2007/70 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
B.V. Levensmiddelengroothandel ‘De Kweker’
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘De Smaakpolitie’ (SBS6)
 
Bij brief van 9 augustus 2007 heeft B.V. Levensmiddelengroothandel ‘De Kweker’ te Amsterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘De Smaakpolitie’ (SBS6) (hierna: verweerder). Hierop heeft M. Sommer, Manager Juridische Zaken van 625 TV Producties B.V., mede namens SBS Broadcasting B.V. gereageerd in een brief van 6 september 2007 met een bijlage.  
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 oktober 2007. Namens klaagster zijn daar M.R. van Brunschot, algemeen directeur, en J. Schreuder, logistiek manager, verschenen. Verweerder is ter zitting vertegenwoordigd door voornoemde Sommer en mevrouw H.H.J. Verhagen, afdeling juridische zaken van SBS Broadcasting B.V.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
In het televisieprogramma ‘De Smaakpolitie’ wordt onder andere aandacht besteed aan de hygiëne van horecagelegenheden. In het programma onderwerpt keurmeester en kok Rob Geus keukens aan vergaande controles. Monsters van het spoelwater, vaatdoekjes en keukengereedschap worden in een laboratorium nader onderzocht.
 
In de uitzending van 6 juni 2007 heeft Geus onder meer ‘Eetcafé De Babbelaar’ te Purmerend geïnspecteerd (hierna: de uitzending). Tijdens die inspectie opent Geus een kleine koelkast en vertelt hij de eigenaresse van het eetcafé dat zij de producten in de koelkast moet afdekken en coderen. Na een discussie daarover met de eigenaresse van de brasserie meldt de voice-over het volgende: “Maar dan vindt Rob filet americain die er toch echt al veel langer ligt.”
Geus zegt vervolgens tegen de eigenaresse: “Een gevoelig product, hè?”
Daarop wordt een fragment getoond van een naderhand opgenomen interview met Geus, waarin hij meldt: “Ik pakte 'm eigenlijk omdat ie niet afgedekt was. Maar ik keek naar de datum. En toen schrok ik een beetje. Negen dagen over datum.”
Vervolgens worden Geus en de eigenaresse weer in beeld gebracht. Geus vertelt de eigenaresse dat de filet americain over datum is, waarop de eigenaresse antwoordt:
“Nou, maar die komt net bij de kweker vandaan. Die is voor 's avonds om weg te geven.”
In de keuken zegt Geus verder: “Zie je nu wat ik bedoel met coderen? Als je nou stickers in huis had gehad en je had gecodeerd. Als het product open gaat en je doet de sticker er op, dan had die filet americain niet over datum geweest. Vandaar dat ik dat ook tegen iedereen zeg.”

In het hierna getoonde fragment van het naderhand opgenomen interview zegt Geus voorts: “Als je niet codeert, heb je geen overzicht meer in je koelkast en dan loop je achter de feiten aan.”
Geus rondt vervolgens zijn inspectie af en zegt aan het eind van zijn bezoek onder meer:
Ik probeer mensen altijd dingen te leren. Ik weet zeker dat ze door middel van mijn bezoekje gaat coderen en dat die filet americain nooit meer over datum zal zijn.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat in de uitzending ten onrechte wordt geïmpliceerd dat zij een product heeft geleverd waarvan de houdbaarheidsdatum ruim is overschreden. Volgens klaagster is door verweerder ten onrechte niet getoetst of de uitspraak van de eigenaresse van het eetcafé op waarheid berust. Dit klemt te meer nu de beschuldiging aantoonbaar onjuist is. Klaagster wijst in dat verband op de administratie van het kassasysteem waaruit onder meer blijkt dat op 30 maart 2007 door het eetcafé filet americain is aangekocht met een houdbaarheidsdatum tot en met 4 en 11 april. Aangezien de opname is geweest op donderdag 5 april 2007 kan de bewering van de eigenaresse van het eetcafé dus niet waar zijn, aldus klaagster.
Volgens klaagster is de redactie van ‘De Smaakpolitie’ in gebreke gebleven door klaagster niet vooraf te informeren over het feit dat haar naam in de uitzending zou worden genoemd en haar evenmin de gelegenheid van wederhoor te bieden. Als gevolg daarvan is de goede naam van klaagster beschadigd. Klaagster wijst erop dat zij door verschillende klanten op de uitzending is aangesproken, hetgeen er overigens op duidt daar haar naam in de uitzending verstaanbaar was.
Verder meent klaagster dat het in de rede had gelegen dat verweerder onderzoek had gedaan naar de verschillende leveranciers in de regio van Purmerend. Dat bij verweerder niet bekend was dat met de aanduiding ‘de kweker’ werd gedoeld op een leverancier, biedt geen rechtvaardiging voor het feit dat verweerder geen wederhoor heeft toegepast, aldus klaagster.
 
