2007/65 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X        
 
tegen
 
B. Janssen en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia
 
Bij brief van 25 juli 2007 met twee bijlagen heeft mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen B. Janssen en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Vis, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 6 september 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 september 2007. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
Een der leden van de Raad, drs. G.T.M. Driehuis, heeft zich verschoond. De zaak is behandeld door de voorzitter en resterende leden.
 
DE FEITEN
 
Op 7 juli 2007 is in De Twentsche Courant Tubantia een artikel verschenen van de hand van Janssen onder de kop “Justitie wil Enschedeër voor miljoen plukken”. In het artikel zijn onder meer de volgende passages opgenomen:
“Het OM wil (X) (47) uit Enschede ‘plukken’ voor 945.000 euro. Volgens justitie lichtte hij vanaf 2001 de ING/Regiobank en SNS op met valse werkgeversverklaringen. De banken zouden hem hypotheken cq leningen hebben verstrekt voor 370.000, 354.000 en 75.000 euro.”
en
“Op de dagvaarding staan tien feiten. Naast fraude met valse werkgeversverklaringen van Abeca Amusementsautomaten, Euregio Beheer, Twentse Hekwerken Onderneming en Van Buren Bouwmaterialen, staat daar witwassen van geld, panden (Kanaalstraat, Lonnekerbrugstraat en Gareelhoek), auto’s en boten op.”
en
“De rechtbank besliste dat drie getuigen worden gehoord, op de zitting. Het gaat om (X)’s Joegoslavische vrouw, die van de afgelegen Molenbergseweg (aan de grens bij Buurse) naar de zuidwijk Helmerhoek wilde verhuizen. Ook worden het vermeende oplichtingsslachtoffer en een kennis gehoord.”
Het slot van het artikel luidt:
“Volgens (X), liefhebber van oldtimers, is van oplichting geen sprake. Hij leende 100.000 euro om uit zijn huis gestolen geld (160.000 euro cash) aan zijn zwager terug te betalen. Hij wilde de ‘lening’ financieren met de overwaarde van zijn onroerend goed.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager betoogt dat verweerders geen enkel respect hebben voor het vermoeden van onschuld van verdachten. Zo zijn in het artikel alle namen van de bedrijven opgenomen waarvan klager valselijk werkgeversverklaringen zou hebben gebruikt. Dit terwijl deze namen niet ter zitting zijn genoemd en de feiten worden ontkend, aldus klager. Deze overbodige vermelding neigt ertoe dat verweerders de mening zijn toegedaan dat klager reeds schuldig is bevonden. Klager stelt verder dat verweerders zijn privacy en die van zijn vrouw hebben geschonden. In het artikel wordt de identiteit van zijn vrouw willens en wetens onthuld. Weliswaar wordt haar naam niet genoemd, maar wel haar nationaliteit en haar adres. Volgens klager is het vermelden van deze informatie onnodig en in strijd met hun recht op privacy. Klager concludeert dat de wijze van weergave buitenproportioneel is en onrechtmatig.
 
Verweerders stellen dat in het artikel op correcte wijze verslag is gedaan van een rechtbankzitting, en dat de genoemde feiten afkomstig zijn uit de dagvaarding. Anders dan klager meent, is het aan de journalist om te bepalen welke feiten relevant zijn en dus in het artikel moeten staan, aldus verweerders. Met betrekking tot het verwijt van klager dat verweerders informatie over de vrouw van klager hebben gegeven waarmee haar identiteit is onthuld, stellen verweerders dat klager deze informatie zelf op de zitting naar voren heeft gebracht. Immers, klager heeft op de zitting aan de rechter gevraagd om drie getuigen te mogen horen. Eén van die getuigen was de vrouw van klager. De rechter heeft dit verzoek gehonoreerd, nadat klager persoonlijke motieven als argument had aangedragen. Die persoonlijke motieven waren erin gelegen dat het ging om een buitenlandse vrouw met twee kleine kinderen, die van de afgelegen Molenbergseweg (aan de grens bij Buurse) naar de zuidwijk Helmerhoek wilde verhuizen. Nu klager wist dat de zitting niet achter gesloten deuren plaatsvond, heeft hij hierdoor ook gekozen voor een mogelijke openbaarmaking van deze gegevens. Janssen heeft deze gegevens in zijn artikel opgenomen omdat de verhuizing van de vrouw een rol speelde in het onroerend goed verhaal. Verweerders geven toe dat deze context in het artikel niet expliciet vermeld staat, maar ontkennen dat het vermelden van de gegevens niet relevant was. Volgens verweerders kloppen de feiten en is er geen sprake van lichtvaardige verdachtmakingen jegens klager of zijn vrouw. Ten slotte wijzen verweerders op het maatschappelijk belang van de publicatie.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens moet bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
Een journalist zal derhalve steeds een afweging dienen te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en zal moeten vermijden dat nodeloos schade wordt toegebracht.
 

Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
 
De vermelding van initialen, leeftijd en woonplaats van verdachten en veroordeelden is gebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het is derhalve de vraag of de naamsvermelding van de bedrijven, de vermelding van de nationaliteit van de vrouw van klager en haar wens om te verhuizen ontoelaatbaar zijn.
 
De Raad heeft eerder overwogen dat het niet zonder meer journalistiek onzorgvuldig is indien in een publicatie over een strafzaak de naam van een onderneming wordt vermeld. Indien de desbetreffende onderneming een essentiële rol speelt in de strafzaak kan het van zodanig maatschappelijk belang zijn om de gegevens van die onderneming in de berichtgeving te vermelden, dat het privacybelang van de daardoor eenvoudig te identificeren ondernemer daarvoor moet wijken. (vgl. onder meer: X en Y tegen Het Parool, RvdJ 2006/79)
De in het artikel genoemde bedrijven spelen een belangrijke rol in de strafzaak tegen klager. Klager wordt namelijk beschuldigd van fraude met werkgeversverklaringen van deze bedrijven. Het is maatschappelijk en journalistiek relevant daarover te berichten op de wijze zoals verweerders hebben gedaan.
 
Ten aanzien van het vermelden van de nationaliteit van de vrouw van klager, en haar wens om van de ene straat naar de andere te verhuizen, overweegt de Raad dat verweerders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat ook deze gegevens een rol speelden in de strafzaak tegen klager. Immers, het gegeven dat zij als buitenlandse vrouw wilde verhuizen van de afgelegen Molenbergseweg (aan de grens bij Buurse) naar de zuidwijk Helmerhoek, was onderdeel van haar getuigenis ter verdediging van klager. Ook ten aanzien van deze gegevens is het naar het oordeel van de Raad maatschappelijk en journalistiek relevant daarover te berichten zoals verweerders dat hebben gedaan.
 
Gelet op het bovenstaande is de Raad van oordeel dat verweerders het belang van een volledige berichtgeving op een verantwoorde wijze hebben gediend en dat van een disproportionele aantasting van het privé-leven van klager geen sprake is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Twentsche Courant Tubantia te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 5 november 2007 door mr.  Th. Groeneveld, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.