2007/54 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
RozeLinks
 
tegen
 
M. Veerman en de hoofdredacteur van Metro
 
Bij brief van 12 juli 2007 met vier bijlagen heeft C.H.B.M. Spierings, voorzitter, namens RozeLinks (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. Veerman, journalist, en R. Huizenga, de hoofdredacteur van Metro (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 augustus 2007, waar M. Heemelaar en H. Meijer namens klaagster zijn verschenen. Verweerders zijn daar met bericht niet verschenen.
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben Heemelaar en Meijer desgevraagd namens klaagster laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 12 april 2007 is in Metro een artikel van de hand van Veerman verschenen onder de kop “Linkse homo's voor kinderseks”, waarvan de inhoud luidt als volgt:
Pedo's. De GroenLinks-homowerkgroep RozeLinks deelt de standpunten van de PNVD, de partij die seks met kinderen goedkeurt. Ook RozeLinks is voor afschaffing van de leeftijdsgrens uit de zedelijkheidswetgeving. Dat staat op de website van de werkgroep. De leeftijdsgrens zorgt er op dit moment voor dat volwassenen die seks hebben met kinderen onder de 16 jaar, strafbaar zijn. De PNVD wil deze leeftijdsgrens afschaffen, RozeLinks blijkt dit omstreden standpunt met de pedopartij te delen. “De leeftijdsgrens van de zedelijkheidswet is een belemmering in de seksuele ontplooiing van jongeren”, zegt RozeLinks op de site. Ook GroenLinks-politicus Herman Meijer maakt er geen geheim van dat hij seks met kinderen vindt kunnen. Een woordvoerder van GroenLinks: “RozeLinks is een werkgroep. Standpunten van deze werkgroep hoeven niet hetzelfde te zijn als de standpunten van GroenLinks.””
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster maakt bezwaar tegen de foutieve berichtgeving in het artikel. Zij brengt naar voren dat niet elke foutieve weergave van een politiek standpunt van klaagster reden is voor haar om een klacht in te dienen, maar dat het hier een zeer gevoelig onderwerp betreft. Vanwege de gevoeligheid van deze materie stelt klaagster uitermate verontwaardigd te zijn over de zeer onzorgvuldige werkwijze waarop klaagster in het artikel controversiële standpunten en meningen toegedicht krijgt, terwijl dat de hare niet zijn. Vervolgens is de mening van klaagster ten onrechte gelijkgesteld aan die van een zeer controversiële politieke partij, de Partij voor de Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit (PNVD), die in de volksmond wordt aangeduid als 'pedopartij'. Klaagster voert aan dat bij de lezers aldus een onjuist idee is gewekt over haar standpunten en dat daarmee ernstige schade is gedaan aan haar doelstellingen en naam.
Ter toelichting stelt klaagster dat zij niet is voor afschaffing van de leeftijdsgrens uit de zedelijkheidswetgeving en dat een dergelijk standpunt dan ook niet was te vinden op haar website. In het document waarnaar verweerders waarschijnlijk verwijzen, wijst klaagster erop dat de gemiddelde leeftijd waarop jongeren hun eerste seksuele contact hebben, beneden de wettelijke grens van 16 jaar ligt en dat de zedelijkheidswetgeving een belemmering kán zijn. Verder heeft klaagster in dat document voorgesteld om de leeftijdsgrens tot 12 jaar intact te houden. Klaagster deelt het standpunt van de PNVD om de leeftijdsgrens af te schaffen dan ook niet en de vergelijking zoals die in het artikel tussen klaagster en de PNVD is gemaakt, gaat niet op. Daarnaast is klaagster onjuist geciteerd in de passage: “De leeftijdsgrens van de zedelijkheidswet is een belemmering in de seksuele ontplooiing van jongeren, zegt RozeLinks op de site.Op haar website stond echter: “Volgens RozeLinks kan die extra bescherming ook een belemmering zijn - namelijk een belemmering in de seksuele ontplooiing en zelfverkenning van jongeren.” Klaagster meent dat haar aldus – door weglating van nuances – ten onrechte de mening is toegedicht dat alle jongeren ongeacht hun leeftijd enkel belemmerd worden door de zedelijkheidswetgeving.
Ten slotte stelt klaagster dat zij, als zij was benaderd voor wederhoor, had kunnen wijzen op de nuances en de foutieve weergave van haar standpunten. Nu verweerders geen wederhoor hebben toegepast is haar de kans ontnomen om tijdig aan te geven dat de weergave in dit artikel onjuist is en haar daardoor schade aandoet.
Klaagster betoogt dat sprake is van onethisch handelen nu haar standpunten onjuist zijn weergegeven, haar standpunten ten onrechte gelijk zijn gesteld aan die van de PNVD en zij onjuist is geciteerd. Bovendien hadden verweerders in een dermate gevoelig debat wederhoor moeten toepassen en nauwkeuriger moeten omgaan met beschikbare informatie. Alvorens de onderhavige klacht in te dienen heeft klaagster zich tot verweerders gewend met het verzoek het artikel te rectificeren, maar verweerders hebben daarop niet gereageerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat een journalist waarheidsgetrouw dient te berichten. Op basis van zijn informatie moeten lezers zich een zo volledig mogelijk en controleerbaar beeld kunnen vormen van het nieuwsfeit waarover wordt bericht. (zie punt 1.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
Uit de door klaagster overgelegde stukken, waaronder de (toenmalige) tekst van haar website waaruit de journalist kennelijk de informatie heeft gehaald, blijkt naar het oordeel van de Raad afdoende dat het artikel in elk geval een aantal relevante feitelijke onjuistheden bevat. Verweerders hebben klaagster onjuist geciteerd en ten onrechte als feit gepresenteerd dat klaagster standpunten deelt met de Partij voor de Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit. Daarbij komt dat, zeker in een gevoelige kwestie als deze, het toepassen van wederhoor had kunnen bijdragen aan een juiste weergave van de feiten.
 

De journalist van wie blijkt dat hij onjuist dan wel op een wezenlijk punt onvolledig heeft bericht, gaat op zo kort mogelijke termijn over tot een passende en ruimhartige rechtzetting, die ondubbelzinnig duidelijk maakt dat de berichtgeving in de te rectificeren publicatie niet juist was. (zie punt 6.1. van de Leidraad)  Het had dan ook op de weg van verweerders gelegen om naar aanleiding van het verzoek van klaagster de onjuiste berichtgeving te rectificeren; zij hebben dat ten onrechte nagelaten.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders, door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, de grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Metro te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 14 september 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mr. A.H. Schmeink en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman‑den Haan, plaatsvervangend secretaris.