2007/51 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
P.A.L.M. Kieft                     
 
tegen
 
A. Ruitenbeek en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad, en
R. Couwenhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 31 mei 2007 met zes bijlagen heeft mr. M.Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, namens P.A.L.M. Kieft te Andijk-Oost (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. Ruitenbeek en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad, en tegen R. Couwenhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Hierop heeft G. ten Dam, hoofdredacteur dagbladen HDC Media, geantwoord in een brief van 2 juli 2007.
R Couwenhoven, verslaggever De Telegraaf, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 25 juni 2007. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 13 juli 2007 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 juli 2007, alwaar klager en zijn raadsman aanwezig waren.
 
DE FEITEN
 
Op 30 november 2006 heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak gedaan in de zaak Veraart tegen Nederland. Veraart is een advocaat, die familieleden heeft bijgestaan van één van de cliënten van klager. Klager is werkzaam als therapeut en houdt zich onder meer bezig met begeleiding van cliënten bij de verwerking van een door hen gesteld incestverleden. Veraart heeft zich onder meer jegens klager zeer negatief uitgelaten in een radio-uitzending. Het Hof van Discipline van de Nederlandse Orde van Advocaten heeft Veraart, naar aanleiding van een klacht van klager over voornoemde uitlatingen, de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd. Veraart heeft daarop bij het Europese Hof een klacht ingediend tegen de Staat der Nederlanden, omdat hij van mening was dat de door het Hof van Discipline opgelegde maatregel in strijd was met zijn vrijheid van meningsuiting. Het Europese Hof heeft een schending van de vrijheid van meningsuiting geconstateerd, aangezien de beslissing van het Hof van Discipline op onvoldoende onderzoek van de feiten was gebaseerd.

Op 1 december 2006 is in het Noordhollands Dagblad een artikel verschenen van de hand van Ruitenbeek “Advocaat mocht vraagtekens bij therapeut zetten”. De intro van dit artikel luidt:
“De Alkmaarse advocaat Veraart mocht de Andijkse therapeut Kieft een ‘gevaarlijke magiër’ te noemen, aldus het Europese hof voor de mensenrechten.”
 
Op 7 december 2006 heeft mr. Van Erk namens klager het Noordhollands Dagblad verzocht een rectificatie te plaatsen, omdat uit de uitspraak van het Europese Hof geenszins blijkt dat klager een ‘gevaarlijke’ magiër mag worden genoemd. In reactie hierop heeft Ten Dam bij brief van 8 december 2006 geantwoord dat hij geen reden ziet het verzoek tot rectificatie te honoreren.
Op 7 december 2006 heeft mr. Van Erk namens klager naar de redactie van De Telegraaf een persverklaring gestuurd met het verzoek deze verklaring op te nemen dan wel te betrekken in het artikel dat het dagblad voornemens was te wijden aan de uitspraak van het Europese Hof.
 
Op 9 december 2006 is in De Telegraaf een artikel verschenen van de hand van Couwenhoven onder de kop “Oorvijg voor tuchtrechters”. De intro van dit artikel luidt:
“Na vijf jaar heeft de bekende Bergense advocaat mr. Chris Veraart gelijk gekregen in zijn conflict met de alternatieve therapeut Peter Kieft uit Andijk. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg erkende dat Veraart het recht had felle kritiek te uiten op de deskundigheid van de hulpverlener. Het vernietigde een eerdere veroordeling van de advocaat door het Hof van Discipline in Utrecht, het hoogste tuchtcollege voor de advocatuur in ons land.”
In het artikel is onder meer de volgende passage opgenomen:
“Het vonnis van het Europese Hof werd door zeven rechters geveld. Peter Kieft weigert hier commentaar op te geven: ‘Dit is een zaak van Veraart tegen de Staat der Nederlanden.’”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij in zijn hoedanigheid als therapeut door de gewraakte artikelen ernstig is geschaad. De achtergrond van de kwestie is volgens klager een smaadzaak tussen één van zijn voormalige cliënten en haar familie. De advocaat van de familie, mr. Veraart, had zich naar aanleiding van die procedure in een radio-uitzending zeer negatief uitgelaten over onder meer klager. Die uitlatingen hebben klager aanleiding gegeven voor een klacht bij de tuchtrechter. Het Hof van Discipline heeft die klacht gegrond verklaard en aan Veraart een maatregel opgelegd. Klager stelt naar aanleiding van deze procedure zeer veel schade te hebben geleden, door onder meer het verlies van cliënten. Door over de kwestie in de gewraakte artikelen opnieuw te berichten wordt hem wederom ernstige reputatieschade toegebracht, aldus klager. Dit klemt volgens klager temeer, nu verweerders de uitspraak van het Europese Hof onjuist hebben weergegeven. Zo volgt uit de uitspraak van het Europese Hof niet dat Veraart klager een ‘gevaarlijke magiër’ mag noemen, noch dat Veraart ‘gelijk heeft gekregen in zijn conflict met klager’. Hiermee wordt ten onrechte gesuggereerd dat het Hof een inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de uitspraken van Veraart, hetgeen volgens klager niet het geval is. Verweerders hebben miskend dat de uitspraak van het Europese Hof uitsluitend ziet op de motivering en de onderbouwing van de beslissing van het Hof van Discipline.
Klager betoogt voorts dat De Telegraaf ten onrechte heeft nagelaten wederhoor toe te passen. In het gewraakte artikel staat vermeld dat klager geen commentaar wilde geven, terwijl hij voorafgaand aan het artikel De Telegraaf heeft verzocht een door hem opgestelde persverklaring bij het artikel te betrekken, hetgeen door De Telegraaf is geweigerd.
Klager concludeert dat de publicaties uiterst negatief en tendentieus zijn en slechts ten doel hadden zijn reputatie opnieuw schade toe te brengen.
 
