2007/6 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
F.G.M. Marchand 
 
tegen
 
R. Lodewijks en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad
 
Bij brief van 12 december 2006 met drie bijlagen heeft F.G.M. Marchand te Goirle (hierna: klager) een klacht ingediend tegen R. Lodewijks en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad (hierna: verweerders). Bij schrijven van 19 december 2006 met elf bijlagen heeft klager zijn klaagschrift aangevuld. Verweerders hebben op het klaagschrift gereageerd in een brief van 22 januari 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 februari 2007, waar klager en voornoemde Lodewijks zijn verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 22 juli 2006 is in het Brabants Dagblad een artikel van de hand van Lodewijks geplaatst onder de kop “Opnieuw de doofpot in de ‘vrijstaat Rielsedijk’”. Daarin komt onder meer het landgoed Rielsedijk, de woning van klager, aan de orde. De intro van het artikel luidt:
“Twee keer al concludeerde de Vrom-inspectie dat aan de Rielsedijk in Goirle onrechtmatig is vergund en gebouwd. Een derde dubieuze kwestie bleef aan het oog onttrokken.”
Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Ruim 30 jaar gebeurt ter plekke niets meer, totdat de inmiddels bejaarde Sprengers zijn bezit in 2003 verkoopt aan de plaatselijke bouwondernemer Houtepen, die het op dezelfde dag voor 884.000 euro doorsluist naar F. Marchand. Deze Goirlese ondernemer (…) begint aan een rigoureuze modernisering. De vogelkooi gaat tegen de vlakte zonder sloopvergunning en daarmee zonder verplicht onderzoek naar asbest waar dit gebouw naar verluidt mee vol zit. Het kankerverwekkende spul wordt ongecontroleerd afgebroken en afgevoerd. Wél legt de gemeente op 12 augustus 2003 de illegale bouw stil van een overdekt zwembad dat op de plek van de vogelkooi verrijst. (…) Maar nu het toch eenmaal zo ver is, kan het zwembad er volgens de adviserend ambtenaar ook nog wel bij. Je ziet er immers toch niets van. Een gewijzigde bouwaanvraag van Marchand wordt stilzwijgend aan de vergunning toegevoegd.”
Onder de tussenkop “Illegale boskap” wordt vervolgens vermeld:
“De gemeente stelt op het terrein van Marchand op 12 augustus nog een reeks onregelmatigheden vast. Zonder vergunning is op grote schaal bos gekapt en worden een grote vijver uitgegraven en een inrit aangelegd, waarvoor een monumentale eik moet wijken. Al op 26 augustus besluit B. en W. om behalve voor het zwembad ook mee te werken aan de vijver.”

Voorts bevat het artikel onder de tussenkop “Doofpot” de volgende passage:
“Controleverslagen ontbreken in het gemeentelijk dossier, dat ook verder riekt naar de doofpot. Zo is niets te vinden over aangifte van illegale boskap bij de politie, een noodzakelijke inritvergunning en een rechtsgeldige aanlegvergunning voor de vijver (…).”
Tot slot wordt onder de tussenkop “Totale nieuwbouw” onder meer vermeld:
“In de loop van 2005 begint Marchand zonder vergunning met renovatie van de houten blokhut. Die wordt alsnog verleend ten gunste van bewoning, zoals de eigenaar zelf heeft aangegeven. (…) Hoewel enkele Goirlese raadsleden eerder vraagtekens plaatsten bij de gebeurtenissen aan de Rielsedijk 1, heeft dat geen enkel gevolg gehad. Dit dossier met al zijn geheimzinnigheden zit potdicht.”
 
