2007/45 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Beter Bed B.V.

tegen
 
B. Verbrugge en de hoofdredacteur van AD De Dordtenaar
 
Bij brief van 14 mei 2007 met drie bijlagen heeft Beter Bed B.V. te Uden (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen B. Verbrugge en de hoofdredacteur van AD De Dordtenaar (hierna: verweerders). Verder heeft klaagster nog een bijlage overgelegd, die door de Raad is ontvangen op 1 juni 2007. B. Verkade, hoofdredacteur, heeft mede namens Verbrugge op de klacht gereageerd in een brief van 6 juni 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 juni 2007. Namens klaagster zijn daar verschenen mw. N. Horsman en T. Preiner, respectievelijk Teamleider en Manager Customer Service. Verweerders zijn in persoon verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 2 mei 2007 is in AD De Dordtenaar in de rubriek ‘SOS Krant’ een artikel verschenen van de hand van Verbrugge onder de kop “Gewond na val uit nieuw bed” met de lead:
“Je koopt een nieuw bed met een elektrisch verstelbare lattenbodem en matras. Maar na een paar nachten slecht slapen, rol je uit je bed en kom je in het ziekenhuis terecht.”
Het artikel luidt verder:
“Het had veel slechter af kunnen lopen met mevrouw C. van Alten. Vorig jaar tuimelde ze uit haar bed en sloeg met haar achterhoofd op het nachtkastje. Vijf hechtingen. En alles onder het bloed. ,,Als ik op me hersens was gevallen, had ik wel dood kunnen zijn,” vertelt ze.
Het ongeluk van de 87-jarige vrouw uit Dordrecht blijkt een duidelijke oorzaak te hebben. Een week eerder kocht ze bij Beter Bed in Barendrecht een nieuw bed met een elektrisch verstelbare lattenbodem en een matras. Het geheel wordt geïnstalleerd door twee monteurs die zonder enige uitleg weer vertrekken.
Slapen gaat vanaf dan niet meer zo makkelijk voor Van Alten. Het matras lijkt bol te staan, waardoor de oude vrouw tijdens haar slaap continu uit bed dreigt te vallen. Na enkele nachten gebeurt het onvermijdelijke en wordt de onfortuinlijke vrouw met een fikse hoofdwond naar het ziekenhuis gebracht.
Het bed blijkt verkeerd afgesteld, maar door het ontbreken van een handleiding of een uitleg van een verkoper of monteur weet Van Alten daar niets van af. Haar schoonzoon laat het er niet bij zitten en schrijft Beter Bed aan voor een schadevergoeding. Ton Hurks: ,,Het gevolg van het ontbreken van voorlichting was enorm. Mijn schoonmoeder moest naar het ziekenhuis en is met de nodige kosten opgezadeld. Wanneer een bedrijf een bed komt monteren, zijn ze ook verantwoordelijk voor de juiste instelling. Beter Bed weigert echter haar verantwoordelijkheid te nemen.”
Uit de briefwisseling met de beddenwinkel, blijkt dat deze niet van plan is de gemaakte schade te vergoeden. De winkel voelt zich niet aansprakelijk. Omdat het bedrijf de situatie ‘oprecht erg vervelend vindt’, hebben ze wel een textielcheque van 50 euro aangeboden.
Daar neemt mevrouw Van Alten geen genoegen mee. De cheque heeft ze teruggestuurd. ,,Ik vind het hypocriet dat ze geen verantwoordelijkheid durven te nemen voor het ongeluk. Ik heb nog nooit zoveel bloed gezien. Alles zat onder en dus heb ik alles weg moeten gooien. Het gaat mij niet om het geld. Ik vraag ook niet eens een schadevergoeding voor de stress, terwijl ik nu nog steeds lig te voelen of ik in het midden van mijn bed lig. Wat ik het belangrijkste vind, is dat ze hun lesje geleerd hebben.”
In een reactie laat Beter Bed weten dat geconcludeerd kan worden dat dit type matras gezien het gewicht van de klant het juiste matras is en dat het feit dat mevrouw uit bed is gerold niet veroorzaakt kan zijn door een verkeerde afstelling. ,,Wellicht heeft mevrouw erg onrustig geslapen,” oppert teamleider N. Horsman. ,,Tijdens de montage kon ze bij de monteurs aangeven of het comfort juist was afgesteld voor haar.””
 
Op 23 mei 2007 is in AD De Dordtenaar in de rubriek ‘SOS Terugblik’ nog een vervolgartikel verschenen onder de kop “Vrouw slaapt weer goed na val uit bed”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat in het artikel van 2 mei 2007 ten onrechte als feit is gepresenteerd dat mevrouw Van Alten uit haar bed is gevallen doordat het bed bij de aflevering verkeerd is afgesteld. Horsman heeft in een uitvoerige e-mail van 1 mei 2007 aan Verbrugge uitgelegd dat het producttechnisch niet mogelijk is dat het matras door de afstelling van de lattenbodem bol gaat staan en dat het dus ook niet mogelijk is dat iemand daardoor uit bed rolt. Ondanks deze uitleg, die slechts minimaal in het artikel is opgenomen, hebben verweerders toch als feit gepresenteerd dat een verkeerde afstelling van het bed de oorzaak was van de val. Ter zitting benadrukt klaagster nog dat de afstelling alleen te maken heeft met verhoging van het comfort en niet met de veiligheid van het bed.
Volgens klaagster zijn derhalve de feiten verkeerd weergegeven. De impact daarvan op toekomstige klanten is groot, aldus klaagster.

