2007/66 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M. Fröberg en de Interkerkelijke Omroep Nederland (IKON)
 
tegen
 
F. Oremus en de hoofdredacteur van De Journalist
 
Bij brief van 30 juli 2007 met zes bijlagen heeft M. Fröberg, algemeen directeur van de IKON, mede namens de IKON te Hilversum (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen F. Oremus en de hoofdredacteur van De Journalist (hierna: verweerders). Hierop heeft J. Divendal, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 3 september 2007 met tien bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 september 2007, alwaar van de zijde van klagers M. Fröberg is verschenen. Van de zijde van verweerders waren daar Oremus en Divendal aanwezig.  
 
DE FEITEN
 
Op 7 juni 2007 is in De Journalist een artikel verschenen van de hand van Oremus onder de kop “Top omroep verdient te veel”. De intro bij dit artikel luidt:
“In een brief aan bestuursvoorzitter Harm Bruins Slot van de publieke omroep vraagt de NVJ om een debat over de forse loonsverhogingen van directeuren en voorzitters van de omroepen. ‘Tijdens de laatste CAO-onderhandelingen is ons nadrukkelijk gewezen op de toch nog zorgelijke financiële situatie van de omroepen. Hoe is dit te verenigen?’, aldus NVJ-omroepsecretaris Marc Visch. De Ikon heeft zich op zijn intranetsite vast ingedekt.”
In het artikel staan verder onder meer de volgende passages:
“De NVJ zegt nog altijd achter het recent gesloten CAO-akkoord te staan: een loonsverhoging van 2,25% dit jaar en 2,75% volgend jaar. Visch: “Maar het is lastig een dergelijk akkoord naar de achterban te verdedigen, als anderzijds directeuren en voorzitters van omroepverenigingen fors hogere loonsverhogingen opstrijken.”
en
“Op grond van een aangekondigd artikel over de salarissen van omroepdirecties in NRC Handelsblad heeft de Ikon alvast een verantwoording gepubliceerd van het sterk gestegen salaris van directeur Martin Fröberg. In 2006 verdiende hij (bruto) 143.032,- (waarin een bijdrage aan zijn pensioen van 31.567,- is opgenomen). Dat zijn salaris de afgelopen vijf jaar sterk steeg is volgens de Ikon het gevolg van het feit dat het bestuur hem steeds als ‘excellent’ functionerend beoordeelde. Eindredacteuren van de Ikon willen – aldus een ingewijde – een brief naar de directie sturen waarin onder meer wordt gevraagd hoe zijn ‘excellent’ functioneren is te rijmen met het feit dat de Ikon van 110 naar 81 zenduren is gegaan, en waarom er in de rest van de organisatie nauwelijks loonsverhogingen zijn doorgevoerd. Ook het hoge salaris van presentator Paul Rosenmöller wekt wrevel bij veel Ikon-medewerkers. ‘Vrijwel het gehele journalistieke budget wordt aan hem en zijn programma’s besteed, omdat het voor de Ikon de enige manier is om op prime time te kunnen uitzenden en de omroep zo nog iets in de Hilversumse pap te brokkelen heeft’, aldus anonieme criticasters.”
Bij e-mail van 10 juni 2007 heeft Fröberg verweerders gewezen op enkele onjuistheden in de berichtgeving. Hij betreurt dat er geen wederhoor heeft plaatsgevonden, zodat deze onjuistheden voor de publicatie verwerkt hadden kunnen worden. Fröberg verzoekt verweerders dat recht te zetten.
 
Oremus heeft in reactie hierop op 14 juni 2007 een interview met Fröberg gehouden en diens visie in een artikel neergelegd. Fröberg heeft op dezelfde dag zijn bezwaren en opmerkingen op dat stuk ingebracht.
 
Omdat Fröberg en Oremus niet tot overeenstemming kwamen over de inhoud van het interview, heeft Divendal Fröberg in de gelegenheid gesteld een repliek te schrijven, met een maximum van 330 woorden, voor plaatsing als ingezonden brief in de printeditie van De Journalist en online in de Nieuwsbrief.
 
Op 22 juni 2007 is in de rubriek Platform een reactie van Fröberg verschenen op het artikel. In deze reactie staat onder meer:
“De Journalist is niet nagegaan of de Ikon inderdaad het leeuwendeel van haar programmabudget aan programma’s van Paul Rosenmöller besteed. De informatie van de anonieme bronnen is niet gecheckt. De gegevens had ik zo kunnen geven. Want de Ikon staat bekend als een transparante omroep. Dat willen we graag zijn omdat wij immers met geld uit de samenleving programma’s maken.”
en
“In het artikel kwam de vraag naar boven: “en waarom er in de rest van de organisatie nauwelijks loonsverhogingen zijn doorgevoerd”. Ook dit is klakkeloos overgenomen van de anonieme criticasters”. (..) De journalist van De Journalist heeft ook hier verzuimd de informatie na te trekken. Ik had deze uitspraak dan kunnen weerleggen. Immers, iemand die normaal functioneert krijgt in de zes jaar dat ik bij de Ikon werk 6 maal 2,75% bij. Dat is 16,5 procent. Daar boven op zijn natuurlijk de CAO-verhogingen gekomen. Dus dat er bij de Ikon nauwelijks loonsverhogingen zijn doorgevoerd wordt op geen enkele wijze gestaafd met de feiten.”
 
