2007/40 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M.F. Huis in ‘t Veld
 
tegen
 
M. Husken en H. Lensink
 
Bij brief van 23 april 2007 met twee bijlagen heeft mw. mr. Y.E.J. Geradts, advocaat te Amsterdam, namens M.F. Huis in ’t Veld (hierna: klager) een klacht ingediend tegen mevrouw M. Husken en H. Lensink (hierna: verweerders). Verweerders hebben op het klaagschrift gereageerd in een brief van 25 mei 2007 met zeven bijlagen. Hierop heeft mw. mr. Y.E.J. Geradts geantwoord bij brief van 5 juni 2007 met vier bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 8 juni 2007. Klager is daar verschenen, vergezeld van zijn echtgenote, mw. G.A.L. Huis in 't Veld, en bijgestaan door mw. mr. Y.E.J. Geradts. Verweerders waren aanwezig en bijgestaan door mw. mr. J.A. Schaap. Mr. Geradts en mr. Schaap hebben de klacht en het verweer daarop toegelicht aan de hand van een pleitnota.
 
DE FEITEN
 
Naar aanleiding van het strafproces tegen W. Holleeder hebben verweerders in februari 2007 een boek gepubliceerd met de titel “Handboek Holleeder; Wie is wie in het proces van de eeuw”. In het boek wordt aandacht besteed aan het dossier dat justitie de afgelopen jaren over W. Holleeder en zijn medeverdachten heeft opgebouwd. Op de achterflap staat het volgende vermeld:
“Vrij Nederland-journalisten Marian Husken en Harry Lensink spraken met een groot aantal betrokkenen en doken in het dossier, dat de basis vormt van wat op voorhand al ‘het proces van de eeuw’ is genoemd. In Handboek Holleeder zetten zij de hoofdrolspelers op een rij. In heldere profielen schetsen ze de vaak ingewikkelde lijnen tussen verdachten, slachtoffers en getuigen. Een must voor iedereen die wil weten wie wie is op het snijvlak van boven- en onderwereld.” 
Klager wordt in het boek, blijkens het in het boek opgenomen register, op drie pagina's genoemd. Pagina 129 bevat de volgende passage:
“Ook stelt justitie dat de Merwede Groep, het vastgoedbedrijf van multimiljonair Paarlberg, aantoonbaar zaken heeft gedaan met aan Holleeder gelieerde bedrijven. En dat zijn onderneming banden had met lieden van dubieus allooi, zoals de in 2001 vermoorde gebroeders Driesen uit Breda, Holleeders zakenrelatie Rini Huis in 't Veld en de vorig jaar geliquideerde onderwereldadvocaat Evert Hingst.”
En op de pagina's 135 en 136 staat het volgende vermeld:
“Ten slotte heeft justitie een andere horecadeal ontleed: de verkoop van discotheek  Marcanti Plaza in Amsterdam-West. Paarlbergs eerder genoemde vennootschap Zuidwestkust BV, de facto onder leiding van Beesemer, koopt deze horeca-investering. Verkoper is vastgoedhandelaar Rini Huis in 't Veld, de schoonvader van voetballer Richard Witschge en goede bekende van Holleeder en Johnny Mieremet. Uit de administratie van David Beesemer blijkt dat hij Marcanti als een 'branchevreemde investering' beschouwt. Volgens justitie moet Beesemer na de koop het pand opnieuw verhuren aan een bv van Huis in 't Veld, waarin ook twee Israëli's participeren. (…) Uit eerder onderzoek van justitie is naar voren gekomen dat Willem Holleeder en John Mieremet zich hebben bemoeid met de verkoop van Marcanti. De verbalisant omschrijft het als volgt. 'De investering van Paarlberg/Beesemer valt heel goed te begrijpen als zij Marcanti zouden houden ten behoeve van Holleeder/Mieremet, waarbij Huis in 't Veld een facilitaire rol speelt'. En verderop in het dossier staat geschreven: 'Voor een gerenommeerde onroerendgoedmaatschappij als Merwede Groep, waarbij een goede reputatie van enorm belang is, ligt het niet voor de hand te investeren in een discotheek omgeven met meerdere en mindere criminele randfiguren, met een omvangrijke openbare orde-problematiek en met aansprakelijkheidsrisico's voor strafbare feiten.'”