2007/64 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
A.J. de Vries en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
 
Bij brief van 20 juli 2007 met zeven bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A.J. de Vries en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerders). Hierop heeft R. Mulder, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 15 augustus 2007 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 september 2007 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 23 juni 2007 is in de Leeuwarder Courant een artikel verschenen van de hand van De Vries onder de kop “De helpende handen van Fokke en Loeki”. De intro van het artikel luidt:
“Dit is het verhaal van Fokke Fokkema en Loeki Hogeveen. Zij vragen zich af waarom de hele wereld te hoop loopt tegen de misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad, terwijl soortgelijke gebeurtenissen achter een voordeur in Menaldum via het Nederlandse strafrecht nauwelijks te veroordelen zijn.”
In het artikel staan onder meer de volgende passages:
“In Abu Ghraib werden mensen vernederd en gemarteld. Foto’s van die gebeurtenissen gingen de aardbol over en wekten afschuw op. Maar vergelijkbare handelingen speelden zich zeventien jaar lang af in een dorpje in onze provincie. Fokke Fokkema en Loeki Hogeveen trokken zich het lot van de door huiselijk geweld zwaar geschonden Anke aan. Zij hielpen haar ontsnappen uit een leven van dwang en geweld.”
en
“Fokke mocht er met niemand over praten, maar zocht anonieme hulp voor Anke, onder andere bij een ‘steunpunt seksueel geweld’. Zo was het in de nazomer van 2003. Fokke was dolblij dat hij het geheim een paar maanden later kon delen met Loeki Hogeveen (49) uit Burgum. De adjunct-directrice van de Eben Haëzerschool in Menaldum had al jaren contact met Anke, moeder van twee oud-leerlingen. Anke doet vrijwilligerswerk op school.”
en
“Fokke en Loeki sloegen de handen ineen. Tot op de dag van vandaag staan ze dagelijks in contact met Anke en elkaar. In het begin om Anke en haar kinderen te helpen vluchten uit de huiselijke situatie. Daarna om haar bij te staan in een Blijf van m'n Lijf-huis. Vervolgens om weer een plekje te vinden in de maatschappij.”
en
“Toen begonnen de rechtszaken, die nog altijd niet afgewikkeld zijn. Op 6 april van dit jaar is de ex-echtgenoot van Anke veroordeeld. Het gerechtshof achtte welgeteld één strafbaar feit bewezen: een verkrachting. De man heeft bij de Hoge Raad cassatie aangetekend tegen dit arrest.”
en
“De ambtenaar en de onderwijzeres kennen het dossier van haver tot gort. Weten tot in detail wat er is gebeurd. Alleen bij elkaar, en bij Anke, kunnen ze hun verhalen kwijt.”
en
“Ze hebben het vertrouwen verloren in het Openbaar Ministerie, waar ze soms geen poot aan de grond kregen. Zeventien jaar lang was er sprake van “misbrûk dat te gruwelik foar wurden is”. Maar juridisch werd dit steeds gerelativeerd door van een sadomasochistische verhouding te spreken. Ook volgens de ex ging het om sm. Sm mag, mits sprake is van vrijwilligheid, vertrouwen en veiligheid. Fokke en Loeki: “Dêrfan wie hjir no krekt gjin sprake. Dit wie ‘huiselijk geweld’, gjin sm.” Zij voelen zich in die visie gesteund door de Landelijke Expertisecommissie voor Bijzondere Zedenzaken.”
en
“Fokke en Loeki hebben sterk het gevoel gekregen dat het geen toeval is dat Anke op hun weg is gekomen. Beiden denken dat er iets van lotsbestemming in ligt. “It hat sa wêze moatten”, zegt Loeki. Hun bestaan heeft er een zin en diepgang door gekregen die ze voor geen goud meer willen missen.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager maakt bezwaar tegen het gewraakte artikel omdat daarin ernstige beschuldigingen worden geuit aan zijn adres. De frustraties van Hogeveen en Fokkema zijn zonder enige reserve gepubliceerd, terwijl verweerders wisten dat hun aantijgingen en beschuldigingen aan zijn adres onjuist waren, aldus klager. Zo wordt in het artikel een vergelijking gemaakt tussen klagers behandeling van zijn ex-echtgenote en de misstanden in de Abu Ghraib gevangenis. Verder wordt hij beschuldigd van misdrijven als mishandeling en/of huiselijk geweld. Klager benadrukt dat hij is vrijgesproken van het plegen van geweld of mishandeling. Wel is hij door het gerechtshof veroordeeld voor één verkrachting, maar daartegen heeft klager reeds beroep in cassatie bij de Hoge Raad aangetekend. In het artikel wekken verweerders ten onrechte de indruk dat klager de feiten waarvoor hij is vrijgesproken wel heeft begaan, maar is vrijgesproken vanwege juridische beperkingen of trucjes. Klager meent dat dit en de vergelijking met de misstanden in de Abu Ghraib gevangenis uiterst beledigend zijn en bovendien volstrekt onjuist. Ter zitting heeft klager hieraan toegevoegd dat hij aangifte heeft gedaan tegen zijn vrouw wegens mishandeling.
Ook verwijzen de geïnterviewden naar de bevindingen van de Landelijke Expertisecommissie Zedenzaken, door welke commissie zij zich gesteund voelen. Ter zitting benadrukt klager dat uit het rapport dat door die commissie is opgesteld helemaal niet blijkt dat sprake is van huiselijk geweld. Wel blijkt uit dat rapport dat de deskundigen het hoogst ongewenst achten dat mevrouw Hogeveen iedere keer bij het horen van zijn ex-echtgenote aanwezig was. De leden van de commissie betwijfelden of zijn ex-echtgenote haar verklaringen nog in volle vrijheid kon afleggen en vragen zich af of zij opgewassen was tegen de krachten van mevrouw Hogeveen. Daar voegt klager aan toe dat de later door het Hof aangewezen deskundigen van mening waren dat herinneringen van zowel zijn ex-echtgenote als klager zelf door tijdsverloop een andere inkleuring hadden gekregen. Hierdoor was het onmogelijk te achterhalen wat er daadwerkelijk gebeurd was. Klager meent dat het onbegrijpelijk is dat verweerders zonder enige verificatie hebben geschreven dat uit het rapport blijkt dat sprake is van huiselijk geweld. Volgens klager hadden verweerders de ernstige beschuldigingen niet in het artikel mogen opschrijven voordat zij daartoe nader onderzoek hadden gedaan. Zo hadden verweerders kunnen vragen het dossier of rapport in te zien, of hadden zij contact kunnen zoeken met klager. Doordat verweerders dat hebben nagelaten bevat het artikel onjuistheden. Weliswaar wordt klager niet bij naam in het artikel genoemd, maar het is duidelijk om wie het gaat. Klager stelt naar aanleiding van het artikel opmerkingen van bekenden te hebben gekregen. Hij is van mening dat de handelwijze van verweerders onjuist is geweest.
 
