2007/44 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN)
 
tegen
 
Y. Wiggers en de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad
 
Bij brief van 14 mei 2007 met vijf bijlagen heeft de Vereniging Surinaamse Nederlanders (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen Y. Wiggers en de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft R. Vermeulen, chef redactie Parlement & Samenleving, mede namens Wiggers geantwoord in een brief van 11 juni 2007 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 22 juni 2007. Namens klaagster is daar verschenen mw. mr. Ch. Jankie, die het standpunt van klaagster heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van verweerders waren Wiggers en Vermeulen aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 16 maart 2007 is in het Algemeen Dagblad een artikel verschenen van de hand van Wiggers met de kop “Bodyscan op Schiphol”. De inhoud van het artikel luidt:
“Op Schiphol staat vanaf mei een bodyscan om bolletjesslikkers op te sporen. Justitie kan zo op een gemakkelijkere manier drugssmokkelaars van de Antillen en Suriname betrappen. Ook zullen de zwaar bekritiseerde lichamelijke onderzoeken bij passagiers tot een minimum kunnen worden beperkt. ,,Bij een aanhouding kan iemand straks zeggen: Niks aan de hand, kijk maar, ik ga door de scan,” aldus minister Hirsch Ballin (Justitie) gisteren in een toelichting.
De nieuwe scan was al langer aangekondigd, maar door bouwproblemen op Schiphol is de komst steeds uitgesteld. Hirsch Ballin is blij dat het apparaat nu eindelijk op pier G van de luchthaven wordt geplaatst. Volgens hem is dat nodig, al hebben de volledige controles bij passagiers die van de Antillen, Aruba, Suriname of Venezuela komen al veel effect. ,,Bij de meeste mensen die eruit worden gehaald is het nog steeds raak.”
In 2006 is ruim 9000 kilo cocaïne onderschept. Het grootste deel (4500 kilo) was verstopt in zeevrachten, 3200 kilo werd door vliegtuigpassagiers gesmokkeld en nog eens 1200 kilo zat verborgen in de luchtpost. Hoeveel van de drugs precies dankzij de 100 procentcontroles boven tafel zijn gekomen, is niet duidelijk. Wel gaf Hirsch Ballin aan dat afgelopen jaar ook nog dertig drugsnetwerken zijn onderzocht door de nationale recherche.
Tot nu toe moesten de vermoedelijke drugssmokkelaars steeds per bus naar Schiphol-Oost om daar via een scan te bewijzen dat ze geen bolletjes cocaïne hadden geslikt. Aan die omslachtige werkwijze komt nu een eind.
Overigens staat op Curaçao al een bodyscan, maar omdat daar niet iedereen wordt gecontroleerd die naar Nederland vliegt, is die scan niet voldoende. Tijdens de staking van de douane is gisteren ‘selectiever gecontroleerd’. Er zijn vier mensen opgepakt.” 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt voorop dat zij in de ruimste zin van het woord de belangen van Surinaamse Nederlanders behartigt en dus in haar klacht ontvankelijk is.
Verder stelt klaagster – kort samengevat – dat het artikel een eenzijdig beeld schetst en daardoor bijdraagt aan negatieve beeldvorming ten aanzien van onder meer de Surinaamse gemeenschap. Verweerders hebben alleen de minister aan het woord gelaten en geen andere standpunten weergegeven, zoals dat van klaagster of van Kamerlid Van Bommel.
Verder is volgens klaagster ten onrechte een citaat van de minister overgenomen dat suggereert dat iemand schuldig is totdat het tegendeel is bewezen, terwijl dat in Nederland juist niet het geval is. Voorts hebben verweerders met de vermelding dat het bij de meeste mensen die eruit worden gehaald meteen raak is en de vermelding van de resultaten van drugscontroles de negatieve beeldvorming verder versterkt.
Klaagster concludeert dat verweerders onvoldoende onderzoek hebben gedaan naar de juistheid van de beweringen van de minister en ten onrechte geen hoor en wederhoor hebben toegepast.

