2007/62 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
D. de Champeaux 
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Radio Nederland Wereldomroep (RNW)
 
Bij brief van 6 februari 2007 met zes bijlagen heeft D. de Champeaux te San José, Californië (Verenigde Staten) (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Radio Nederland Wereldomroep (RNW) (hierna: verweerder). Hierop heeft de Raad klager bij brief van 1 maart 2007 verzocht gemotiveerd aan te geven waarom naar zijn mening sprake is van een geval als bedoeld in artikel 2a lid 4 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek. Klager heeft daarop geantwoord in een schrijven van 4 juni 2007. Vervolgens heeft de Raad klager bericht dat hij zich eerst zal uitspreken over de ontvankelijkheid van klager.
J. Daalmeijer, hoofdredacteur RNW, heeft op 22 augustus 2007 gereageerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager. Klager heeft daarop nog geantwoord in een schrijven van 10 september 2007. Verweerder heeft bij brief van 26 september 2007 laten weten in de door klager aangedragen tekst geen aanleiding te zien verder te reageren.
 
Ter zitting van 28 september 2007 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klager beoordeeld buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 6 februari 2007 is in een uitzending van Radio Nederland Wereldomroep (RNW) bericht over Nederlandse hulp aan de slachtoffers van de overstromingen in Jakarta.
In de uitzending is het volgende gezegd:
“Nederland stelt 1 miljoen euro beschikbaar voor hulp aan de slachtoffers van de overstromingen in Jakarta. (...) Driekwart van de Indonesische hoofdstad is door zware regenval onder water komen te staan. Zeker 36 mensen zijn omgekomen en 340.000 inwoners zijn geëvacueerd.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager is van mening dat de berichtgeving van Radio Nederland Wereldomroep incompetent en uiterst timide is en in feite tegen de belangen van de (wereld)bevolking ingaat. Ter onderbouwing van zijn standpunt verwijst klager onder meer naar de berichtgeving van RNW over Nederlandse hulp aan slachtoffers van de overstromingen in Jakarta. Volgens klager heeft RNW in die berichtgeving ten onrechte de natuur de schuld gegeven van de overstroming, terwijl RNW had kunnen berichten dat driekwart van de Indonesische hoofdstad door de gevolgen van overbevolking onder water is komen te staan, aldus klager. Verder betoogt klager dat de website van RNW nieuws op een kwestieuze manier presenteert. Bovendien is het volgens klager onduidelijk of RNW onafhankelijk is of een spreekbuis van de regering.
Klager meent dat hij een rechtstreeks belang heeft bij een uitspraak van de Raad. Hij heeft kritiek op het dubieuze niveau van de wereldpers, waaronder de RNW, en nodigt de Raad uit om de Nederlandse pers te wijzen op haar verantwoordelijkheid om de Nederlandse samenleving duurzaam te houden.
 
Verweerder wijst de door klager gedane suggestie dat zijn berichtgeving tendentieus en incompetent zou zijn resoluut van de hand. Verweerder benadrukt dat hij onafhankelijk en onpartijdig is en zich niet laat beïnvloeden door mensen zoals klager. Er wordt kennis genomen van zijn standpunt maar vervolgens maken we onze eigen journalistieke afweging, of we er iets mee doen of niet, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
 
Uit hetgeen klager hiertoe heeft aangevoerd leidt de Raad af dat klager betoogt een rechtstreeks belang te hebben bij een oordeel van de Raad, omdat hij kritiek heeft op het volgens hem dubieuze niveau van de wereldpers. Het gestelde dubieuze niveau van de wereldpers maakt klager, ook indien het vast zou komen te staan, niet tot rechtstreeks belanghebbende in de zin als hiervoor is bedoeld. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat het belang van klager direct betrokken is bij de gewraakte publicaties. Klager is derhalve niet-ontvankelijk in zijn klacht. (vgl. onder meer: X tegen de Hoofddorpse Courant, RvdJ 2007/53)
 
BESLISSING
 
Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.  
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Radio Nederland Wereldomroep en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 5 november 2007 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mw. drs. M.G.N. Mathot en mw. drs. P.C.J. van  Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.