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij ten onrechte met naam en toenaam in het boek van verweerders wordt genoemd. Daarbij stelt klager dat hetgeen door verweerders is gepubliceerd onjuist is en ten onrechte als vaststaand wordt gepresenteerd. Volgens klager is sprake van grievende berichtgeving. Bovendien hebben verweerders geen hoor en wederhoor toegepast en hem nimmer gevraagd of de door hen gepubliceerde informatie juist was. In het boek is volgens klager ten onrechte vermeld dat hij van "dubieus allooi" zou zijn. Daarbij wijst hij er op dat hij al jarenlang werkt in de horeca met zijn vrouw en geen enkel crimineel verleden heeft. Het wordt dan ook als grievend ervaren dat hij in een passage in dezelfde zin wordt genoemd met de gebroeders Driessen die vermoord zijn en de "onderwereldadvocaat Evert Hingst". Ook de aanduiding dat klager "vastgoedhandelaar" is, wordt door klager betwist. Daarbij merkt hij op dat hij hooguit enkele malen incidenteel bemiddeld heeft bij aan-/verkoop van vastgoed, maar dat maakt hem nog geen vastgoedhandelaar, aldus klager.
Bovendien is hij geen "zakenrelatie van Holleeder". Hij heeft nooit zaken gedaan met Holleeder. Hij heeft hem hooguit als oude bekende uit de Jordaan informatie gegeven over de eventuele aanschaf van paarden of een manege, maar verder gaat het contact tussen hem en Holleeder zeker niet.
Verder bevat volgens klager ook de passage over de discotheek Marcanti Plaza in Amsterdam-West onjuistheden. Zo heeft hij nooit een zakelijke relatie met Israëliërs gehad en stonden Paarlberg en Beesemer op dat moment bekend als gerespecteerde zakenlieden. Van contact met criminelen is naar het oordeel van klager dan ook geen sprake geweest. Ook de wijze waarop de verkoop is weergegeven, is onjuist. Voor 1999 kende hij Mieremet niet. Hij heeft Mieremet via elkaars dochters, die allebei actief zijn in de paardensport, leren kennen. In die tijd heeft klager derhalve enig contact met Mieremet gehad. De processen-verbaal waar verweerders zich op baseren dateren ook van die tijd. Mieremet is evenwel nooit een goede bekende van klager geweest. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat blijkens één van de door verweerders overgelegde processen-verbaal Mieremet stelt dat klager een groot paardenbedrijf heeft. Klager stelt evenwel nooit een paardenbedrijf gehad te hebben. Als Mieremet een goede bekende was geweest, had hij dit geweten, aldus klager.
Wat die processen-verbaal betreft, wijst klager er voorts op dat deze rond 2000 zijn opgesteld en dus verouderde gegevens bevatten. Inmiddels heeft het Ministerie van Justitie aan klager gemeld dat hij geen verdachte is in de zaak Holleeder. Verweerders hebben hier evenwel geen melding van gemaakt in het boek en ook niet vermeld dat de informatie, waar zij zich kennelijk op baseren, zeer gedateerd is en dus niet tot enige vervolging heeft geleid. Klager  benadrukt dat hij nooit kennis heeft genomen van processen-verbaal waar verweerders stellen zich op te baseren. Volgens klager hebben de publicatie en voormelde onjuiste en grievende aanduidingen schadelijke gevolgen voor zijn bedrijf en hem. In verband gebracht worden met het criminele circuit maakt investeringen en andere plannen voor horeca-ondernemingen de komende jaren onmogelijk. Daarnaast grieft het klager dat hij tegenover zijn kinderen en kleinkinderen neergezet wordt als iemand die geassocieerd kan worden met de onderwereld. Hoewel hij in eerdere artikelen van verweerders, gepubliceerd in Vrij Nederland, waarin hij ook werd genoemd, geen aanleiding heeft gezien om klachten in te dienen, ervaart klager dit boek als de spreekwoordelijke druppel.
 
