2007/42 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘ Zembla’ (VARA)
 
Bij brief van 22 april 2007 heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘Zembla’ (hierna: verweerder). Hierop heeft mw. mr. B. den Ouden, bedrijfsjurist van de VARA, geantwoord in een brief van 24 mei 2007 met twee bijlagen waaronder een dvd-opname van de gewraakte uitzending.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juni 2007. Partijen zijn daar niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 1 april 2007 is in een aflevering van het televisieprogramma ‘Zembla’ aandacht besteed aan strafpleiter mr. Abraham Moszkowicz uit Amsterdam. In de uitzending komt de werkwijze van mr. Moszkowicz aan de orde en wordt aandacht besteed aan een aantal zaken waarbij mr. Moszkowicz als strafpleiter betrokken is geweest, waaronder een strafzaak tegen klager. In de uitzending komt onder meer de huidige advocaat van klager aan het woord. Deze stelt dat mr. Moszkowicz niet altijd juist met het indienen van de declaraties omging en dat mr. Moszkowicz op negen van de elf zittingen van klager niet verscheen. Een voice-over meldt aan het eind van dit onderwerp het volgende:
“Mr. Moszkowicz laat weten dat oud-cliënt X een man is die spoken ziet en klacht op klacht stapelt en dat de aantijgingen aan zijn adres elke grond ontberen.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de uitzending een ander beeld schetst dan de werkelijkheid. Hij heeft van zijn huidige advocaat vernomen dat in de uitzending is geknipt en geplakt, zonder dat het verslag van de uitzending met hem is besproken. Hij wordt ten onrechte neergezet als iemand die spoken ziet. Daarbij betwist klager dat deze woorden afkomstig zijn van mr. Moszkowicz aangezien deze niet wilde meewerken aan het programma. Klager stelt te zijn beledigd.  Zijns inziens heeft de geloofwaardigheid van zijn zaak grote schade ondervonden. Hij acht de werkwijze van verweerder dan ook amateuristisch en onzorgvuldig.
 
Verweerder stelt dat klager bij de voorbereiding van de uitzending regelmatig zelf contact zocht met de redactie. Hij heeft de redactie op die manier veel informatie verschaft over zijn dossier en voorts in contact gebracht met zijn huidige advocaat. Deze informatie is met uitdrukkelijke toestemming van klager voor de uitzending gebruikt, aldus verweerder. Voorts wijst verweerder er op dat de huidige advocaat van klager veelvuldig aan het woord is geweest.
Mr. Moszkowicz werkte aanvankelijk mee aan het programma, maar heeft zich later teruggetrokken. Toen hij evenwel had vernomen dat ook klager contact had met de redactie, heeft hij hierover een e-mailbericht gezonden. Daarin heeft hij vermeld dat volgens hem klager “spoken ziet”. Bij wijze van hoor en wederhoor heeft verweerder gemeend dit standpunt in de uitzending te verwerken. Verweerder ziet dan ook niet op welke wijze hij onjuist zou hebben gehandeld.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht spitst zich toe op de vermelding in de uitzending dat klager “een man is die spoken ziet”.
 
De Raad stelt vast dat in het bij het verweerschrift overgelegde e-mailbericht van mr. Moszkowicz is vermeld dat klager volgens hem onder meer “spoken ziet”. De vermelding in de uitzending als hierboven weergegeven onder ‘De Feiten’ is, gelet op dat e-mailbericht, aan te merken als een correct citaat. Voorts is daarbij naar het oordeel van de Raad duidelijk vermeld dat geen  sprake is van de mening van verweerder, maar van mr. Moszkowicz.
Voor het horen van klager over deze vermelding bestond naar het oordeel van de Raad geen grond. Daarbij overweegt de Raad dat het standpunt van klager over mr. Moszkowicz door zijn huidige advocaat uitvoerig in de uitzending naar voren is gebracht. Bovendien is de uitzending mede op basis van informatie van klager en diens klachten over mr. Moszkowicz tot stand gekomen, waarbij klager zelf contact met verweerder heeft gezocht. Dat in de uitzending vervolgens ook de mening van mr. Moszkowicz over klager naar voren wordt gebracht, ligt in de rede en past bij de journalistieke verantwoordelijkheid.
 
Gezien het voorgaande heeft verweerder dan ook geen grenzen overschreden van hetgeen – uit een oogpunt van journalistieke verantwoordelijkheid – aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Zembla’ of anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 augustus 2007 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.