Onder deze reactie hebben verweerders de volgende passage opgenomen:
“De redactie betreurt het dat het verschil van mening over onze journalistieke werkwijze niet tot een oplossing is gekomen. Wij menen juist te hebben gehandeld maar staan altijd open voor discussie. Nu onze aanpak wordt voorgelegd aan de Raad voor de Journalistiek, zullen wij die discussie daar voeren en u er t.z.t. over berichten.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers maken bezwaar tegen het gewraakte artikel, nu daarin feitelijke onjuistheden staan en beschuldigingen worden geuit aan hun adres, waardoor het imago van de IKON en de reputatie van Fröberg worden geschaad. In het artikel wordt gesteld dat het salaris van Fröberg fors is gestegen, terwijl in de rest van de organisatie nauwelijks loonsverhogingen zijn doorgevoerd. Ook wordt gesteld dat vrijwel het gehele journalistieke budget aan Paul Rosenmöller en zijn programma wordt besteed. Volgens klagers liggen de feiten totaal anders. Zo hebben alle medewerkers van de IKON loonsverhogingen conform de CAO ontvangen en sommigen zelfs meer door excellent functioneren. Dat in het artikel is vermeld dat er in de rest van de organisatie nauwelijks loonsverhogingen zijn doorgevoerd is dus pertinent onjuist, aldus klagers. Verder is het salaris van Fröberg wel gestegen, maar niet bovenmatig. Volgens Fröberg is zijn salaris niet meer gestegen dan dat van iedere andere medewerker die zeer goed functioneert.
Voorts stellen klagers dat vrijwel alle programma’s journalistieke programma’s zijn, en dat het budget van Paul Rosenmöller daar slechts een klein deel van uitmaakt. Ter zitting voegt Fröberg daaraan toe dat als verweerders daarom gevraagd hadden, hij de begroting had kunnen laten zien, waaruit precies blijkt wat het budget is voor elk programma. Verweerders hebben ten onrechte nagelaten hem om commentaar te vragen en hebben daardoor onjuistheden in het artikel laten staan.
Verder wordt ten onrechte de suggestie gewekt dat Fröberg niet goed functioneerde. Zo wordt de vraag opgeworpen hoe zijn naar opgaaf van de IKON ‘excellent’ functioneren valt te rijmen met het feit dat de IKON van 110 naar 81 zenduren is gegaan. Door dit in de context van zijn forse loonsverhoging te plaatsen, vindt Fröberg dit ernstige beschuldigingen. Nu verweerders hem geen weerwoord hebben geboden, heeft hij zich hiertegen niet kunnen beschermen. Bovendien zijn de beschuldigingen gedaan door anonieme bronnen. Klagers nemen het verweerders kwalijk dat zij op geen enkel moment contact hebben gezocht met de IKON-directie, bestuur, afdeling communicatie of met Fröberg zelf voor een weerwoord op hetgeen de anonieme bronnen naar voren hebben gebracht.
Klagers concluderen dat in het gewraakte artikel onjuistheden en beschuldigingen staan. Dit had kunnen worden voorkomen als verweerders wederhoor hadden toegepast. Dat verweerders dat hebben nagelaten klemt temeer, nu deze onjuistheden en beschuldigingen tot grote onrust hebben geleid onder de medewerkers van de IKON, omdat zij de in het artikel genoemde cijfers niet herkennen. De Ondernemingsraad van de IKON heeft aangegeven zich geheel te kunnen vinden in de visie van klagers. De journalistieke werkwijze van verweerders past volgens klagers niet bij de voorbeeldfunctie die De Journalist, als professioneel vakblad voor vakbroeders en -zusters, moet hebben voor journalisten.
 
