2007/69 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
G.H. de Jong
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
 
Bij brief van 9 augustus 2007 met vijf bijlagen heeft dr. ir. G.H. de Jong te St. Annaparochie (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerder). Verweerder heeft op het klaagschrift gereageerd in een brief van 28 augustus 2007 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 oktober 2007 in aanwezigheid van klager. Verweerder is daar niet verschenen.  
 
DE FEITEN
 
Op 28 juni 2007 is in de Leeuwarder Courant een artikel geplaatst onder de kop “Bouwstop blijft voor zorgflat in hartje Sint Annaparochie”. In reactie op dit artikel heeft klager op 29 juni 2007 een ingezonden brief aan verweerder gestuurd met de kop “Gekleurde berichtgeving zorgcentrum St. Annaparochie”. De brief luidt verder als volgt:
“In de LC van 28 juni krijgt de directeur Noorderbreedte volop de gelegenheid zijn “deerniswekkende” positie naar voren te brengen. Daarbij worden de ondernemers in een positie van schuldigen gemanoeuvreerd, zonder dat hun naar een weerwoord is gevraagd. Enige achtergrondinformatie lijkt dan ook op zijn plaats:
1.      voordat de eerste paal werd geslagen had de Raad van State al een schorsing op het bestemmingsplan gelegd. Toch meende Noorderbreedte rustig met de bouw te kunnen starten.
2.      nadat de Raad van State ook een schorsing van de bouwvergunning had uitgesproken voerde Noorderbreedte de bouwactiviteiten op. Immers hoe verder de bouw is gevorderd des te moeilijker het valt te verkopen het gebouw weer af te laten breken. Noorderbreedte moet dan ook niet zeuren over de hoge kosten die de bouwstop met zich meebrengt.
3.      door het afbouwen van een soortgelijk centrum in Noord Bergum komt het opgevoerde maatschappelijk belang in een wel erg merkwaardig daglicht te staan.
4.      door het aanpassen van laad en lostijden kan nooit en te nimmer aan de geluidseisen worden voldaan, zodat het zeker geen makkelijke oplossing in het conflict is.”
 
In de Leeuwarder Courant van 11 juli 2007 is de brief van klager geplaatst onder de kop “Zorgcentrum Sint Anne”. De aanvang van de brief is gewijzigd als volgt:
“In de LC van 28 juni manoeuvreert de directeur van Noorderbreedte de ondernemers in een positie van schuldigen voor de bouwstop van het zorgcentrum. Enige achtergrondinformatie:…”
Naar aanleiding van deze publicatie heeft klager op 16 juli 2007 een e-mail aan verweerder gestuurd, waarin hij zijn bezwaren tegen die publicatie uiteen heeft gezet en heeft verzocht om alsnog de juiste strekking van zijn brief te publiceren. In reactie daarop heeft H. Willems, lid van de redactie, in een e-mail van diezelfde dag onder meer aan klager geschreven:
De redactie van de Leeuwarder Courant behoudt zich het recht voor ingezonden brieven in te korten. Daarnaast publiceren wij ook geen (delen van) reacties die aantoonbaar onjuist zijn. Uiteraard doen we daarbij ons best om de essentie van de ingezonden brieven overeind te houden.
In uw brief van 29 juni wilde u vier aspecten naar voren brengen als achtergrondinformatie bij de procedures over het zorgcentrum. Die vier aspecten beschouwen wij als de essentie van uw brief en die hebben we dus ook intact gelaten. Verder vindt u dat de directeur van Noorderbreedte de bezwaar makende ondernemers in een positie van schuldigen manoeuvreert. Ook die zin hebben we in het stuk laten staan.
Wat we uit uw brief hebben weggelaten is de suggestie dat de redactie niet haar best zou doen om alle partijen in het conflict aan het woord te laten. Die beschuldiging is nergens op gebaseerd. In het door u gewraakte stuk van 28 juni is exact weergegeven wat de bezwaren zijn van de ondernemers tegen de bouw. In eerdere en latere berichten zijn die bezwaren ook uitvoerig genoemd en toegelicht. Wij werpen het verwijt van eenzijdigheid dus verre van ons.(…)”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat zijn brief selectief is ingekort. Hij wijst erop dat in het artikel van 28 juni 2007 één van de partijen, de directeur van Noorderbreedte, volop de gelegenheid heeft gekregen zijn beklag te doen. Volgens klager waren er echter zwaarwegende argumenten voor verweerder om hoor en wederhoor toe te passen en derhalve ook de kant van de andere partij, een twintigtal ondernemers, te belichten. Klager wilde met de ingezonden brief duidelijk maken dat door het ontbreken van een dergelijk weerwoord in het artikel een sterk gekleurd beeld is ontstaan. Zou wel hoor en wederhoor zijn toegepast dan zouden de door hem genoemde vier punten ongetwijfeld ook naar voren zijn gebracht, aldus klager. Volgens hem heeft verweerder de eerste twee zinnen van zijn brief, zonder overleg, zodanig herschreven dat het niet vragen naar weerwoord van de ondernemers volledig is verdwenen. Daardoor is een compleet ander verhaal ontstaan. Klager meent dat Willems in zijn e-mail van 16 juli 2007 ook heeft toegegeven dat hij censuur heeft toegepast.
Klager wijst er verder op dat Willems in zijn e-mail heeft gesteld dat in het artikel van 28 juni de bezwaren van de ondernemers tegen de bouw van het zorgcentrum zijn vermeld. In dat verband brengt klager naar voren dat het artikel ging over de bouwstop en de gevolgen daarvan. Het artikel betrof dus een wezenlijk ander onderwerp dan de eerder gepubliceerde artikelen over de voor- en nadelen van de bouw van het zorgcentrum. Volgens klager hadden de ondernemers zich ook in de Leeuwarder Courant over de bouwstop moeten kunnen uitlaten.
 