Verweerders stellen voorop dat zij klager in het boek slechts een kleine rol toedichten, terwijl zijn naam in de door hen gebruikte stukken uit het zogeheten Kolbak-onderzoek tientallen keren voorkomt. Hoewel klager geen verdachte is en overigens in het boek ook nimmer als zodanig is aangeduid, heeft klager ongetwijfeld wel kennis van die stukken kunnen nemen, aldus verweerders. Daarbij wijzen zij op de omstandigheid dat de woning van klager onder leiding van de rechter-commissaris is onderzocht.
Wat de door klager gestelde onjuistheden betreft, merken verweerders op dat Justitie klager wel ziet als goede bekende of zakenrelatie van Holleeder blijkens verschillende processen-verbaal en de weergave van afgeluisterd telefoonverkeer Hetzelfde geldt voor de in het boek genoemde relatie tussen Mieremet en klager. Volgens verweerders heeft Justitie uit de processen-verbaal en de afgeluisterde telefoongesprekken van Mieremet geconcludeerd dat wel sprake is van bemoeienis van klager met zakelijke transacties van Mieremet. Met betrekking tot de in het boek gemelde verkoop van Marcanti Plaza betogen verweerders dat zij ook deze informatie op processen-verbaal hebben gebaseerd. In het Kolbak-dossier wordt volgens verweerders uitvoerig verslag van deze transactie gedaan. De aldus geformuleerde zienswijze van Justitie over deze verkoop hebben zij in het boek gemeld. Dat de transactie volgens klager op andere wijze heeft plaatsgevonden, doet aan de zienswijze van Justitie niets af, aldus verweerders.
Verweerders stellen verder dat de door klager als diffamerende kwalificaties aangemerkte aanduidingen als "van dubieus allooi" afkomstig zijn van Justitie en derhalve niet de mening van verweerders over klager bevatten. Daartoe voeren zij aan dat uit het dossier blijkt dat Justitie voor klager veel verdergaande kwalificaties heeft gebruikt en het dossier verschillende beschuldigingen bevat. Zo zien de opsporingsinstanties klager in een aantal stukken als 'beroepscrimineel'. De vele keren dat klager in het dossier genoemd wordt, de wijze waarop Justitie hem daarbij aanduidt, en de verschillende banden die in de stukken worden gelegd tussen klager en verdachten in het Kolbak-dossier, hebben verweerders met de aanduiding "van dubieus allooi" samengevat. Daarbij is vermeld dat dit de mening van Justitie is. Volgens verweerders is daarmee de mening van Justitie over klager op een terughoudende manier weergegeven. Ook de opsomming van klager naast de gebroeders Driesen en de advocaat Evert Hingst is gebaseerd op de stukken van het Holleeder-dossier.
De aanduiding van klager als vastgoedhandelaar is voorts naar de mening van verweerders niet onjuist. Naar eigen zeggen heeft klager wel eens bemiddeld bij aan- en verkoop van panden en volgens verweerders ontving hij voor deze bemiddeling commissie. Ook heeft hij zelf regelmatig onroerend goed verkocht, aldus verweerders, en stelt hij nu zelfs in zijn klacht dat het boek van invloed is op zijn mogelijkheden om te investeren in vastgoed. Verweerders begrijpen dan ook niet dat klager deze aanduiding als onjuist beschouwt.
Voorts benadrukken verweerders dat klager voor zover zij weten geen verdachte is in de Holleeder zaak. Als zodanig is hij ook niet aangeduid in het boek. Daarnaast wordt aan klager in het boek een kleine rol toegekend, terwijl zijn rol in het Holleeder-dossier volgens verweerders veel groter is. Mede gezien deze omstandigheden, zien verweerders geen reden waarom niet de volledige naam van klager genoemd had mogen worden.
Wat het hoor en wederhoor betreft, wijzen verweerders er op dat zij, alvorens tot publicatie over te gaan, de in het boek vermelde informatie voldoende hebben onderzocht. Hetgeen over klager wordt gesteld in het boek is allemaal afkomstig van het onderzoek van Justitie. Gezien de hoeveelheid van de informatie in dat dossier over klager in verhouding tot het geringe aantal keren dat klager genoemd is, is het volgens verweerders niet onzorgvuldig te noemen dat zij klager niet ten behoeve van het boek hebben benaderd voor een reactie. Voorts is de publicatie van een boek als het onderhavige van groot publiek belang en grote maatschappelijke relevantie. Het geeft een volledig beeld van alle personen die rond de zaak Holleeder worden genoemd. Het is ondoenlijk om al deze personen om een weerwoord te vragen. Bovendien hebben verweerders klager al eerder in hun artikelen in Vrij Nederland genoemd. Tegen de daarin gehanteerde aanduidingen of gestelde verbanden tussen klager en Mieremet heeft klager geen bezwaar gemaakt. Ook heeft klager toen niet gereageerd op de pogingen van verweerders tot telefonisch contact. Verweerders zijn van mening dat het boek op een grote hoeveelheid feitelijke informatie uit betrouwbare bronnen is gebaseerd, waaruit blijkt dat klager een aanzienlijke rol in het dossier speelt. Volgens verweerders dient al deze informatie ter rechtvaardiging van het opnemen van klager in het boek.  
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht spitst zich toe op de volgende onderdelen:
 