Verweerders stellen dat het artikel over een maatschappelijk belangrijk onderwerp gaat. Immers, de salarissen van directeuren en voorzitters van omroepen geven keer op keer aanleiding tot publiek debat, Kamervragen en publiciteit. De NVJ, waarvan De Journalist het huisorgaan is, spant zich in voor vele journalisten die bij de omroep werken en die over het algemeen niet erg goed betaald krijgen, terwijl er forse loonstijgingen zijn in de top van de omroep. De aanleiding van het artikel was een open brief aan bestuursvoorzitter Harm Bruins Slot, waarin verweerders om een debat hebben gevraagd over de forse loonsverhogingen van directeuren en voorzitters van de omroepen. Oremus heeft contact opgenomen met diverse mensen, onder wie drie medewerkers van de IKON. De in het artikel genoemde feiten heeft Oremus van hen ontvangen. Hoewel verweerders er begrip voor hebben dat klagers het vervelend vinden dat de omroep en de salarissen onderwerp zijn van kritische publiciteit, is in de publicatie geen beschuldiging te lezen aan het adres van de IKON of van Fröberg. Het artikel is gebaseerd op cijfers omtrent het salaris van Fröberg, waarvoor betrouwbare bronnen waren. Niet gebleken is dat de in het bericht genoemde feiten onjuist zijn. De uitingen die Fröberg als aanklacht voelt, zijn enkel de meningen van de geïnterviewde anonieme bronnen. De reden dat de bronnen anoniem zijn opgevoerd is gelegen in de omstandigheid dat Oremus de omroepwereld goed kent en weet dat er een angst- en zwijgcultuur heerst. Onder verwijzing naar meerdere uitspraken van de Raad concluderen verweerders dan ook dat wederhoor in dit geval niet nodig was. Het is volgens verweerders aan de redactie om te bepalen vanuit welke invalshoek een onderwerp wordt belicht. Voorts bestaat er volgens verweerders geen journalistieke norm die meebrengt dat een redactie bij een publicatie over een bepaald onderwerp alle voor- en tegenstanders aan het woord dient te laten. Verweerders concluderen dat zij geen journalistieke regels hebben overtreden. Tevens zijn zij van mening dat zij, door klagers ruimhartig de ruimte te bieden voor publicatie van hun visie op deze kwestie, deze aangelegenheid naar journalistieke normen netjes hebben opgelost.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid dient te maken tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punt 1.4. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
Bovendien behoort een journalist bij het publiceren van beschuldigingen te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
In het gewraakte artikel wordt aandacht besteed aan de loonstijgingen voor de top van de omroep, waarbij onder meer het salaris van Fröberg, algemeen directeur bij de IKON, wordt weergegeven. Met de berichtgeving over (vermeende) ongelijkheid in loonstijgingen tussen de top van de omroep en de andere medewerkers, is een maatschappelijk belang gediend.
 
Naar het oordeel van de Raad laat het artikel echter weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat Fröberg slecht heeft gefunctioneerd door zendtijd te verspelen en het overgrote deel van het journalistieke budget ten onrechte te besteden aan de programma’s van Paul Rosenmöller. Bovendien zou Fröberg zich schuldig hebben gemaakt aan zelfverrijking. Hierdoor zijn het imago van de IKON en Fröbergs integriteit in aanzienlijke mate aangetast.
Aldus is sprake van een zodanige diskwalificatie van klagers dat verweerders deze niet zonder een deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren. Een dergelijke grondslag ontbreekt. De beschuldiging en diskwalificatie ten aanzien van klagers vinden naar het oordeel van de Raad onvoldoende steun in de in het artikel genoemde feiten en zijn voornamelijk gebaseerd op anonieme bronnen. Immers, in het artikel is gesteld dat de IKON-medewerkers nauwelijks loonsverhoging hebben gekregen, terwijl klagers onbetwist hebben aangegeven dat de IKON-medewerkers de normale loonsverhogingen conform de CAO hebben gekregen. De stelling van verweerders dat zij bedoeld hebben dat er nauwelijks loonsverhogingen boven de normale loonsverhogingen zijn verstrekt, leest de Raad niet terug in het artikel.
 
De Raad komt derhalve tot de slotsom dat verweerders door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, de grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ten aanzien van de toepassing van wederhoor overweegt de Raad voorts dat tussen verweerders en klagers na publicatie een discussie op gang is gekomen. Dit heeft ertoe geleid dat verweerders een door klagers ingezonden brief hebben geplaatst in de nieuwsbrief en op de website van De Journalist. Met het plaatsen van deze brief, welke langer is dan het gewraakte artikel, hebben verweerders klagers alsnog een weerwoord geboden.
 
Klagers hebben de feiten in voldoende mate kunnen rechtzetten en hun grieven aan de orde kunnen stellen. Hiermee zijn verweerders klagers voldoende tegemoetgekomen. In zoverre is de klacht derhalve ongegrond. (vgl. onder meer: Hanssen tegen HP/De Tijd, RvdJ 2005/48)
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht ertoe strekt dat de publicatie onjuistheden bevat en dat in de publicatie zonder deugdelijke grondslag beschuldigingen zijn geuit, is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Journalist te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 5 november 2007 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. L.F. Egmond, secretaris.