. In haar brief heeft klaagster onder meer uiteen gezet dat de in het artikel bedoelde brief niet afkomstig was van haar personeel en dat bovendien haar directeur onjuist is geciteerd.
 
Vervolgens heeft klaagster contact opgenomen met de Ombudsman van de Volkskrant. Op 1 september 2007 heeft de Ombudsman in zijn rubriek in de Volkskrant aandacht aan de kwestie besteed onder de kop “Anonieme brief met vervelende gevolgen”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Op de dag dat het artikel werd geplaatst, stuurden de werknemers van MaDi een brief naar de redactie waarin zij kenbaar maakten, dat geen van hen de gewraakte brief had gestuurd en dat zij niets herkenden van het beeld dat de brief schetst over hun directeur. Die ingezonden brief werd niet geplaatst in de krant.
Directeur Hooi, die zich in haar goede naam aangetast voelde eiste, mijns inziens geheel terecht, rectificatie, daarna kwam de zaak in handen van de ombudsman. Uit gesprekken met alle betrokkenen blijkt dat er veel is misgegaan en maar heel weinig volgens het boekje is gelopen. De verslaggeefster heeft vanaf het begin verzuimd te melden dat het om een anonieme brief ging, die haar door een andere organisatie in handen was gespeeld. Ook heeft zij geen nader onderzoek gedaan naar de motieven van degene die haar de brief gaf. Maar de schuld ligt niet alleen bij de jonge journaliste. Achteraf erkent de chef binnenland dat hij verder had moeten doorvragen toen hem het verhaal werd aangeboden. (…) Vervolgens schrapte de eindredactie ook nog een cruciaal citaat van Hooi, waardoor de aantijgingen aan haar adres alleen maar erger werden.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat in het artikel van 9 augustus 2007 ten onrechte een direct feitelijk verband is gelegd tussen de misstanden in de schuldhulpverlening in Amsterdam Zuidoost, een vermeende brief van medewerkers van klaagster, het functioneren van klaagster en haar directeur en de in het artikel bedoelde fraudezaak. Volgens klaagster wordt een onjuiste, vooringenomen en eenzijdige voorstelling van zaken gegeven. Verweerders hebben gebruik gemaakt van vooringenomen bronnen en bovendien de directeur van klaagster fout geciteerd en aldus geen zorgvuldige wederhoor toegepast.
Klaagster betoogt dat door de publicatie de goede naam van de stichting, haar medewerkers en haar directeur nodeloos is geschaad. Bovendien zijn verweerders ten onrechte niet overgegaan tot rectificatie. Klaagster verwijst naar de bevindingen van de Ombudsman, die hij op 1 september 2007 heeft gepubliceerd.
Ter zitting heeft mevrouw Kempenaar desgevraagd meegedeeld dat de publicatie van de Ombudsman naar de mening van klaagster niet als deugdelijke rectificatie kan worden beschouwd.

Verweerders stellen dat de Ombudsman van de Volkskrant uitgebreid op de zaak is ingegaan en er geen twijfel over laat bestaan dat verweerders in de publicatie de zorgvuldigheidseisen onvoldoende in acht hebben genomen. Dit wordt ook erkend door de betrokken chef Binnenland.

De Ombudsman concludeert: “De huisregels zijn, zacht gezegd, niet goed nageleefd”. Volgens verweerders hebben zij aldus ruimhartig verantwoording afgelegd en schuld bekend tegenover de eigen lezers.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat het artikel van 9 augustus 2007 een subjectieve, negatieve opvatting over klaagster en haar directeur bevat, die is gebaseerd op ondeugdelijk materiaal.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist bij het publiceren van beschuldigingen dient te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek).
Van informatie die hem is toegespeeld en van informatie die hem is meegedeeld door bronnen van wie hij de identiteit niet kan onthullen, maakt de journalist alleen gebruik wanneer hij de betrouwbaarheid ervan heeft onderzocht, en de publicatie ervan voldoende nieuwswaarde heeft, een algemeen belang dient en geen onevenredig groot gevaar voor personen oplevert. (zie punt 2.2.3. van de Leidraad)
 
Het artikel laat de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat klaagster en haar directeur disfunctioneren. Die beschuldigingen zijn voor een groot deel gebaseerd op een brief waarover de verslaggeefster beschikte. Verweerders hebben kennelijk geen onderzoek gedaan naar de status van die brief. Uit de stukken blijkt dat het niet ging om een brief van medewerkers van klaagster – zoals in het artikel is gesteld – maar om een anonieme brief die door een werknemer van een andere organisatie naar de verslaggeefster was gestuurd. Voorts blijkt uit de stukken dat het wederhoor van de directeur van klaagster onvolledig en daardoor onjuist in het artikel is weergegeven.
 
Verweerders hebben derhalve met de berichtgeving van 9 augustus 2007 journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster gehandeld.
 
Bovendien behoort de journalist van wie blijkt dat hij onjuist dan wel op een wezenlijk punt onvolledig heeft bericht – zo mogelijk op eigen initiatief – op zo kort mogelijke termijn over te gaan tot een passende en ruimhartige rechtzetting, die ondubbelzinnig duidelijk maakt dat de berichtgeving in de te rectificeren publicatie of uitzending niet juist was. (zie punt 6.1. van de Leidraad) Verweerders hebben dit ten onrechte nagelaten en aldus ook op dit punt journalistiek ontoelaatbaar gehandeld. De publicatie van de Ombudsman van 1 september 2007 kan daaraan niet afdoen, nu de Ombudsman onafhankelijk van de redactie van de krant functioneert. De hoofdredacteur heeft de fouten erkend in zijn brief aan de Raad, naar aanleiding van de klacht. Verweerders hebben echter niet in de eigen kolommen van de krant bericht het eens te zijn met het oordeel van de Ombudsman. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat verweerders de onzorgvuldige berichtgeving deugdelijk hebben rechtgezet.
 
De Raad komt dan ook tot de slotsom dat verweerders, door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 december 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, T.R. Harkema, mw. F. Santing, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.