Verweerder stelt dat in het colofon van de Leeuwarder Courant wordt vermeld dat de redactie zich het recht voorbehoudt om brieven in te korten. Volgens verweerder zat de essentie van de ingezonden brief van klager in zijn overtuiging dat de directeur van Noorderbreedte de bezwaarmakende ondernemers in een positie van ‘schuldigen’ probeert te manoeuvreren. Verder heeft klager in zijn brief vier punten als achtergrondinformatie en tegenwicht opgesomd. Het inkorten is beperkt tot de eerste alinea van klagers brief, en wel op een zodanige wijze dat de essentie van die brief beter tot haar recht kwam.
Bovendien is het verwijt van klager dat de Leeuwarder Courant in zijn berichtgeving is tekort geschoten onjuist, nu in het artikel ook het standpunt van de ondernemers royaal is belicht. Ook in eerdere berichten hebben de ondernemers hun bezwaren tegen het zorgcentrum ruimschoots kunnen toelichten, aldus verweerder. Verweerder heeft er dan ook voor gekozen om de suggestie van gebrekkige berichtgeving weg te laten.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Klager maakt bezwaar tegen de wijze waarop verweerder met zijn ingezonden brief is omgegaan.
 
De Raad stelt voorop dat het de redactie vrij staat ingezonden brieven en andere reacties van een naschrift te voorzien of niet te plaatsen, tenzij plaatsing geboden is vanwege bijzondere omstandigheden. Wijziging en inkorting zijn toegestaan zolang de inhoudelijke essentie en de toonzetting behouden blijven. (zie punt 5.2. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)

Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de essentie van klagers brief bestond uit de vier opgesomde punten. Klager heeft onvoldoende duidelijk in zijn brief naar voren gebracht dat de voornaamste reden van het inzenden daarvan was gelegen in zijn stelling dat verweerder bij het opstellen van het artikel van 28 juni 2007 ten onrechte geen hoor en wederhoor had toegepast.

Nu de door klager in zijn brief opgesomde vier punten in de publicatie van 11 juli 2007 juist zijn weergegeven, heeft verweerder geen grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door de brief van klager in te korten op de wijze zoals hij heeft gedaan.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 november 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, M. Ülger, drs. L.W. Verhagen, mw. drs. I. Wassenaar en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.