2007/58 ongegrond

lissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
N.L.M. de Jonge
 
tegen
 
C. Snijders en de hoofdredacteur van DAG
 
Bij brief van 18 juli 2007 met een bijlage heeft N.L.M. de Jonge (hierna: klager) een klacht ingediend tegen C. Snijders en de hoofdredacteur van DAG (hierna: verweerders). Hierop heeft B. Witman, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 24 augustus 2007 met zeven bijlagen, en Snijders in een separate brief van diezelfde datum.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2007 in aanwezigheid van klager. Van de zijde van verweerders waren voornoemde Snijders en Witman aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 18 juli 2007 is in DAG een artikel verschenen van de hand van Snijders onder de kop
“De pedopartij roept ook online”. Het artikel luidt verder:
Norbert de Jonge, secretaris van de pedopartij, breekt online een potje over pedoseksualiteit. Seks met kinderen is volgens hem ‘een bron van plezier’.
Sites als Youtube en Google Video vormen het ideale platform voor ongekuiste boodschappen. Ook Norbert de Jonge, secretaris van pedopartij Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (PNVD) heeft dat ontdekt.
Op Google Video is tot de verkiezingen in 2010 van zijn hand het programma Child Love TV te zien. Hierin is te zien hoe de ex-pedagogiekstudent (die van de opleiding in Nijmegen werd verwijderd) de partijstandpunten van de PNVD verkondigt. In elke aflevering van Child Love TV propageert hij in het Engels zijn pedoseksuele standpunten, zoals de legalisering van het bezit van kinderporno en de minimumleeftijd voor deelname aan pornofilms op 16 jaar.
De eerste aflevering staat al online en is behoorlijk controversieel. In onomwonden bewoordingen vertelt de Jong hoe hij geniet van seksuele handelingen met kinderen.”
Het artikel is voorzien van een foto van klager met als inzet de tekst: “Hè?!”
 
Op 19 juli 2007 is in DAG onder de kop ‘Fout van de dag’ de volgende rectificatie geplaatst:
“In het artikel ‘De pedopartij roept ook online’ in DAG van 18 juli is bij het parafraseren van teksten van Norbert de Jonge, secretaris van de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit, ten onrechte de suggestie gewekt dat hij seksuele handelingen zou verrichten met kinderen. Dat is niet waar.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat in het artikel, onder een foto van zijn gezicht, diverse onwaarheden staan. De twee meest grove daarvan zijn dat de indruk wordt gewekt dat er een link bestaat tussen een door hem uitgebrachte video(serie) en de campagnevoering van de PNVD, en dat getracht wordt de lezer ervan te overtuigen dat hij seksuele contacten met kinderen zou aangaan. Beide beweringen zijn niet juist. Volgens klager wordt de PNVD niet genoemd in de video(serie) noch op de websites waarop de video wordt aangeboden. Er is ook geen link tussen de partij en die websites. Ter zitting voegt klager hieraan toe dat hij er geen bezwaar tegen heeft als in publicaties over hem een link wordt gelegd naar de partij waarvan hij secretaris is. Het gelegde verband moet echter wel juist zijn en dat is in de gewraakte publicatie niet het geval, aldus klager. Verder stelt hij dat geen van zijn uitspraken over de beleving van seksualiteit door kinderen betrekking heeft op hemzelf, terwijl die indruk wel wordt gewekt waardoor de gemiddelde lezer ten onrechte zal denken dat hij seksuele contacten met kinderen aangaat. Ten slotte stelt klager dat verweerders geen wederhoor hebben toegepast.
Klager betoogt dat de publicatie, mede gezien de publicatie van de foto, voor hem levensgevaarlijk is. Van een ruimhartige rectificatie is geen sprake, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat klager prominent bestuurslid van de PNVD is, een partij die een omstreden standpunt heeft ingenomen ten aanzien van de strafbaarheid van seksuele omgang met kinderen. Het is normaal journalistiek gebruik dat standpunten van bestuurders van een partij door verslaggevers worden gewogen in de context van hun partijfunctie. In dat licht bezien is het gerechtvaardigd aandacht te besteden aan de standpunten van klager en een link te leggen met de partij waarvan hij een van de weinige publieke vertegenwoordigers is. Verweerders merken op dat klager niet tegen de internetversie van het artikel ageert, terwijl daarin dezelfde link wordt gelegd.
Wat betreft het plaatsen van de foto van klager stellen verweerders dat zij daartoe na zorgvuldige afweging zijn overgegaan. De PNVD heeft zichzelf publiekelijk geprofileerd als partij voor een vrijere moraal als het gaat om seksualiteit met minderjarigen. Klager heeft daarin een rol genomen en belijdt dat op internet en in andere publicaties. Daarbij is klagers afbeelding eerder gebruikt. Klager manifesteert zich als een volwassene die meent te moeten oordelen over hoe minderjarigen seksualiteit ervaren. De publiciteit van DAG bewerkstelligt niet iets, dat klager niet zelf heeft opgezocht.
Ten aanzien van de toepassing van wederhoor stellen verweerders dat het korte artikel slechts is bedoeld als een registratie van wat er op internet plaatsvindt, waarover de lezer zelf kan oordelen. Als bron zijn louter uitspraken van klager zelf gebruikt.
Verweerders betreuren het dat in de laatste alinea ten onrechte aan klager is toegeschreven dat hij seksuele handelingen verricht met kinderen. Zij hebben dit dan ook direct de volgende dag ruimhartig gerectificeerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Klager heeft allereerst gesteld dat verweerders ten onrechte een link hebben gelegd tussen de door hem uitgebrachte video(serie) en de Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit, als zou die partij direct betrokken zijn bij de publicatie van de bedoelde video(serie). Hoewel het gelegde verband feitelijk niet juist is, acht de Raad deze omissie – bezien in de context van de berichtgeving – niet van zodanige ernst dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat klager als secretaris vooraanstaand lid is van de PNVD, en dat het onderwerp van de door hem uitgebrachte video(serie) direct verband houdt met de (controversiële) standpunten van de partij.
 

Verder heeft klager gesteld dat ten onrechte de indruk is gewekt dat hij seksuele contacten met kinderen aangaat. Verweerders hebben ter zake erkend dat zij een fout hebben gemaakt. De Raad acht de publicatie op dit punt extra pijnlijk voor klager nu zijn foto daarbij is geplaatst. Verweerders zijn dan ook terecht overgegaan tot het plaatsen van een rectificatie. In dit geval moet dan ook worden beoordeeld of de onzorgvuldigheid in voldoende mate is hersteld door de rectificatie.
 
Bij het rectificeren dient de journalist aan de lezer duidelijk te maken dat hij in de te rectificeren publicatie niet juist heeft bericht. Naar het oordeel van de Raad is dat hier gebeurd. Het artikel van 19 juli 2007 is geplaatst onder de kop ‘Fout van de dag’ en duidelijk is vermeld dat de in het artikel van 18 juli gewekte suggestie onjuist is. Een ruimhartiger rectificatie, waarin verweerders te kennen zouden hebben gegeven de kwestie te betreuren, zou wellicht niet hebben misstaan. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad echter van oordeel dat verweerders de berichtgeving van 18 juli in voldoende mate hebben rechtgezet in de publicatie van 19 juli 2007. (zie punt 6.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek en vgl. onder meer: Peter R. de Vries en Endemol Nederland B.V. tegen Geel en HP/De Tijd, RvdJ 2007/34)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in DAG te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 9 oktober 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B. Brouwers, mw. A.C. Diamand, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr.  L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.