2007/59 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Stichting Tigris
 
tegen
 
E.J. Daniëls en de hoofdredacteur van het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP)
 
Bij brief van 19 juli 2007 met twee bijlagen heeft M. Hötte, secretaris, namens de Stichting Tigris gevestigd te Amsterdam (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen E.J. Daniëls en de hoofdredacteur van het Algemeen Nederlands Persbureau (hierna: verweerders). Hierop heeft H. Liefting, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 14 augustus 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2007, in aanwezigheid van Hötte. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 7 juni 2007 hebben verweerders een foto verspreid onder de kop “Mozaïek – Eye of the tiger” met het onderschrift:
“Bij de CITES-conferentie over bedreigde dier- en plantensoorten is gisteren een 6 meter hoog mozaïek van een tijger onthuld. De afbeelding is gemaakt van bijna 25.000 persoonlijke foto’s van tijgerliefhebbers. Met het mozaïek roept het Wereld Natuur Fonds (WNF) de regeringsdelegaties op om een eind te maken aan de illegale handel in tijgers en tijgerproducten.”
Het bericht is op 8 juni 2007 ongewijzigd gepubliceerd in dagblad Metro.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat het door verweerders verspreide bericht onjuist is. Het mozaïek is bij de ingang van het congresgebouw in Den Haag onthuld ter gelegenheid van de CITES conferentie (een internationale conferentie over handel in wilde dieren en planten) die daar gedurende de eerste helft van juni werd gehouden. De actie was onderdeel van een campagne van de ‘International Tiger Coalition’. Die coalitie bestaat uit 35 Nederlandse en buitenlandse natuurbeschermingsorganisaties die zich inzetten tegen handel in tijgers en producten die van tijgers zijn gemaakt. Het WNF is slechts één van de organisaties die deel uitmaken van de coalitie. Er kon geen misverstand over bestaan dat het ging om een actie van 35 organisaties, omdat de namen van alle organisaties onder het mozaïek stonden vermeld.
Volgens klaagster wekt het door verweerders verspreide bericht derhalve ten onrechte de suggestie dat het een actie van alleen het WNF betrof.
Ter zitting voegt Hötte hieraan toe dat stelselmatig de onjuiste indruk wordt gewekt dat het WNF de enige internationale natuurbeschermingsorganisatie is. Verder deelt hij desgevraagd mee dat hij naar aanleiding van het bericht in Metro eerst contact met de redactie van Metro heeft opgenomen. Hem werd toen meegedeeld dat het bericht door het ANP was aangeleverd, waarna hij zich op 11 juni 2007 per e-mail tot verweerders heeft gewend. Weliswaar heeft het ANP het bericht op 12 juni aangepast, maar hij heeft excuses noch een uitleg over de handelwijze van verweerders ontvangen.
Klaagster betoogt dat verweerders aldus de belangen van het publiek, dat recht heeft op waarheidsgetrouwe berichtgeving, hebben geschaad. Tevens hebben verweerders de belangen geschaad van de overige 34 organisaties en met name die van klaagster en andere leden van de coalitie die in Nederland fondsen werven voor veldprojecten, aldus klaagster.
 
Verweerders stellen dat zij in het bericht aandacht hebben besteed aan de onthulling van een mozaïek in Den Haag ter gelegenheid van een conferentie over de handel in wilde dieren. In het bijschrift is de actie toegeschreven aan het WNF, terwijl het ging om een coalitie van 35 organisaties waarvan het WNF er één was.
Verder stellen verweerders dat klaagster contact met hen heeft opgenomen en de fotoredactie bij die gelegenheid heeft erkend dat het bewuste bijschrift onvolledig was. De redacteur heeft zijn excuses aangeboden en de omissie is meteen in de beeldbank gecorrigeerd. Verweerders menen dat dit een adequate reactie is geweest.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist waarheidsgetrouw dient te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers, kijkers en luisteraars zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (zie punt 1.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek) Verweerders hebben erkend dat het bijschrift bij het mozaïek onvolledig was, hetgeen in strijd is met punt 1.1. van de Leidraad.
 
De Raad acht het begrijpelijk dat het bericht klaagster niet welgevallig is. Echter, direct nadat zij door klaagster op de onvolledigheid in de berichtgeving zijn gewezen, hebben verweerders het bericht in de beeldbank gecorrigeerd. Verweerders hebben verder gesteld dat zij aan klaagster excuses hebben aangeboden, hetgeen ter zitting door Hötte is betwist. Wat daar van zij, de Raad is van oordeel dat verweerders – in aanmerking genomen de bijzondere positie van een persbureau – de gemaakte fout op voldoende deugdelijke wijze hebben rechtgezet door het bericht in de beeldbank te corrigeren. (vgl. Meijer tegen Algemeen Nederlands Persbureau, RvdJ 2002/4)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in een ANP-bericht te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 9 oktober 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B. Brouwers, mw. A.C. Diamand, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.