2007/5 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 1 december 2006 met één bijlage heeft mr. W.J.J. Trooster, advocaat te Vlaardingen, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerder). Hierop heeft verweerder geantwoord in een brief van 27 december 2006 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 9 februari 2007, in aanwezigheid van mr. Trooster. Verweerder is daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Klager ondergaat een terbeschikkingstelling (TBS). Op 27 oktober 2006 heeft hij zich onttrokken aan zijn begeleid verlof. Naar aanleiding hiervan zijn op last van de Officier van Justitie op 1 november 2006 de volledige naam en herkenbare foto van klager vrijgegeven voor publicatie in de landelijke media, met het doel om informatie te verkrijgen teneinde klager te kunnen aanhouden. Op 3 november 2006 is klager weer aangehouden.

Op 23 november 2006 heeft een bewoner van dezelfde instelling als waar klager zich bevindt, zich eveneens onttrokken aan zijn begeleid verlof. Naar aanleiding hiervan is op 24 november 2006 in De Telegraaf een artikel gepubliceerd met de kop “Ontsnapte tbs'er uit trein geplukt”. In dat artikel wordt verwezen naar de eerdere ontsnapping van klager, waarbij diens volledige naam wordt vermeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat ten onrechte zijn volledige naam is vermeld in het artikel. Hoewel hij zich kan voorstellen dat in het artikel ook naar zijn ontsnapping wordt verwezen, was het volgens hem niet noodzakelijk om daarbij zijn volledige naam te vermelden. Klager betoogt dat door de vermelding van zijn naam zijn privé-leven ongerechtvaardigd is aangetast. Daarbij wijst hij erop dat hij binnenkort wellicht in een instelling met een open setting zal verblijven. Als zijn naam telkens opnieuw wordt genoemd, wordt hij belemmerd in zijn normaal maatschappelijk functioneren en in zijn mogelijkheden om terug te keren in de maatschappij.
 
Verweerder stelt voorop dat de ontsnapping van twee tbs’ers in één maand tot grote maatschappelijke beroering heeft geleid. Bij de ontsnapping van klager is diens identiteit door Justitie naar buiten gebracht. Vervolgens is deze identiteit veelvuldig door diverse media bekend gemaakt, waardoor klagers identiteit publiek bekend is geworden. Gelet hierop en gezien het feit dat het artikel slechts enige weken nadien is geplaatst, is de privacy van klager feitelijk niet aangetast, aldus verweerder.
Zo al sprake zou zijn van aantasting van klagers privacy, dan is deze aantasting volgens verweerder in elk geval beperkt en dient het belang van een volledige berichtgeving te prevaleren boven dat van de bescherming van de privacy van klager.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daartegenover staat dat, volgens het vaste oordeel van de Raad, de journalistieke verantwoordelijkheid met zich brengt dat de persoonlijke levenssfeer van degene over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is.
 
Bovendien is, volgens het vaste oordeel van de Raad, ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden bijzondere terughoudendheid geboden. Een journalist dient zoveel mogelijk te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden geïdentificeerd. Dat de identiteit van de betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt de publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privé-leven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds.
 
De foto en persoonsgegevens van klager zijn op 1 november 2006 door het Openbaar Ministerie aan de landelijke media verstrekt met het verzoek deze te publiceren teneinde de opsporing en aanhouding van klager te bevorderen. Het doel van het publiceren van de foto en de persoonsgegevens van klager was op de datum van de aanhouding van klager bereikt.
Of met de publicatie van die gegevens daarna grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, hangt af van de omstandigheden van het geval.
 
De Raad acht het begrijpelijk dat in het artikel is verwezen naar de ontsnapping van klager, nu daarmee duidelijk kan worden gemaakt dat in korte tijd bij dezelfde TBS‑instelling meerdere personen zich hebben onttrokken aan hun begeleid verlof. Niet valt echter in te zien welke maatschappelijke relevantie het vermelden van de volledige naam van klager nog had, nu klager al weer enige tijd vóór de gewraakte publicatie was aangehouden. Klager had anoniem kunnen worden genoemd of hoogstens met initialen kunnen worden aangeduid, zonder dat afbreuk was gedaan aan de aard en inhoud van de berichtgeving. Dat de persoonsgegevens van klager eerder in diverse media zijn vermeld, biedt in dit verband onvoldoende rechtvaardiging voor de handelwijze van verweerder. Van de ter zake vereiste belangenafweging in bovengenoemde zin is niet gebleken.

Onder deze omstandigheden is de Raad van oordeel dat het vermelden van klagers naam in het artikel van 24 november 2006 een ongerechtvaardigde aantasting van klagers privé-leven vormde. Verweerder heeft derhalve door die vermelding grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
(vgl. onder meer: X tegen RTV Noord, RvdJ 2006/47 en X tegen BNR Nieuwsradio, RvdJ 2006/6)
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 februari 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. P.C.J. van Schaveren, drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.