Bij het artikel is een luchtfoto geplaatst van het perceel van klager.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat het artikel vele onjuistheden bevat en dat over deze zaken ten onrechte nooit contact met hem is opgenomen. Volgens klager kan hij alle onjuistheden in het artikel op gemakkelijke wijze ontzenuwen. Zo is de monumentale eik nog steeds aanwezig en beschikt de gemeente over voldoende bewijs dat hij zorgvuldig met de kleine hoeveelheid asbest is omgegaan.
Volgens klager hebben verweerders evenwel nooit contact met hem willen hebben. Hij wijst op correspondentie tussen hem en verweerders, waarin hij voorstelt er samen uit te komen. Volgens hem is daar echter nooit op deugdelijke wijze op gereageerd.
Klager stelt dat hij in het artikel ten onrechte zwart is gemaakt zonder dat hij in de gelegenheid is gesteld op de geuite beschuldigingen te reageren. Het artikel is derhalve niet zorgvuldig tot stand gekomen, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat niet eerder tot publicatie is overgegaan dan na zorgvuldig onderzoek. Bovendien is klager wel een weerwoord gegund. Verweerders wijzen erop dat klager na publicatie telefonisch contact heeft opgenomen. Zij hebben toen de bereidheid uitgesproken voor een gesprek met klager. Volgens verweerders was klager alleen bereid tot een gesprek indien hij de garantie kreeg dat in het Brabants Dagblad precies het inhoudelijke stuk zou komen, zoals hij dat wenste. Aangezien dergelijke garanties niet kunnen worden gegeven, heeft een gesprek niet plaatsgevonden.
Ter zitting voegt Lodewijks hieraan toe dat met het artikel is beoogd de handelwijze van de gemeente Goirle inzake onder meer bouw- en sloopvergunningen op kritische wijze aan de orde te stellen. Het artikel was niet zo zeer gericht op het handelen van klager.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat voorafgaand aan de publicatie geen wederhoor is toegepast.
 
Verweerders hebben aangevoerd dat met het artikel is beoogd de handelwijze van de gemeente Goirle op kritische wijze aan de orde te stellen. Die kritische beschouwing spitst zich evenwel toe op de woning van klager, waarbij ook de handelwijze van klager aan de orde wordt gesteld. Zo wordt klager onder meer beschuldigd van illegale bouw- en kapactiviteiten.
Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan, hetgeen in het algemeen meebrengt dat hij wederhoor dient toe te passen. Dit geldt overigens ook als de betrokkene slechts zijdelings een rol speelt in de publicatie en daardoor wordt gediskwalificeerd. (vgl. onder meer: Reiber Adviesgroep tegen RTV Noord, RvdJ 2006/54)
 
Voorts heeft de Raad herhaaldelijk overwogen dat – voor zover wederhoor is geboden – uit een oogpunt van evenwichtige berichtgeving bij voorkeur in een en dezelfde publicatie tot uitdrukking dient te komen dat met betrekking tot hetgeen daarin aan de orde is, wederhoor is toegepast. (vgl. onder meer: Regionale Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek tegen De Nieuwe Ster, RvdJ 2006/35)
 
Niet ter discussie staat dat verweerders voorafgaand aan de publicatie geen wederhoor bij klager hebben toegepast. Dat het artikel primair een kritische beschouwing van de handelwijze van de gemeente Goirle zou behelzen, vormt daarvoor – anders dan verweerders menen – geen rechtvaardiging.
 
Daarbij komt dat het toepassen van wederhoor had kunnen bijdragen aan een juiste weergave van de feiten. Uit de door klager overgelegde stukken blijkt naar het oordeel van de Raad afdoende dat het artikel in elk geval een aantal onjuistheden bevat. Ter zitting heeft Lodewijks ook toegegeven dat het niet uitgesloten is dat het artikel op een aantal punten niet juist is.
 
De Raad komt dan ook tot de slotsom dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klager te berichten zoals zij hebben gedaan en na te laten wederhoor toe te passen. Dat verweerders ná de publicatie bereid waren tot een gesprek met klager, kan daaraan niet afdoen.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Brabants Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 februari 2007 door, mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.