2007/52 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
R. Koelewijn en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad
 
Bij brieven van 19 juni 2007 met een bijlage en van 3 juli 2007 heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen R. Koelewijn en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad (hierna: verweerders). Hierop hebben verweerders geantwoord in een brief van 8 augustus 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 augustus 2007, in aanwezigheid van klager, die zijn klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Namens verweerders zijn Koelewijn en S. de Jong, adjunct-hoofdredacteur, verschenen.
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaren te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 2 juni 2007 is in NRC Handelsblad in de rubriek ‘Het oordeel’ een artikel van de hand van Koelewijn verschenen onder de kop “Een broer die leeft om te procederen”. Het artikel is ingeleid als volgt:
Wie staat er voor de rechter en waarom? Vandaag een man die zijn eigen broer stalkt, ondanks een contactverbod. Maar hij kan niet zonder zijn broer.”
De eerste alinea van het artikel luidt vervolgens:
Een man wacht in de wachtruimte van het paleis van justitie in Den Haag. Hij is tegen de zeventig, en ziet er een beetje sjofel uit. De uitdrukking op zijn gezicht is die van de clown die werd ontslagen omdat de kinderen bang van hem werden. Even voor elf uur komt een andere man binnen, een vijftiger, in een licht zomerpak. De zeventiger verliest hem geen moment uit het oog, sluipt dichterbij tot hij een onzichtbare grens heeft overschreden. Dan sist de ander: “Sodemieter op” en draait hem de rug toe.
Klager is de in het artikel bedoelde oudste broer.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat het artikel buitenproportionele beschuldigingen aan zijn adres bevat en dat sprake is van stemmingmakerij. Volgens klager wordt een verkeerde voorstelling van zaken gegeven, omdat het de hobby is van zijn broer om te procederen, niet de zijne. Hij wijst erop dat hij gedaagde was in de beschreven procedure, waarin zijn broer beslag heeft laten leggen op zijn uitkering. Hij heeft het gevoel als verliezende partij te grazen te worden genomen door verweerders, omdat er nare dingen over hem worden gezegd in de publicatie. Klager meent dat de hele teneur van het artikel lasterlijk is, omdat hij ten onrechte is neergezet als een zeventiger terwijl hij in werkelijkheid 46 jaar is, en omdat hij er een beetje sjofel uit zou zien en een uitdrukking op zijn gezicht zou hebben als van een clown die werd ontslagen omdat kinderen bang van hem werden. Voorts brengt klager naar voren dat hij bij zijn ouderlijke woning door buurtbewoners is aangesproken op het artikel. Klager verzoekt om rectificatie door verweerders.
 
Verweerders stellen dat geen sprake is van een oogmerk klager in persoon te beledigen of in zijn goede naam aan te tasten. In het artikel wordt noch klagers naam, noch diens woonplaats vermeld. Naar klager wordt verwezen met een door de rechtbankverslaggeefster als zodanig aangemerkt pseudoniem en de beschrijving van klagers voorkomen geeft geen uitsluitsel over zijn identiteit, aldus verweerders. Zij menen klagers privacy afdoende te hebben gerespecteerd.
Verweerders hebben beoogd in de rubriek een sfeerverslag te geven van de zitting. In dat verband is klager getypeerd door gebruik van beeldspraak. Het winnen of verliezen van een procedure speelt voor de rubriek geen rol, aldus verweerders. Zij hebben de indruk dat het feit dat klager door buurtbewoners is aangesproken, niet het gevolg is van de publicatie maar van het feit dat klager in gerechtelijke procedures tegen zijn broer is verwikkeld.
Ten slotte brengen verweerders naar voren dat zij klager de gelegenheid hebben geboden het enige feit dat wordt weersproken – zijnde klagers leeftijd – te corrigeren en dat klager is aangeboden om in een ingezonden brief zijn visie op de rechtsgang en het verslag ervan te adstrueren. Klager heeft van deze mogelijkheden echter geen gebruik gemaakt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat de beschrijving van klager in het artikel grievend is.
 
De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van de journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (punt 2.4.1. van de Leidraad voor de Raad van de Journalistiek)
 
Bovendien is, volgens het vaste oordeel van de Raad, in het kader van verslaggeving over rechtszaken niet ontoelaatbaar dat standpunten van betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt. (vgl. onder meer: X tegen Eindhovens Dagblad. RvdJ 2004/44)
 
De Raad acht het begrijpelijk dat het artikel klager onwelgevallig is. Naar het oordeel van de Raad is objectief bezien echter geen sprake van een nodeloos grievende beschrijving van klager. Voorts is aan klager de gelegenheid geboden om het enige feit dat mogelijk onjuist was (de vermelding van zijn leeftijd) te corrigeren, van welke gelegenheid klager evenwel geen gebruik heeft gemaakt. Bovendien is klager niet op zodanige wijze aangeduid dat hij daardoor voor het grote publiek herkenbaar is. Er bestaat dan ook geen grond voor de conclusie dat klagers privacy op disproportionele wijze is aangetast.
 
Verweerders hebben derhalve geen grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in NRC Handelsblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 14 september 2007 door mr. C.A. Streefkerk, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mr. A.H. Schmeink en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.