2007/57 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
G. Leistra en J.A.S. Joustra (Elsevier)
 
Bij brief van 17 juli 2007 met twee bijlagen heeft mr. S.M. Krans, advocaat te Amsterdam, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen G. Leistra en J.A.S. Joustra, verslaggever respectievelijk hoofdredacteur van Elsevier (hierna: verweerders). Hierop heeft Joustra geantwoord in een brief van 6 augustus 2007 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2007. Klager is daar vertegenwoordigd door mr. Krans. Verweerders zijn daar met bericht niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 14 juli 2007 is in Elsevier een artikel van de hand van Leistra verschenen onder de kop “Een nieuwe Holleeder”. Het artikel luidt verder:
De Antilliaan (X) is een voorbeeld van de nieuwe generatie 'crimi-yuppen'. Zij vullen in stilte de plekken van de uitgeschakelde oude garde.
Afgelopen maandag was de pers massaal uitgerukt voor een pro-formazitting tegen Willem Holleeder. Een dag later was er, op Elsevier na, niemand bij de uitspraak tegen (X) (29), representant van de nieuwe generatie in de georganiseerde misdaad. De rechtbank Amsterdam veroordeelde de in Rotterdam geboren Antilliaan dinsdag tot drie jaar voor afpersing, verduistering, witwassen en verboden wapenbezit. De eis van het Openbaar Ministerie was zes jaar.
Gewoontegetrouw richten de media zich op de bekende namen in de misdaad. Die zitten inmiddels vrijwel allemaal vast, zijn geliquideerd of met 'pensioen'. Eind vorig jaar signaleerde Elsevier dat nieuwe namen de ontstane gaten in de onderwereld vullen. Het zijn nu nog onbekende twintigers en dertigers, vaak van buitenlandse afkomst. In alle stilte hebben zij miljoenen verdiend, onder meer met grootschalige drugshandel. Deze nieuwe 'crimi-yuppen' showen graag hun rijkdom. Dat gold ook voor (X). Zonder dat hij legale inkomsten had of een uitkering, besteedde hij cash grote bedragen, reed in dure auto's en vloog heel wat af.
De rechtbank wees op het grove geweld waarmee (X) een autohandelaar afperste. Met een mededader zette hij de man zonder pardon een pistool op diens hoofd en ging er vandoor in diens dure VW Touareg.
Een straf van drie jaar lijkt weinig, maar (X) – die zich placht voor te stellen met ‘Wij zijn ook maffia’ – is nog niet van justitie af. Naar verluidt verdiende hij miljoenen met eigen drugslijnen op Colombia. Onderzoek daarnaar loopt nog.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager kan zich niet vinden in de wijze waarop hij in het artikel is beschreven als een nieuwe Holleeder, voorbeeld van de nieuwe generatie ‘crimi-yuppen’ en representant van de nieuwe generatie in de georganiseerde misdaad. Verder maakt hij bezwaar tegen de vermelding dat hij in alle stilte miljoenen heeft verdiend, onder meer met grootschalige drugshandel, zich placht voor te stellen met “Wij zijn ook maffia” en dat hij miljoenen verdiende met eigen drugslijnen op Colombia. Hij stelt dat beschrijvingen feitelijke grondslag missen en ten onrechte als feiten zijn gepresenteerd. Wel staat in het strafdossier dat een betrokkene heeft verklaard dat klager een keer “wij zijn maffia” heeft gezegd, maar van dat feit is hij gemotiveerd vrijgesproken.
Volgens klager is sprake van onterecht grievende en tendentieuze berichtgeving, waardoor hij schade lijdt.
Ter zitting heeft mr. Krans hieraan toegevoegd dat hij het begrijpelijk acht dat verweerders het artikel hebben voorzien van een pakkende kop. Dat neemt niet weg, dat die kop wel juist moet zijn en dat is hier niet het geval. De zaak-Holleeder is één van de meest geruchtmakende zaken van het decennium en verschilt aanzienlijk met de zaak van klager.
Verder deelt mr. Krans desgevraagd mee dat hij tijdens de rechtszitting op 10 juli 2007 contact heeft gehad met Leistra en dat was afgesproken dat hij de tekst diezelfde dag vóór 16.00 uur zou ontvangen voor commentaar. Krans had de indruk dat dat de deadline was en toen hij het conceptartikel op dat tijdstip niet had gekregen, ging hij ervan uit dat het stuk niet meer die dag zou komen. Toen de volgende ochtend bleek dat Leistra hem de tekst alsnog had gestuurd, heeft hij zo snel mogelijk gereageerd. Vervolgens heeft Leistra hem voorgesteld een ingezonden brief te sturen. Van die gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt, omdat het plaatsen van een ingezonden brief niet kan worden beschouwd als deugdelijke rectificatie, aldus Krans.
 
