2007/72 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J. van der Goot
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het Fries Journaal
 
Bij brief van 12 augustus 2007 met één bijlage heeft J. van der Goot te Grou (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. van Keimpema, hoofdredacteur van het Fries Journaal (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 oktober 2007, alwaar partijen niet zijn verschenen.
 
DE FEITEN
 
In het Fries Journaal van juli/augustus 2007 is een artikel verschenen onder de kop “Dwaze zuipschuit slaat weer toe”. Het artikel begint als volgt:
Jetze van der Goot, in deze krant beter bekend als de Dwaze Zuipschuit, heeft weer toegeslagen. Vorig jaar royeerde hij twee praameigenaren dis als lid van de vereniging De Fryske Boerepream (waarbij oude geklonken pramen zijn aangesloten) hadden deelgenomen aan de Heerenveen Regatta die was georganiseerd door de Nije Fryske Sylpream (een club voor nieuwgebouwde pramen).
Omdat oude, voor een convenant gesloten afspraken werden geschonden moest de vereniging die vonnissen intrekken, maar onze Jetze heeft tijdens de Heerenveen Regatta kennelijk weer met de kijker in het riet gelegen. Hij constateerde dat er drie pramen hadden meegedaan die als lid van zijn organisatie stonden ingeschreven. Dus royeerde hij hen.”
Het artikel eindigt met de volgende passage:
“Dit slaat alles. Mensen royeren die door jou worden geboycot. Alleen iemand als Jetze van der Goot is tot zulke acties in staat. Nu kan hij zich net als vorig jaar weer succesvol melden bij de Raad voor de Journalistiek, die het recht op vrije meningsuiting selectief toepast en wel laat gelden voor mensen die landelijk bekend zijn en zich uitgeven voor columnist, maar niet voor iemand die het blije Friese leven niet laat verpesten door een idioot.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat het artikel zeer kwetsend en beledigend is voor hem. Hij wijst erop dat verweerder zich al eerder zeer negatief heeft uitgelaten over hem als voorzitter van de vereniging De Fryske Boerepream en hem een dwaze zuipschuit genoemd. Nu heeft verweerder hem ook nog voor idioot uitgemaakt.
Verder stelt klager dat het artikel onjuistheden bevat. In dat verband vermeldt klager dat het bestuur overleg heeft gehad met de eerder geroyeerde leden en dat uiteindelijk is besloten dat zij weer per 1 januari 2007 lid konden worden. De reden van deze afspraak was dat het negeren van de afspraken nog nooit eerder was voorgekomen en dat het ontnemen van het lidmaatschap in dit geval als ernstige waarschuwing moest worden opgevat. Van een eerder gesloten convenant was beslist geen sprake, aldus klager. Wel is in de ledenvergadering van maart 2007 het huishoudelijk reglement op dit punt aangevuld. In voorkomende gevallen zullen leden voor vijf jaar worden geschorst, aldus klager.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht heeft betrekking op twee onderdelen:
1. het artikel bevat kwetsende en beledigende uitlatingen;
2. het artikel bevat onjuistheden.
 
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat een journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid behoort te maken tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punt 1.4. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek) Voorts komt aan columnisten, cartoonisten en recensenten een grote mate van vrijheid toe om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. (zie punt 3.1. van de Leidraad) Het gewraakte artikel is echter niet geplaatst en opgemaakt als column of opiniërend stuk, maar als feitelijke berichtgeving.
 
In het artikel wordt aandacht besteed aan de omstandigheid dat voor de tweede maal een aantal leden wordt geroyeerd van de vereniging Fryske Boerepream, waarvan klager voorzitter is. In dat verband is klager aangeduid als ‘dwaze zuipschuit’ en ‘idioot’.
Zoals de Raad in zijn uitspraak over de eerdere klacht van klager (RvdJ 2006/78) heeft overwogen met betrekking tot de aanduiding ‘dwaze zuipschuit’, wordt klager aldus neergezet als een niet serieus te nemen persoon en wordt zijn integriteit als voorzitter van de vereniging aangetast. Naar het oordeel van de Raad is zowel met die aanduiding als met de aanduiding ‘idioot’ sprake van een zodanig diffamerende kwalificatie, dat verweerder deze niet zonder deugdelijke grondslag had mogen publiceren. Van een dergelijke grondslag is echter niet gebleken.
 
Verweerder heeft op dit punt grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. ook Van Waning tegen de Volkskrant, RvdJ 2006/59)
 
Ad 2.
Klager heeft voorts gesteld dat in het artikel ten onrechte is gesproken over een convenant. Voor zover ter zake sprake is van een omissie, acht de Raad die – bezien in de context – niet dermate ernstig dat verweerder daarmee journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat met de aanduiding convenant zeer waarschijnlijk is gedoeld op de in het klaagschrift vermelde afspraken. Op dit punt is de klacht derhalve ongegrond.
 

BESLISSING
 
Voor zover de klacht betrekking heeft op de vermelding van kwetsende en beledigende uitlatingen is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Fries Journaal te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 november 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter,   M. Ülger, drs. L.W. Verhagen, mw. drs. I. Wassenaar en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden,  in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.