Verweerder stelt voorop dat ‘De Smaakpolitie’ een verstrooiend programma is over de hygiëne in de horeca. Het doel van het programma is niet informatief, maar het op licht prikkelende wijze in zijn algemeenheid tonen van de hygiënische situatie in de horeca. Verder stelt verweerder dat noch de presentator noch de voice-over kunnen worden gekwalificeerd als een journalist. Volgens verweerder is aldus geen sprake van een journalistieke gedraging in de zin van artikel 4 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek, zodat de Raad niet bevoegd is over de klacht te oordelen.
Voor het geval de Raad zich toch bevoegd acht, stelt verweerder dat de klacht een opmerking van een derde, de eigenaresse van het eetcafé, betreft. De verwijzing naar klaagster wordt noch door de presentator noch door de voice-over geuit. Het is verweerder ook niet opgevallen dat met de opmerking ‘die komt net bij de kweker vandaan’ werd verwezen naar de naam van een bepaalde leverancier. De gemiddelde kijker zal deze link ook niet hebben gelegd, aldus verweerder.
Volgens verweerder rustte bij hem niet de verplichting te onderzoeken of de uitlating van de eigenaresse van het eetcafé op waarheid berustte. De opmerking is bovendien onverstaanbaar en in de uitzending wordt er ook niet op ingegaan. Verweerder wijst er in dat verband op dat het programma betrekking heeft op horecagelegenheden en niet op leveranciers. De vraag of leveranciers zich aan de houdbaarheidsdata houden is voor het programma dan ook niet relevant. Verweerder meent dat uit eerdere jurisprudentie van de Raad volgt, dat in dit geval voor hem geen verplichting bestond tot het toepassen van wederhoor. Evenmin bestond er een verplichting om klaagster vooraf te informeren, aldus verweerder.
Hij betwist voorts dat een ernstige beschuldiging aan het adres van klaagster is geuit. Niet alleen is de opmerking nauwelijks verstaanbaar, maar door de uitlatingen van zowel de presentator als de voice-over in het verdere verloop van de uitzending wordt de uitspraak van de eigenaresse van het eetcafé ook ontkracht. Zo wordt door de voice-over gemeld: “Maar dan vindt Rob filet americain die er toch écht al veel langer ligt.” En voorts wordt door de presentator naar voren gebracht dat de situatie had kunnen worden voorkomen als de producten goed waren gecodeerd. Daarmee wordt volgens verweerder duidelijk gemaakt dat de omstandigheid dat de filet americain over datum is, is te wijten aan het eetcafé. Van aantasting van de goede naam van klaagster is dan ook geen sprake, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID VAN DE RAAD
 
Ingevolge artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging verstaan: “een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep. Voorts wordt onder een journalistieke gedraging verstaan een handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die geen journalist zijnde, regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van de in het volgende lid genoemde publiciteitsmedia.”
Ingevolge het tweede lid van artikel 4 moet – voor zover thans van belang – onder journalist worden verstaan: “degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van publiciteitsmedia, waaronder (…) programma's die worden verspreid door radio of televisie, voor zover deze bestaan uit nieuws, reportages, beschouwingen of rubrieken van informatieve aard.”  
 
Door verweerder is naar voren gebracht dat in het programma ‘De Smaakpolitie’ aandacht wordt besteed aan de hygiëne van horecagelegenheden. Uit het programma blijkt dat de presentator daarbij onder meer informatie verstrekt over de regelgeving ter zake en dat hij de bezochte keukens daaraan toetst. Voorts wordt in het programma onderzoek gedaan naar bacteriegehalten van aangetroffen keukengerei. Mede gelet op al deze omstandigheden is naar het oordeel van de Raad sprake van een programma van informatieve aard als bedoeld in artikel 4 van de Statuten. De Raad acht zich dan ook bevoegd om over de klacht te oordelen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist geen toestemming voor of instemming met een publicatie behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Wel dient de journalist het belang dat met de publicatie is gediend, af te wegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. (zie punt 1.3. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
Verder dient de journalist bij het publiceren van beschuldigingen te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. De journalist past, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie, te reageren op de aantijgingen (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
In de uitzending heeft de eigenaresse van het eetcafé, toen zij werd aangesproken op het feit dat filet americain over de datum was, het volgende gezegd: “Nou, maar die komt net bij de kweker vandaan. Die is voor 's avonds om weg te geven.”
Voor zover al zou kunnen worden aangenomen dat de term ‘de kweker’ voor de gemiddelde kijker verstaanbaar is geweest en aan de kijker duidelijk is geweest dat daarmee op klaagster is gedoeld, dan nog is naar het oordeel van de Raad geen sprake van een beschuldiging aan het adres van klaagster, op grond waarvan wederhoor noodzakelijk zou zijn geweest. Immers, gezien de in de uitzending naar voren gebrachte feiten in samenhang met de uitlatingen van de presentator en de voice-over, wordt aan de kijker voldoende duidelijk gemaakt dat het verlopen van de houdbaarheidsdatum van de filet americain naar het oordeel van verweerder aan het eetcafé is te wijten.
 
Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder dan ook niet de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond. 
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 november 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, M. Ülger, drs. L.W. Verhagen, mw. drs. I. Wassenaar en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.