2007/63 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
B. Hennig
 
tegen
 
M. van der Wel, M. van der Peppel en de hoofdredacteur van RTV Utrecht
 
Bij brief van 9 juli 2007 met één bijlage heeft B. Hennig te Utrecht (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. van der Wel, M. van der Peppel en de hoofdredacteur van RTV Utrecht (hierna: verweerders). Hierop heeft W. Kramer, Hoofd RTV Nieuwsredactie, namens verweerders geantwoord in een brief van 20 september 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 september 2007. Klager was daar aanwezig, vergezeld door O. Pols en W. Koopmans. Verweerders zijn niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 21 februari 2007 is in een uitzending van het actualiteitenprogramma ‘U Vandaag’ van RTV Utrecht aandacht besteed aan groeperingen die zich bezighouden met acties tegen detentiecentra (hierna: de uitzending). De directe aanleiding van de uitzending was een incident in de nacht van 19 op 20 februari 2007, waarbij in de gemeente Zeist alle huizen van de fractievoorzitters waren besmeurd met rode verf. In de uitzending wordt onder meer gemeld dat de actie een directe link had met de uitbreiding van het detentiecentrum voor uitgeprocedeerde asielzoekers in het Kamp van Zeist. In de uitzending is onder meer het volgende gezegd:
“..ja precies, dat was de AAGU, dus de AAGU en dat staat voor de Anarchistische Antideportatie Groep Utrecht en wij zijn er vandaag achtergekomen dat die een link hebben met Brett Hennig en dat is een hele fanatieke mensenrechtenactivist die overal in Europa opduikt op de momenten dat er detentiecentra ter sprake komen.”
en
“..het zijn natuurlijk allemaal fanatiekelingen die behoorlijk actie voeren tegen het detentiecentrum. Maar ja, voor sommigen is het nooit fanatiek genoeg en die splitsen zich weer af. Nou, AAGU wordt weer gelinkt met die meneer Brett Hennig en op hetzelfde moment dat AAGU uit de raadszaal werd verwijderd, was in Arnhem opnieuw ook weer een aanslag met verfbommetjes bij een advocatenkantoor en dat had ook weer te maken met detentiecentrum Zeist..”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager maakt bezwaar tegen het feit dat zijn naam in de uitzending twee keer wordt genoemd in verband met een anarchistische organisatie en een aanslag met verfbommen. Volgens klager bevat de uitzending onjuistheden en is de toonzetting van de uitzending lasterlijk, omdat hij ten onrechte wordt neergezet als een gewelddadig persoon. Klager ontkent ten stelligste iets te maken te hebben met genoemde daad van vandalisme. Ook maakt klager bezwaar tegen de aanduiding 'fanatiek mensenrechtenactivist'. Klager erkent dat hij heeft deelgenomen aan enkele vreedzame demonstraties tegen detentiecentra in Europa en dat hij technische ondersteuning verleent ten behoeve van de website van het comité Sluit Kamp Zeist. Dat verweerders hem fanatiek noemen en hem bovendien in verband brengen met daden van vandalisme en andere gewelddadige activiteiten gaat klager echter veel te ver. Hij is van mening dat het noemen van zijn volledige naam in verband met de genoemde feiten een ernstige schending van zijn privacy inhoudt.
 
Verweerders stellen dat met de gewraakte uitzending van ‘U Vandaag’ getracht is inzicht te geven in de achtergronden van diverse groeperingen die zich bezighouden met acties tegen detentiecentra, zoals de acties voor de sluiting van Kamp Zeist. In die context is klager een fanatiek mensenrechtenactivist genoemd. De lading die klager aan het woord ‘fanatiek’ geeft, onderschrijven verweerders niet. Volgens verweerders is fanatiek niet direct gekoppeld aan harde acties en/of het gooien van verfbommen. Zo is een fanatiek supporter van FC Utrecht volgens verweerders niet direct een hooligan. Verweerders stellen dat klager om commentaar op de acties in Zeist is gevraagd. Tevens zou klager de vraag zijn voorgelegd of hij op enigerlei wijze betrokken was bij de actie in Zeist. Hierop heeft klager laten weten geen commentaar te willen geven, aldus verweerders. Verweerders benadrukken dat het nooit hun bedoeling is geweest het gooien van verfbommen in de schoenen van klager te schuiven.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat de uitzending ernstige beschuldigingen bevat aan het adres van klager.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist in de berichtgeving een duidelijk onderscheid dient te maken tussen feiten, beweringen en meningen. (zie punt 1.4. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
Bij het publiceren van beschuldigingen behoort de journalist te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad)
 
Naar het oordeel van de Raad laat de uitzending de toehoorder weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat klager deel uitmaakt van een anarchistische organisatie en dat hij heeft deelgenomen aan een aanslag met verfbommen in Arnhem. Een dergelijke beschuldiging had niet zonder deugdelijke feitelijke grondslag gepubliceerd mogen worden. Deze ontbreekt echter. Dat verweerders de bedoeling hadden inzicht te geven in de achtergronden van de diverse comités die actie voerden rondom Kamp Zeist en dat het niet de bedoeling was het gooien van de verfbommen in de schoenen van klager te schuiven, maakt dit niet anders.
 
Ten aanzien van de toepassing van wederhoor hebben verweerders gesteld dat zij telefonisch contact hebben gezocht met klager en hem om commentaar hebben gevraagd op de acties in Zeist en of hij daarbij betrokken was. Ook stellen zij klagers woning bezocht te hebben. Klager heeft daartegen aangevoerd dat zijn moedertaal Engels is, en hij toen hij telefonisch werd benaderd,  niet goed begreep wat de verslaggever van hem wilde. Verweerders stellen klager niet thuis te hebben aangetroffen. Vast staat dat verweerders voorafgaand aan de uitzending verder geen contact hebben gezocht met klager. Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders onvoldoende ondernomen om met klager in contact te komen. Van zwaarwichtige redenen van algemeen belang die dat kunnen rechtvaardigen, is de Raad niet gebleken.
 
Ten slotte overweegt de Raad dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad)
 
Klager is in de uitzending met zijn volledige naam genoemd. Hij is stigmatiserend in de publiciteit gebracht, op een wijze waardoor de indruk wordt gewekt dat hij betrokken was bij de actie waarbij in de gemeente Zeist alle huizen van de fractievoorzitters zijn besmeurd met rode verf. Verweerders hebben aangevoerd dat zij zeker niet de bedoeling hebben gehad om het gooien van de verfbommen in de schoenen van klager te schuiven. De publicatie had echter terughoudender kunnen zijn, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud ervan, en met behoud van de bescherming van de belangen van derden. Naar het oordeel van de Raad is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klager en is sprake van een inbreuk op zijn privacy die verder gaat dan in het kader van de berichtgeving noodzakelijk was. (vgl. onder meer: X tegen ‘Undercover in Nederland’, RvdJ 2006/44)
 
Door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld hebben verweerders derhalve de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.  
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘U Vandaag’ van RTV Utrecht en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 5 november 2007 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.