2007/53 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Hoofddorpse Courant
 
Bij brief van 9 juli 2007 met zes bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Hoofddorpse Courant (hierna: verweerder). Hierop heeft de Raad klager bij brief van 16 juli 2007 verzocht gemotiveerd aan te geven waarom naar zijn mening sprake is van een geval als bedoeld in artikel 2a lid 4 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek. Klager heeft daarop geantwoord in een schrijven van 17 juli 2007. Vervolgens heeft de Raad klager bericht dat hij zich eerst zal uitspreken over de ontvankelijkheid van klager. Verweerder is in de gelegenheid gesteld ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
 
Ter zitting van 16 augustus 2007 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klager beoordeeld buiten aanwezigheid van partijen.
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, is de zaak behandeld door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
In week 41 van 2006 (oktober 2006) is in de Hoofddorpse Courant een artikel verschenen onder de kop “Woensdag afscheid burgemeester - Gemeente vult uitkering afgetreden Hertog aan”. Het artikel wordt ingeleid als volgt:
“De gemeente vult de uitkering die burgemeester Fons Hertog ontvangt na zijn ontslag aan tot aan zijn pensioen in 2012. Dat heeft de gemeenteraad vorige week besloten. Alleen de fractie van de ChristenUnie-SGP stemde tegen vanwege de procedure die is gevolgd.”
Het artikel gaat over het aanvullen van de uitkering van de oud-burgemeester door de gemeente Haarlemmermeer, en vermeldt dat voor zelf vertrekkende burgemeesters nog geen wettelijke wachtgeldregeling bestaat.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat hij in conflict is met de gemeente Haarlemmermeer aangaande betalingen waarvoor wettelijke bepalingen ontbreken, dan wel onduidelijk zijn. Volgens klager beweert de gemeente dat het artikel onjuist is. Klager betoogt dat verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld, door desgevraagd te weigeren het artikel te verifiëren.
Klager meent dat hij een rechtstreeks belang heeft bij een uitspraak van de Raad. Immers, als blijkt dat wat verweerder schrijft juist is, dan kan hij de gemeente aanspreken op het gelijkheidsbeginsel van de Grondwet en financieel voordeel behalen, aldus klager. Ten slotte stelt hij dat het artikel weliswaar dateert van langer dan zes maanden voor het indienen van de klacht, maar dat hij eerst zelf contact met verweerder heeft gezocht om de kwestie op te lossen.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
 
Klager heeft betoogd een rechtstreeks belang te hebben bij een oordeel van de Raad, omdat hij een geschil heeft met de gemeente Haarlemmermeer en hij er – vanwege dat geschil – belang bij heeft dat verweerder het artikel verifieert. Deze omstandigheden kunnen echter niet leiden tot het oordeel dat klager rechtstreeks belanghebbende is in de zin als hiervoor bedoeld. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat het belang van klager direct betrokken is bij de gewraakte publicatie. Klager is derhalve niet-ontvankelijk in zijn klacht. (vgl. onder meer: Wessemius tegen De Vries, RvdJ 2004/68)
 
BESLISSING
 
Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Hoofddorpse Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 14 september 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mr. A.H. Schmeink en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.