Verweerders stellen voorop dat het artikel is gepubliceerd in de rubriek ‘SOS Krant’. Dit betreft geen nieuwspagina, maar een onderdeel van de lezerspagina’s in de krant. Binnen deze rubriek fungeert de krant als belangenbehartiger voor lezers die zichzelf machteloos voelen tegenover instanties. Altijd vindt een zorgvuldige journalistieke afweging plaats of een aangekaart probleem zich leent voor publicatie. Vast onderdeel van de formule is dat het verweer van de aangesproken partij ook wordt gepubliceerd en dat de krant volgt of en hoe een probleem uiteindelijk wordt opgelost.
Verweerders zijn door de schoonzoon van mevrouw Van Alten benaderd om aandacht aan de kwestie te besteden in de rubriek ‘SOS Krant’. Vervolgens heeft Verbrugge mevrouw Van Alten en haar dochter uitvoerig gesproken en de volledige briefwisseling tussen mevrouw Van Alten en klaagster doorgenomen. Daarna heeft Verbrugge mevrouw Van Alten bezocht en het bewuste bed gezien. Omdat het ongeluk al maanden eerder was gebeurd, kon hij niet meer vaststellen hoe het bed er toen uitzag. Toch kon mevrouw Van Alten aannemelijk maken dat de val uit het bed was veroorzaakt door een verkeerde afstelling van het bed, omdat zij altijd in dezelfde houding slaapt. Nooit eerder viel ze uit haar bed, maar direct na de koop van het nieuwe bed kreeg ze problemen en viel ze uit bed.
De constatering “Het bed blijkt verkeerd afgesteld” is volgens verweerders allereerst afkomstig van een medewerker van klaagster die zich mevrouw Van Alten als klant herinnerde en heeft gezegd dat het bed afgesteld had moeten worden omdat mevrouw Van Alten erg licht is. Voorts is uit het e-mailbericht van Horsman, die schrijft dat mevrouw had kunnen aangeven of het comfort juist was afgesteld, af te leiden dat dit juiste afstellen niet is gebeurd, aldus verweerders.
Zij stellen voorts dat Verbrugge herhaaldelijk heeft getracht een telefonische reactie te krijgen van klaagster en daarbij heeft verteld dat er haast bij was. Vervolgens heeft hij klaagster, op aangeven van één van klaagsters medewerkers, een e-mailbericht gestuurd en daarbij vermeld dat binnenkort aandacht aan de kwestie zou worden besteed. De essentie van het uiteindelijke commentaar van klaagster is in het artikel opgenomen, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. verweerders hebben ten onrechte als feit gepresenteerd dat de val van mevrouw Van Alten is veroorzaakt door een verkeerde afstelling van het bed;
  2. verweerders hebben de reactie van klaagster niet op een deugdelijke wijze in het artikel opgenomen.
Ad 1.
Naar het oordeel van de Raad laat de berichtgeving – met name door de zinsnede ‘het bed blijkt verkeerd afgesteld’ – de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat de val van mevrouw Van Alten daadwerkelijk is veroorzaakt door een verkeerde afstelling van een door klaagster geleverd bed. Voor een dergelijke zeer ernstige beschuldiging aan het adres van klaagster, waardoor zij in haar bedrijfsuitoefening wordt gediskwalificeerd, is bij uitstek een deugdelijke grondslag vereist.
De beschuldiging aan het adres van klaagster is afkomstig van mevrouw Van Alten en haar schoonzoon, die ten tijde van de publicatie onvrede hadden over het handelen van klaagster. Zeker wanneer tegengestelde belangen en emoties een rol spelen, laten geschillen zich over het algemeen niet op een verantwoorde wijze beschrijven aan de hand van feiten en beweringen zoals deze door een der partijen gepresenteerd worden. In deze gevallen mag de betrouwbaarheid van één bron als brenger van objectieve feiten niet zonder meer worden aangenomen. (zie punt 2.2.5. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
Uit de stukken is niet gebleken dat de aan het adres van klaagster geuite beschuldigingen worden ondersteund door andere bronnen. Aldus is niet gebleken dat voor de berichtgeving voldoende grondslag bestond. Verweerders hebben op dit punt de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is, zodat dit onderdeel van de klacht gegrond is. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de beweringen niet voor rekening van mevrouw Van Alten en haar schoonzoon zijn gelaten, maar als feitelijk juist zijn gepresenteerd.
(vgl. onder meer: Stichting “Uit de Bron van Christus” tegen Van Westhreenen en de Leeuwarder Courant, RvdJ 2006/74)

Ad 2.
Verweerders hebben onbetwist gesteld dat Verbrugge verschillende keren heeft getracht een reactie te verkrijgen van de zijde van klaagster. Nadat die reactie uiteindelijk is verkregen, is de essentie daarvan – namelijk dat de val van mevrouw Van Alten niet kan zijn veroorzaakt door een verkeerde afstelling van het bed – in het artikel opgenomen. Er is geen journalistieke norm die meebrengt dat verweerders de reactie van klaagster integraal hadden moeten publiceren. Op dit punt hebben verweerders derhalve niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen het publiceren van een beschuldiging zonder deugdelijke grondslag is deze gegrond, voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in
AD De Dordtenaar te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 3 augustus 2007 door mr. A.H. Schmeink, plaatsvervangend voorzitter, drs. C.M. Buijs, T.R. Harkema, mw. mr. H.M.A. van Meurs-Bergsma en mw. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.