Verweerders stellen dat zij hebben bericht over een slepend conflict tussen klager en Veraart. Klager had indertijd als gezinstherapeut een cliënte, die dankzij de therapie herwonnen herinneringen kreeg over seksueel misbruik in haar jeugd. Dit leidde tot een geruchtmakende tv-uitzending van de NCRV, waarin de cliënte van klager haar vader, grootvader, broers en ooms beschuldigde van ernstig seksueel misbruik met als gevolg de geboorte van vier kinderen, die allemaal ritueel vermoord zouden zijn. Veraart trad op als advocaat van de geschokte familie en trok in een radio-interview de deskundigheid van klager in ernstige twijfel. Klager diende daarop een klacht in tegen deze advocaat bij de tuchtrechter. Veraart heeft tegen de door de tuchtrechter opgelegde maatregel een klacht ingediend bij het Europese Hof in Straatsburg, en daar won hij eind 2006 zijn zaak, aldus verweerders. Naar aanleiding van deze uitspraak hebben verweerders de bewuste artikelen geschreven. Verweerders ontkennen dat daarin onjuistheden staan. Ook hebben verweerders klager wederhoor geboden, door hem om commentaar te vragen, maar dat heeft hij geweigerd, aldus verweerders. De door klager bedoelde persverklaring heeft de redactie van De Telegraaf pas na publicatie ontvangen. Verweerders zijn derhalve van mening dat zij geen journalistieke grenzen hebben overschreden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende onderdelen:
  1. klager heeft ernstige (reputatie)schade geleden als gevolg van een onjuiste weergave van een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de gewraakte artikelen;
  2. verweerders hebben ten onrechte geen wederhoor toegepast.
 
Ad 1.
Naar het oordeel van de Raad kloppen de gewraakte publicaties niet met de feiten.In de artikelen staat onder meer vermeld dat uit de uitspraak van het Europese Hof zou blijken dat Veraart klager een ‘gevaarlijke magiër’ mocht noemenen dat ‘Veraart gelijk gekregen heeft in zijn conflict met de alternatieve therapeut Peter Kieft’. Verder wordt in het artikel in De Telegraaf vermeld dat de uitspraak eerherstel betekent voor Veraart. In de artikelen is gewezen op de uitlatingen die Veraart destijds aan het adres van klager heeft gedaan, en die uitlatingen zijn gerechtvaardigd onder verwijzing naar de uitspraak van het Europese Hof.
De berichtgeving bevat aldus zeer grievende kwalificaties, die klager diskwalificeren.Publicatie van dergelijke kwalificaties vereist een deugdelijke grondslag, maar die kan niet worden afgeleid uit de uitspraak van het Europese Hof.
Immers, het Europese Hof heeft overwogen (overweging 61): “The Court considers that an ‘acceptable assessment of the relevant facts’ required an investigation in at least this important aspect of the case. Only then would it have been possible to give an informed decision whether the applicant overstepped the limits of acceptable professional behaviour. As it is, the decision given by the Disciplinary Appeals Tribunal was based on an inadequate assessment of the facts and the reasons given therefore lacked relevance.”
Aldus acht het Europese Hof de aanvankelijke weigering van klager om zijn professionele kwalificaties in de tuchtzaak te onderbouwen alsmede het feit dat het Hof van Discipline geen nadere onderzoek naar dit aspect van de zaak had gedaan en evenmin naar de vraag of Veraart in staat was zijn uitspraken te onderbouwen en te rechtvaardigen, een beslissend gebrek in de procedure bij het Hof van Discipline.
Het Europese Hof heeft zich echter, anders dan verweerders hebben bericht, niet inhoudelijk uitgesproken over de kwestie tussen Veraart en klager.  
 
Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat verweerders, door te handelen als hiervoor omschreven, grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ad 2.
Verweerders doen in het artikel verslag van een uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De Raad overweegt dat in dit kader, net als in het kader van rechtbankverslaggeving, de regel van hoor en wederhoor - behoudens bijzondere omstandigheden - niet aan de orde is (zie punt 2.3.4. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek en vgl. onder meer: X tegen Heesen, RvdJ 2005/22).
Aangezien in dit geval van bijzondere omstandigheden niet is gebleken, kan de klacht op dit punt niet tot gegrondbevinding leiden.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop verweerders de uitspraak van het Europese Hof hebben weergegeven, is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Noordhollands Dagblad en De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2007 door mr. drs. G.J. Wolffensperger, waarnemend voorzitter, T.R. Harkema, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons en drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.