Verweerders stellen allereerst dat klaagster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar klacht, omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is.
Verder stellen verweerders dat het artikel is geschreven naar aanleiding van een algemeen overleg van minister Hirsch Ballin met de vaste commissie voor Justitie van de Tweede Kamer. Tijdens dat overleg werd een brief van de minister besproken. Direct na het overleg heeft de minister een korte mondelinge toelichting gegeven aan Wiggers. Verweerders menen dat in dit geval geen wederhoor nodig was. In dat verband wijzen zij erop dat volgens vaste jurisprudentie van de Raad bij zaken die in een openbare bijeenkomst naar voren komen, geen wederhoor behoeft te worden toegepast. Verweerders menen dat zij niet gehouden zijn te melden dat Kamerlid Van Bommel nog nadere opmerkingen heeft gemaakt over de zaak, omdat journalisten vrij zijn in de keuze van hun nieuws.
Verweerders stellen voorts dat van tendentieuze berichtgeving geen sprake is. Zelfs al zou de minister beweren dat mensen in Nederland schuldig zijn tot het tegendeel is bewezen, dan nog is het overnemen ervan door verweerders niet ontoelaatbaar, omdat de minister dit in een openbare bijeenkomst heeft gezegd en er geen zware beschuldigingen aan bijvoorbeeld klaagsters adres zijn geuit. Dit geldt ook voor de vermelding dat het bij de meeste mensen die eruit worden gehaald meteen raak is. De minister heeft dat vrijwel letterlijk zo gezegd. Verweerders wijzen terzake op het verslag van het algemeen overleg, dat zij hebben overgelegd. Voorts is het noemen van zo concreet mogelijke resultaten van drugscontroles voor de berichtgeving relevant, aldus verweerders. Zij hebben bovendien zeer zorgvuldig gehandeld door expliciet te melden dat onbekend is welk deel uit de 100-procentcontroles komt. Volgens verweerders betreft de passage over de staking van de douane een feitelijke constatering van de minister.
Ten slotte stellen verweerders dat alle genoemde feiten en geciteerde uitspraken worden onderbouwd door rechtsregels en/of controleerbare bronnen. Van overschrijding van journalistieke normen is dus geen sprake.
  

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek, moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Een klager kan als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt. Verder heeft de Raad herhaaldelijk overwogen dat indien met betrekking tot publicaties waarbij niet zo zeer een individueel belang maar eerder een collectief belang in het geding is, een klacht kan worden ingediend door een rechtspersoon die – blijkens haar statuten – tot doel heeft de belangen van het desbetreffende collectief te behartigen.
Klaagster stelt zich blijkens de door haar overgelegde statuten ten doel de belangen te behartigen van de Surinamers in het algemeen en in het bijzonder de Surinaamse Nederlanders. De Raad is van oordeel dat klaagsters klacht past binnen haar doelstelling, zodat zij ontvankelijk is in haar klacht. (vgl. onder meer: Vereniging tegen de Kwakzalverij tegen Koolhoven en De Telegraaf, RvdJ 2006/26)
 
Het gewraakte artikel is gepubliceerd naar aanleiding van een brief van de Minister van Justitie en het Algemeen Overleg tussen deze minister en de vaste commissie voor Justitie van de Tweede Kamer over de bodyscan. Klaagster heeft gesteld dat verweerders ten onrechte geen wederhoor hebben toegepast c.q. ten onrechte geen andere standpunten, zoals van Kamerlid Van Bommel, in het artikel hebben weergegeven. Dit standpunt kan niet worden gevolgd.
 
 
Voorts geldt het beginsel van wederhoor niet voor berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten. (zie punt 2.3.4. van de Leidraad) Weliswaar kan een dergelijke publicatie iemands belang zodanig raken dat wederhoor geboden is, maar daarvan is hier geen sprake. Anders dan klaagster is de Raad van oordeel dat het artikel geen negatieve beeldvorming over Surinaamse Nederlanders in de hand werkt c.q. versterkt. In het artikel gaat het om alle passagiers die vanuit bepaalde landen, waaronder Suriname, naar Nederland reizen en niet om de nationaliteit of afkomst van de gecontroleerde personen.
 
De conclusie van het bovenstaande is dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het
Algemeen Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 3 augustus 2007 door mr. A.H. Schmeink, plaatsvervangend voorzitter, drs. C.M. Buijs, T.R. Harkema, mw. mr. H.M.A. van Meurs-Bergsma en mw. F. Santing, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.