2007/60 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X, De Hoek Assurantie Adviseurs B.V. en Intergroep West-Friesland B.V.
 
tegen
 
A. Ruitenbeek en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad
 
Bij brief van 27 juni 2007 met diverse bijlagen en aanvullend schrijven van 3 juli 2007 heeft X mede namens De Hoek Assurantie Adviseurs B.V. en Intergroep West-Friesland B.V. (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen A. Ruitenbeek en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft P. Hovestad, adjunct hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 20 augustus 2007. Klagers hebben daarop nog gereageerd in een schrijven van 29 augustus 2007. Ten slotte hebben verweerders nog een bijlage overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2007. Aan de zijde van klagers was X aanwezig, die het standpunt van klagers heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Namens verweerders zijn daar Ruitenbeek, Hovestad en M. van den Busken, chef redactie van het Dagblad voor West‑Friesland, verschenen.
 
Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.
 
DE FEITEN
 
Op 1 mei 2007 is in het Noordhollands Dagblad een artikel van de hand van Ruitenbeek verschenen onder de kop “De Hoek stuurt klant spookfacturen” met het chapeau “Uitkeringsinstantie vraagt faillissement aan”. Het artikel is ingeleid als volgt:
“De Hoek Assurantie Adviseurs stuurt spookfacturen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) onderzoekt het bedrijf van (X) (58), dat werkt zonder vergunning. Het faillissement van de tussenpersoon is aangevraagd.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Klanten krijgen post uit Purmerend met de oproep zaken te blijven doen met De Hoek. Verzwegen wordt bijvoorbeeld dat verzekeraar Fortis, na een fraudeonderzoek, haar contacten met De Hoek heeft verbroken. De portefeuille is overgegaan naar Vrolijk in Andijk. Vrolijk krijgt nu allerlei vragen van klanten van de Hoek. Bijvoorbeeld over brieven aangaande betalingsherinneringen.
Opvallend is dat niet vermeld is om welke (verzekerings-)polissen het zou gaan. Navraag bij de maatschappijen leert dat van betalingsachterstand geen sprake is. Wat het vermoeden doet rijzen dat (X)  via deze spookfacturen zijn zakken wil vullen.”
en
“Vrolijk stuitte op nog een andere, vermoedelijke zwendeltruc van (X). ,,Een klant had zijn levensverzekeringspolis afgekocht en moest 30.000 euro ontvangen. Op (X)’s advies werd daarmee een doorlopend krediet afgelost. Dacht hij. Want die 30 mille is nooit gestort. De gedupeerde kreeg de deurwaarder aan de deur. Er kwam loonbeschikking, wat ’s mans baas niet leuk vond.””
Het artikel eindigt als volgt:
“(X) zegt in een eerste reactie dat ‘alles precies andersom is’ dan hier wordt voorgesteld. Vandaag wil hij in een gesprek met de redactie daarvoor de bewijzen leveren.”
 
Voorts is op 27 augustus 2007 in het Noordhollands Dagblad, editie Dagblad voor West‑Friesland, een artikel verschenen onder de kop “Familie: ‘Enorm de dupe van (X)’” Dit artikel is als volgt ingeleid:
“De familie Zwart* zegt ernstig gedupeerd te zijn door (X) (59). In de aangiften van verduistering en oplichting is sprake van verdwijning van zeer veel geld. De man achter De Hoek Assurantie Adviseurs en tal van, inmiddels failliete, verwante bedrijven stelt echter de familie altijd netjes te hebben behandeld.”
De eerste alinea van het artikel luidt vervolgens:
“Woordvoerder van de West-Friese familie is Joop Zwart. Hij verhaalt niet alleen van het vele geld dat ‘financieel dienstverlener’ (X) vermoedelijk liet verdwijnen. Maar ook van het persoonlijke drama dat (X) zou hebben veroorzaakt: de zelfmoord van een schoonzus en de gezondheidsproblemen bij weduwnaar Piet.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen – kort samengevat – dat Ruitenbeek een hetze tegen hen heeft ingezet en op persoonlijke titel bezig is een tweetal gezinnen en een aantal bedrijven om zeep te helpen. Volgens klagers staat het artikel van 1 mei 2007 bol van de leugens en is onvoldoende wederhoor toegepast. Van waarheidsvinding door verweerders is geen sprake, aldus klagers. Zij stellen verder dat verweerders gemaakte afspraken, over onder meer de toepassing van wederhoor en het plaatsen van een rectificatie, niet nakomen. Klagers menen dat zij zich niet of nauwelijks kunnen verweren tegen de onwaarheden die worden gepubliceerd, omdat verweerders voor een deel niet duidelijk maken om welke klanten het zou gaan. Verder bestaan er geen spookfacturen – het gaat om gewone betalingsherinneringen – maar het is ondoenlijk om te bewijzen dat iets niet bestaat, aldus klagers.
Ten aanzien van het artikel van 27 augustus 2007 stellen klagers verder dat daarin ten onrechte is gesuggereerd dat door hun handelen iemand zelfmoord zou hebben gepleegd.
Klagers betogen dat hun belangen door de publicaties ernstig zijn geschaad.
 