Verweerders stellen dat in het artikel het verhaal van en over twee hulpverleners wordt verteld. Mensen die zonder dat zelf te hebben gezocht werden geconfronteerd met de nood van een vrouw die zij goed kenden. Het artikel gaat volgens verweerders in eerste plaats over hun ervaringen. Wat er over de voorvallen tussen klager en zijn ex-echtgenote wordt gemeld heeft niet het karakter van een feitelijk relaas maar is de reflectie van de twee hulpverleners op de situatie zoals de zwaar geschonden vrouw die heeft ervaren. Voor wat de feiten betreft is in het artikel volstaan met de uitkomst van de rechtzaken. Van de rechtzaken zelf stellen verweerders in eerdere artikelen in de Leeuwarder Courant verslag te hebben gedaan. In die artikelen is de lezing van klager duidelijk terug te vinden.
Ook stellen verweerders dat zij klagers privacy voldoende hebben gerespecteerd. Alleen zijn (voormalige) woonplaats is in het gewraakte artikel genoemd. Verweerders concluderen dat geen journalistieke grenzen zijn overschreden en dat voldoende rekening is gehouden met de belangen van klager. 
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid dient te maken tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punt 1.4. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
Bij het publiceren van beschuldigingen behoort de journalist te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
In het artikel “De helpende handen van Fokke en Loeki” worden de gebeurtenissen tijdens het huwelijk van klager vergeleken met de misstanden in de Abu Ghraib gevangenis waar mensen werden vernederd en gemarteld. Deze zeer ernstige beschuldiging aan het adres van klager had niet zonder deugdelijke feitelijke grondslag gepubliceerd mogen worden. Een dergelijke grondslag ontbreekt echter. Voorts wordt in het artikel vermeld dat klager zich schuldig zou hebben gemaakt aan mishandeling en huiselijk geweld. Ook voor deze beschuldiging ontbreekt grondslag, nu uit de uitspraak van het Hof blijkt dat klager juist is vrijgesproken van het plegen van geweld of mishandeling. Bovendien zijn de beweringen niet voor rekening van Fokkema en Hogeveen gelaten, maar als feitelijk juist gepresenteerd.
Deze ongefundeerde beschuldigingen klemmen te meer, nu vast staat dat klager geen gelegenheid heeft gekregen te reageren op deze aantijgingen. Van zwaarwichtige redenen van algemeen belang die dat kunnen rechtvaardigen, is de Raad niet gebleken.

Het betoog van verweerders dat klager daartoe in eerdere artikelen uitgebreid de gelegenheid heeft gehad, overtuigt de Raad niet.
 
Door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, hebben verweerders derhalve de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 5 november 2007 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.