1. het boek bevat grievende passages en bewoordingen;
2. het boek bevat onjuistheden;
3. ten onrechte is geen hoor en wederhoor toegepast.
 
Ad 1. en 2.
De Raad overweegt dat het boek een tableau schetst van een afgeronde periode. Met de publicatie is beoogd de lezer inzicht te geven in betrokkenen bij dan wel andere personen genoemd in het dossier dat Justitie heeft opgesteld rond de strafzaak van W. Holleeder. Naar het oordeel van de Raad is genoegzaam komen vast te staan dat sprake is van een feitenweergave, gebaseerd op stukken afkomstig van het Ministerie van Justitie, waaronder vele processen-verbaal en andere officiële stukken. Daarbij acht de Raad van belang dat verweerders van de juistheid van de informatie mochten uitgaan en uit de publicatie genoegzaam blijkt dat de genoemde aanduidingen niet de mening van verweerders, maar die van Justitie bevatten.
 
Gezien het voorgaande en de door verweerders overgelegde stukken, is de publicatie naar het oordeel van de Raad op deugdelijk onderzoek gebaseerd. Aldus en gelet op de aard van de publicatie, zoals hierboven geschetst, ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat verweerders zodanige onjuistheden dan wel beschuldigingen hebben gepubliceerd dat zij daarmee grenzen hebben overschreden van hetgeen, uit een oogpunt van journalistieke verantwoordelijkheid, aanvaardbaar is. Evenmin is, mede gezien de door verweerders overgelegde stukken en hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen, aannemelijk geworden dat het boek de door klager gestelde onjuistheden bevat.
 
Ad 3.
 
De Raad stelt vast dat verweerders in verband met eerdere publicaties over klager gepoogd hebben contact met hem te leggen, maar dat dit contact niet tot stand is gekomen. Voorts heeft klager op eerdere berichtgeving over hem niet gereageerd. Gelet op deze bijzondere omstandigheden, in samenhang bezien met de aard van de publicatie waarin op basis van betrouwbare stukken een overzicht wordt gegeven van feiten en omstandigheden rond een strafzaak waarbij zeer veel personen worden genoemd, acht de Raad het in dit geval niet onredelijk dat verweerders hebben afgezien van het vragen van een reactie aan klager.  
Gezien het voorgaande hebben verweerders dan ook geen grenzen overschreden van hetgeen - uit een oogpunt van journalistieke verantwoordelijkheid - aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders te bewerkstelligen dat deze beslissing integraal of in samenvatting op de website van uitgeverij Balans wordt gepubliceerd.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 2 augustus 2007 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. P.J. Blok, plaatsvervangend secretaris.