Verweerders stellen dat de redactie haar journalistieke taak serieus neemt; verslaggevers zijn niet op ‘persoonlijke titel’ bezig en de redactie voert nooit een hetze. Volgens verweerders wordt het maatschappelijk belang gediend met de publicaties, nu daarin misstanden aan de kaak worden gesteld. Overigens zijn de beschuldigingen aan het adres van klagers voor rekening van de bronnen gelaten.
Verder stellen verweerders dat de klacht is gebaseerd op afspraken die volgens klagers voortvloeiden uit een gesprek op de redactie, maar dat die afspraken niet zijn gemaakt. Verweerders hebben vele maanden tevergeefs pogingen ondernomen een serieuze reactie van klagers te krijgen. Ruitenbeek is daartoe ook op het kantoor van klagers geweest. Klagers hebben beloofd met bewijzen te komen die een streep zouden halen door alle aantijgingen, maar deze bewijzen zijn niet gekomen, aldus verweerders. Desondanks hebben klagers alle ruimte gekregen om in de krant hun standpunten naar voren te brengen. Wat betreft het artikel van 1 mei 2007 stellen verweerders verder dat zij klagers in de gelegenheid hebben gesteld inhoudelijk te reageren, maar dat klagers dat niet hebben gedaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat de gewraakte artikelen ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van klagers bevatten en dat onvoldoende wederhoor is toegepast. De Raad zal zich tot die kern beperken.
De Raad stelt voorop dat het maatschappelijk relevant en journalistiek geboden kan zijn om journalistiek onderzoek te verrichten naar de mogelijke betrokkenheid van klagers bij onoorbare praktijken. Het is immers een taak van de pers om misstanden aan de kaak te stellen.
 
Het voorgaande neemt niet weg dat een journalist bij zijn onderzoek zorgvuldig te werk moet gaan. Bij het publiceren van beschuldigingen dient hij te onderzoeken of voor de beschuldigingen een deugdelijke grondslag bestaat. Voorts past de journalist, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, wederhoor toe bij betrokkenen die door een publicatie worden gediskwalificeerd, ook wanneer zij hierin slechts zijdelings een rol spelen. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid om, zonder onredelijke tijdsdruk, bij voorkeur in dezelfde publicatie te reageren op de aantijgingen. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
Bovendien is bijzondere zorgvuldigheid geboden bij de publicatie van beschuldigingen die afkomstig zijn van personen die ten tijde van de publicatie van het artikel in conflict zijn met de beschuldigde, of anderszins belanghebbende zijn. Zeker wanneer tegengestelde belangen en emoties een rol spelen, laten geschillen zich over het algemeen niet op een verantwoorde wijze beschrijven aan de hand van feiten en beweringen zoals deze door een der partijen gepresenteerd worden. In deze gevallen mag de betrouwbaarheid van één bron als brenger van objectieve feiten niet zonder meer worden aangenomen. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad en vgl. onder meer: Beter Bed tegen Verbrugge en AD De Dordtenaar, RvdJ 2007/45)
 
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders genoegzaam aannemelijk gemaakt dat aan het artikel van 1 mei 2007 voldoende deugdelijk journalistiek onderzoek ten grondslag ligt. Verweerders hebben dit artikel niet slechts gebaseerd op beschuldigingen van gedupeerden, maar zij hebben daarnaast ook objectieve bronnen, zoals informatie van de Autoriteit Financiële Markten en een faillissementsaanvraag, betrokken.
Uit hetgeen partijen ter zake hebben aangevoerd blijkt voorts dat klagers herhaaldelijk in de gelegenheid zijn gesteld hun visie op de kwestie te geven. Voor zover klagers daarvan niet adequaat gebruik hebben gemaakt, kan dat verweerders niet worden verweten. Overigens is in dit artikel duidelijk vermeld dat klagers de aantijgingen betwisten.
Verweerders hebben dan ook niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door in het artikel van 1 mei 2007 over klagers te berichten, op de wijze als zij hebben gedaan.
 
Ten aanzien van het artikel van 27 augustus 2007 is de Raad echter van oordeel dat verweerders daarmee wél de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. In dit artikel is gesuggereerd dat het plegen van een zelfmoord en het ontstaan van gezondheidsproblemen bij de weduwnaar veroorzaakt zou zijn door klagers. Deze zeer ernstige beschuldigingen zijn kennelijk gebaseerd op uitlatingen van de betrokken familie. Niet is gebleken dat de beschuldigingen worden ondersteund door andere, onafhankelijke bronnen.
Aldus is niet gebleken dat voor de berichtgeving voldoende grondslag bestond. De klacht tegen dit artikel is dan ook gegrond.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen het artikel van 27 augustus 2007 is deze gegrond. De klacht gericht tegen de publicatie van 1 mei 2007 is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Noordhollands Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 oktober 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B. Brouwers, mw. A.C. Diamand en prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.