2007/49 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
E. Otten en de hoofdredacteur van ‘Zembla’ (VARA)
 
Bij brief van 28 mei 2007 heeft X (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen E. Otten, freelance journalist, en de hoofdredacteur van ‘Zembla’ (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. mr. B. den Ouden, bedrijfsjurist van de VARA, namens verweerders geantwoord in een brief van 2 juli 2007 met als bijlage een dvd-opname van de gewraakte uitzending.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 juli 2007, alwaar klaagster is verschenen. Van de zijde van verweerders zijn voornoemde Otten en mr. Den Ouden verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 20 mei 2007 is een aflevering van het televisieprogramma ‘Zembla’ uitgezonden onder de titel “Sex, drugs & verstandelijk gehandicapt”, waarin aandacht is besteed aan de situatie rondom de zorginstelling Stichting Arduin. In de uitzending is een deel van een telefoongesprek tussen de verslaggever en klaagster te horen, waarbij gebruik is gemaakt van een stemvervormer. Klaagster wordt in de uitzending aangeduid als medewerkster van de Stichting Arduin.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat Otten haar bij het eerste telefoongesprek ten onrechte niet heeft gemeld dat het telefoongesprek werd opgenomen en dat het gesprek mogelijk zou worden gebruikt voor de uitzending. Klaagster wilde wel meewerken aan een uitzending over de misstanden bij de zorginstelling, maar wenste dit alleen anoniem te doen vanwege de mogelijke gevolgen voor haar baan. Wel heeft klaagster uiteindelijk aan Otten toestemming gegeven voor een telefoongesprek waarbij haar stem zou worden vervormd. Hierbij verkeerde klaagster in de veronderstelling dat er een nieuw telefoongesprek tussen haar en Otten zou plaatsvinden. Volgens klaagster hebben verweerders vervolgens ten onrechte gebruik gemaakt van delen van haar eerste telefoongesprek met Otten. Behalve dat zij er nooit van op de hoogte was gesteld dat dit gesprek was opgenomen, stelt klaagster expliciet dat zij geen toestemming heeft gegeven voor het gebruik van fragmenten uit dit telefoongesprek in de uitzending. Dit klemt temeer, aangezien haar anonimiteit door het gebruikte fragment willens en wetens door verweerders is geschonden. Daartoe voert klaagster aan dat zij in het fragment vertelt over de verkrachting van een cliënte waarbij zij refereert aan haar eigen werkplek. Volgens klaagster wist de verslaggever dat er op die werkplek maar vier medewerkers werkten.
 
Ter zitting heeft klaagster hieraan toegevoegd dat de sfeer op haar werk ten gevolge van haar interview in de uitzending zo slecht is geworden dat zij ontslag heeft moeten nemen. Klaagster vindt het schandalig dat verweerders hun bronnen op een dergelijke manier misbruiken.
 
Verweerders stellen dat zij niet de plicht hadden te melden dat het telefoongesprek werd opgenomen, omdat ten tijde van het telefoongesprek geenszins de intentie bestond dat gesprek – of delen daarvan – in de uitzending te gebruiken. Volgens verweerders was freelance verslaggever Otten door klaagster telefonisch benaderd met informatie over misstanden binnen de zorginstelling van de Stichting Arduin. Dit telefoongesprek is gevoerd op een toestel waarvan standaard alle gesprekken worden opgenomen. In één van de daarop volgende gesprekken heeft Otten expliciet gemeld dat klaagsters verhaal al op band stond. Volgens verweerders heeft klaagster toen toestemming verleend voor uitzending van fragmenten van dat telefoongesprek, onder de voorwaarde dat haar stem zou worden vervormd.
Verweerders betreuren het ten zeerste dat klaagster herkenbaar is geworden door de uitzending. Niettemin ontkennen verweerders stellig dat zij willens en wetens haar anonimiteit hebben geschonden. Het is altijd de intentie geweest om door het selecteren van uitspraken en vervorming van het gesprek de anonimiteit van klaagster te waarborgen, aldus verweerders. Zo hebben zij zorgvuldig alle feiten verwijderd op grond waarvan klaagster herkend had kunnen worden. Dat er desondanks toch een fragment is uitgezonden op grond waarvan klaagster is herkend, was volgens verweerders bij het monteren van de uitzending niet te voorzien.
Verweerders concluderen dat zij geen journalistieke grenzen hebben overschreden en dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is dat verweerders zonder expliciete toestemming van klaagster fragmenten uit een telefoongesprek in de uitzending hebben gebruikt waardoor de anonimiteit van klaagster is geschonden.
 
Verweerders stellen dat zij in de mening verkeerden dat klaagster toestemming had gegeven voor gebruik van fragmenten uit haar eerste telefoongesprek met Otten. Tegelijkertijd was klaagster in de veronderstelling dat een nieuw telefoongesprek zou plaatsvinden, waarvan fragmenten gebruikt zouden worden voor de uitzending. Aldus bestond discrepantie tussen de verwachtingen van beide partijen. De Raad heeft niet kunnen vaststellen of er (achteraf) expliciet toestemming is gegeven voor het gebruik van de fragmenten uit het eerste telefoongesprek. De standpunten van de partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar en er is voorts geen materiaal voorhanden op grond waarvan de Raad kan bepalen welk standpunt juist is.
 
De Raad overweegt dat het hier gaat om zeer gevoelige materie: klaagster heeft informatie gegeven over misstanden binnen haar eigen werkkring. Als gevolg van het bekend worden dat zij die informatie heeft gegeven is de werksfeer zo slecht geworden dat klaagster haar ontslag heeft ingediend. Het had daarom in de rede gelegen dat verweerders vóór de uitzending uitdrukkelijk aan klaagster toestemming hadden gevraagd de gewraakte fragmenten te gebruiken.
Ter zitting hebben verweerders overigens ook erkend dat zij voortaan expliciet toestemming zullen vragen.
 
Tussen partijen is voorts niet in geschil dat klaagster uitdrukkelijk te kennen had gegeven dat haar anonimiteit gewaarborgd moest blijven. Verweerders hadden volgens de Raad wel de intentie om de anonimiteit van klaagster te waarborgen. Feit is echter dat zij hierin niet zijn geslaagd.
 
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders aldus zodanig gehandeld dat zij daarbij grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Zembla’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op hun website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 21 augustus 2007 door mr. drs. G.J. Wolffensperger, waarnemend voorzitter, T.R. Harkema, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons en drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.