Verweerders stellen dat het artikel voldoende grondslag in de feiten vindt en geen onjuistheden bevat. Zij menen dat de journalistieke beschrijving ‘een nieuwe Holleeder’ passend is in een artikel voor een algemeen publiek om duidelijk te maken welke werkzaamheden worden bedoeld. Bovendien werd klager zo omschreven in recherchekringen. Weliswaar is klager vrijgesproken van een deel van de ten laste gelegde afpersingszaken, maar dat wil niet zeggen dat hij de betreffende uitspraak (“Wij zijn ook maffia”) niet heeft gedaan, aldus verweerders. Overigens hebben zij rekening gehouden met de privacy van klager door hem slechts aan te duiden met zijn voornaam en de eerste letter van zijn achternaam.
Verder stellen verweerders dat zij het stuk volgens afspraak op 10 juli 2007 om 16.08 uur per mail aan de raadsman van klager hebben doen toekomen. De raadsman van klager heeft echter pas de volgende dag gereageerd. Vervolgens heeft Leistra de raadsman van klager de gelegenheid geboden een ingezonden brief te sturen. Van die mogelijkheid heeft hij echter geen gebruik gemaakt. Dit aanbod geldt nog steeds en als de brief voldoet aan de lengte-eisen zoals bij de rubriek vermeld, zal Joustra zorgen voor publicatie van die brief.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat de beschrijvingen van klager onjuist, onnodig grievend en tendentieus zijn.
 
De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van de journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (punt 2.4.1. van de Leidraad voor de Raad van de Journalistiek) Bovendien is, volgens het vaste oordeel van de Raad, in het kader van verslaggeving over rechtszaken niet ontoelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt. (vgl. onder meer: X tegen Eindhovens Dagblad, RvdJ 2004/44)
 
De kop kan als enigszins suggestief worden gekarakteriseerd, maar dat dit klager onwelgevallig is, is onvoldoende voor de conclusie dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klager hebben gehandeld. Het is immers journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van het artikel – geen sprake. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de kop een parafrase is van de strafrechtelijke feiten waarvoor klager is veroordeeld. (vgl. onder meer: Kerkgenootschap der Zevende-dags Adventisten tegen Nieuwe Revu, RvdJ 2007/20)
 
Dat is vermeld dat klager zich placht voor te stellen met “Wij zijn ook maffia” terwijl klager niet is veroordeeld voor het ter zake ten laste gelegde feit, acht de Raad niet van zodanige ernst dat daarmee journalistiek ontoelaatbaar is gehandeld. Ook overigens is naar het oordeel van de Raad objectief bezien geen sprake van een nodeloos grievende beschrijving van klager. Bovendien is klager niet op zodanige wijze aangeduid dat hij daardoor voor het grote publiek herkenbaar is. Er bestaat dan ook geen grond voor de conclusie dat klagers privacy op disproportionele wijze is aangetast.
 
Daarbij komt dat Leistra het conceptartikel kennelijk op 10 juli 2007 om 16.08 uur vooraf ter inzage aan de raadsman van klager heeft gestuurd, die daarop – gelet op de aard en inhoud van het artikel – redelijkerwijs nog had kunnen reageren. Dat mr. Krans ervan uitging dat hij het concept niet meer na 16.00 uur zou ontvangen en hij daarom niet meer diezelfde dag heeft gereageerd, dient voor zijn rekening te komen. Als professionele belangenbehartiger van klager had het op de weg van mr. Krans gelegen alert te zijn op een kleine vertraging – slechts acht minuten – in de verzending van het concept. Voorts hebben verweerders mr. Krans nog aangeboden een ingezonden brief te plaatsen, welk aanbod kennelijk nog steeds geldt.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen, komt de Raad tot de conclusie dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. 
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Elsevier te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 9 oktober 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B. Brouwers, mw. A.C. Diamand, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.