2007/61 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
W. Habraken en R. den Dekker (Comité van vrijwilligers)
 
tegen
 
S. Jongerius en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad
 
Bij brief van 12 juli 2007 met een bijlage hebben W. Habraken en R. den Dekker te ’s Hertogenbosch, handelend als Comité van vrijwilligers (hierna: klagers), een klacht ingediend tegen S. Jongerius en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (hierna: verweerders). Hierop hebben verweerders geantwoord in een brief van 15 augustus 2007 met zeven bijlagen. Klagers hebben daarop nog gereageerd in een schrijven van 27 augustus 2007 met een bijlage. Op die repliek hebben verweerders ten slotte gereageerd bij brief van 30 augustus 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2007. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 12 juni 2007 is in het Brabants Dagblad een artikel verschenen van de hand van Jongerius onder de kop “Oosterpoort maakt eind aan Kampeleren” en de subkop “Primitief kamperen bij opvoedproblemen te duur, aldus directie”. Het artikel luidt verder:
De druk van de wachtlijsten in de jeugdzorg heeft het einde ingeluid voor Kampeleren. Tientallen gezinnen met een 'probleemkind' in Noord-Oost Brabant hebben de afgelopen acht jaar meegedaan aan deze begeleide vorm van primitief kamperen van jeugdzorgaanbieder Oosterpoort. Doel: de verstoorde omgang tussen ouders en hun kind verbeteren.
Een comité van vrijwilligers is uiterst teleurgesteld over het besluit van Oosterpoort. Volgens hen heeft de aanpak zich meer dan bewezen. ,,Ouders en kinderen worden geheel op zichzelf teruggeworpen en leren elkaar met hele andere ogen te bekijken”, zegt Ruud den Dekker. Meer dan honderd kinderen kregen de afgelopen jaren een indicatie voor Kampeleren dat in 2005 nog werd genomineerd voor de nationale Welzijnsprijs.
Volgens directeur Jeroen van der Eerden is Kampeleren een leuke, maar 'met afstand de duurste' werkvorm van Oosterpoort. ,,Het kost 400 euro per cliënt per dag tegenover een gemiddelde van 130 euro. Het is bovendien voor een beperkte doelgroep en alleen in de zomervakantie. Voor dat geld kun je een jaar ambulante hulpverlening inzetten.”
Hij bestrijdt stellig dat Kampeleren voor dit jaar al gepland was en mensen voor het blok zijn gezet. ,,Er was geen enkele planning, niemand had nog een indicatie.” Het zou de laatste jaren juist steeds moeite hebben gekost voldoende deelnemers te vinden.
 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen dat zij Jongerius op 8 juni 2007 hebben uitgenodigd om het een en ander te bespreken omtrent het opheffen van de werkvorm ‘Kampeleren’ van de jeugdhulpverlenings-instelling Oosterpoort. Zij hebben toen hun standpunt ten aanzien van de opheffing van Kampeleren naar voren gebracht en meegedeeld dat zij hun bedenkingen hadden bij de manier waarop Oosterpoort deze materie behandelde. Het bleek niet mogelijk het artikel vooraf in te zien.
Klagers zijn verbaasd en teleurgesteld over de manier waarop Jongerius het artikel heeft benaderd. Hoewel zij Jongerius hebben gevraagd om een onafhankelijke benadering, heeft hij een aantal onwaarheden opgetekend die afkomstig zijn van de directeur van Oosterpoort. Volgens klagers is het niet juist dat niemand nog een indicatie had. Er was aantoonbaar één gezin ingeschreven en er waren meerdere aanmeldingen. Ook is niet correct dat het steeds moeilijker was om deelnemers te vinden. Het aantal deelnemers groeide juist de laatste jaren, wat in 2006 zelfs tot een wachtlijst heeft geleid. Verder bestrijden klagers dat Kampeleren niet gepland was voor dit jaar. Het gaat om een vaste werkvorm, die in die zin altijd gepland staat. Ten slotte kan de werkvorm ook in andere perioden dan de zomervakantie ingezet worden. Klagers betogen dat verweerders niet correct zijn omgegaan met de waarheid, waardoor zij in een kwaad daglicht zijn gesteld, en dat het artikel op zijn minst een weerwoord verdiende.
 
Verweerders stellen dat klagers een aantal malen contact hebben opgenomen met de redactie, omdat zij meenden dat in het Brabants Dagblad ruimer aandacht had moeten worden gegeven aan de opheffing van het project Kampeleren. Bovendien had de krant volgens klagers meer partij moeten kiezen voor de argumenten en beweringen van het comité van vrijwilligers.
Verweerders menen dat zij in het artikel zowel de zienswijze van klagers als die van de directeur van Oosterpoort voldoende voor het voetlicht hebben gebracht. Het leek hen overdreven om na wederhoor bij de directeur opnieuw klagers te horen. Hoewel het niet is gelukt de feiten helder te krijgen, hebben zij binnen redelijke grenzen en op consciëntieuze wijze geprobeerd aan waarheidsvinding te doen. Niet publiceren was ook een optie geweest, maar de overweging om dat toch te doen lag in het feit dat de wachtlijstproblematiek in de jeugdzorg en de gevolgen daarvan in Brabant erg actueel waren.
Verder stellen verweerders dat het uit praktische overwegingen niet gebruikelijk is kortere nieuwsberichten vooraf voor te leggen. Dit is met klagers besproken, die daarvoor destijds begrip konden opbrengen.
Ten slotte stellen verweerders dat Jongerius na verschillende gesprekken oordeelde dat er geen aanleiding bestond voor een nieuwe publicatie. Vervolgens heeft de lezersredacteur klagers gewezen op de mogelijkheid een ingezonden brief te sturen. Klagers hebben van die mogelijkheid gebruik gemaakt en hun brief is gepubliceerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat verweerders op onzorgvuldige wijze aandacht hebben besteed aan het opheffen van de werkvorm ‘Kampeleren’ door de jeugdhulpverleningsinstelling Oosterpoort.
 

Voorop moet worden gesteld dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. (zie punt 1.2. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek) Het is bovendien aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Een en ander geldt ook indien een betrokkene heeft verzocht aan een bepaald onderwerp aandacht te besteden. Het stond verweerders dan ook vrij om te bepalen of, en zo ja op welke wijze, zij aandacht zouden besteden aan de kwestie van klagers.
Verweerders hebben gesteld dat zij naar aanleiding van het gesprek met klagers wederhoor hebben toegepast bij de directeur van Oosterpoort. In het artikel is aan beide standpunten aandacht besteed. Klagers behoefden niet in de gelegenheid te worden gesteld om te reageren op de opmerkingen van de directeur, nu hun opvattingen al voldoende duidelijk waren. Gesteld noch gebleken is dat de weergave van het standpunt van klagers relevante feitelijke onjuistheden bevat.
 
De conclusie is dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Dat de publicatie wellicht anders is van toon en inhoud dan klagers hadden gewenst, kan daaraan niet afdoen. Bovendien zijn verweerders klagers nog tegemoet gekomen door een ingezonden brief te plaatsen. (vgl. onder meer: Van der Steen tegen het Noordhollands Dagblad, RvdJ 2007/27)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 oktober 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B. Brouwers, mw. A.C. Diamand, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.