2007/39 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
G. Meijer, J. Wouda en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden
 
Bij brief van 9 april 2007 met zes bijlagen heeft X te Oosterwolde (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen G. Meijer, J. Wouda en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden (hierna: verweerders). Hierop heeft H. Blanken, adjunct hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 14 mei 2007 met bijgevoegd een reactie van Meijer en Wouda van 8 mei 2007 met vier bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 mei 2007. Klaagster is daar verschenen en heeft haar klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van verweerders waren Meijer, Wouda en J. Westera, chef Drenthe, aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 6 april 2007 is op de website van Dagblad van het Noorden www.dvhn.nl een artikel verschenen van de hand van Meijer en Wouda onder de kop “OR Noorderboog wil vertrek van directeur”. Het artikel vangt aan als volgt:
“Directeur ouderenzorg X moet vertrekken bij de Zorgcombinatie Noorderboog, met 2500 medewerkers de grootste werkgever van Meppel. Dat vindt de ondernemingsraad. X is de enige van drie directieleden die eind vorig jaar mocht aanblijven nadat de inspectie voor de gezondheidszorg hardhandig ingreep in Meppel.
De OR blijkt al kort na de ingreep in het management ook op X's vertrek te hebben aangedrongen. De ondernemingsraad van de verpleeg- en verzorgingshuizen van Noorderboog schreef dat zij niet de kwaliteiten heeft om de veranderprocessen in de zorginstelling te leiden.”
en
“X ligt al geruime tijd onder vuur. Een deel van het (vooral hoger opgeleid) personeel verwijt haar gebrek aan leiderskwaliteiten en communicatieve vaardigheden. Dat heeft geleid tot spanningen op de werkvloer. X wordt er mede verantwoordelijk voor gehouden dat de afgelopen twee jaar tien werknemers voor de kantonrechter stonden vanwege een arbeidsconflict.”
en
“De werkwijze van X komt prof. dr. Jan Moen, hoogleraar management en organisatie in de gezondheidszorg aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg bekend voor. “Veel mensen willen leiderschap uitoefenen via macht en als dat niet lukt beginnen ze vanuit hun onzekerheid juridische procedures tegen het personeel. Het is een schande wanneer dat gebeurt”, zegt hij over de rol van X. Moen is een autoriteit op het gebied van managementconflicten in de zorg.”
Het artikel eindigt met de aankondiging: “Zaterdag in de papieren versie van DvhN: Wie is X en waarom ligt ze onder vuur?”
 
Een nagenoeg gelijkluidend artikel is dezelfde dag op de voorpagina van Dagblad van het Noorden verschenen. Dat artikel is op pagina 9 vervolgd onder de kop “Noorderboog verder met een ‘geamputeerde’ OR”. Dit vervolgartikel bevat onder meer de volgende passage:
“Tekenend voor de manier waarop de ondernemingsraad moet opereren is hoe er met haar brief over het disfunctioneren van X is omgesprongen. Voordat de brief naar de raad van toezicht ging hebben twee leden van de ondernemingsraad interim-manager Ruud Ramaker op de hoogte gesteld van de inhoud. “Als zij gaat, ga ik ook”, zou hij bij die gelegenheid boos uitgeroepen hebben. Een inhoudelijk gesprek kwam er niet; de raad van toezicht zegde eenzijdig een afspraak met de ondernemingsraad af. (…) Tot slot volgde er in februari een brief van de raad van toezicht. Dat wil zeggen: eronder prijkte de handtekening van voorzitter Gert-Jan van Muijen maar het briefhoofd was van de directie. In de brief stond dat er geen reden was om in te grijpen.”
Het slot van dit artikel luidt:
“Voorzitter Gert-Jan van Muijen wil geen commentaar geven. Ook X wil liever niet op de beschuldigingen ingaan. Wel zegt ze: “In een organisatie van 2600 mensen kun je altijd wel met een paar mensen niet door één deur.” Voorzitter Ineke Pasterkamp van de ondernemingsraad geeft formeel geen commentaar.”
 
Vervolgens is op 7 april 2007 op www.dvhn.nl een artikel verschenen, wederom van de hand van Meijer en Wouda, onder de kop “Meelachen of oplazeren bij Noorderboog”.  De intro van het artikel luidt:
“X is de enige van drie directeuren die bleef zitten, nadat de inspectie voor de gezondheidszorg in een keihard rapport het Diaconessenhuis in Meppel onder verscherpt toezicht stelde. Niettemin ligt ook zij onder vuur. Volgens tientallen (ex-) werknemers, die Dagblad van het Noorden de afgelopen weken sprak, is ze volstrekt incapabel om de verpleeg- en verzorgingshuizen van de Zorgcombinatie Noorderboog in Meppel en Steenwijk te leiden. Wie is die X en op welke manier gaat het mis?”
In het artikel zijn verder onder meer de volgende passages opgenomen:
“X, directrice bij de Zorgcombinatie Noorderboog in Meppel, bemoeit zich nauwelijks met de zorg, maar weet alles van koffieapparaten, uniformbroeken en de kleur van pennen. Zeggen tenminste de critici, die vooral te vinden zijn onder hoger opgeleide deel van het personeel in de verpleeg- en verzorgingshuizen van de zorgcombinatie. Psychologen, maatschappelijk werkers, afdelingshoofden – ze liepen vroeg of laat op tegen haar leidinggevende vaardigheden. Of liever, het gebrek daaraan.”
en
“Wie je ook spreekt over de problemen bij de Noorderboog, hun verhalen klinken als één grote echo: alle problemen zijn terug te leiden tot X, met in het kielzog haar ‘marionetten’, onder wie Marianne Oswald-Broekert. Allemaal zeggen ze hetzelfde: haar manier van communiceren en leiding geven is tenenkrommend, met kritiek kan ze niet omgaan, ze heeft weinig kennis van zaken, gaat ondoordacht te werk en weet uitsluitend overeind te blijven dankzij een verdeel-en-heerspolitiek. Wie kritiek heeft, wordt óf ingepalmd met promotie of opslag, óf de deur uitgewerkt.”
en
“X liet er bij de sollicitatie zeven jaar geleden naar een directeursfunctie (…) geen gras over groeien. In haar sollicitatie geeft ze hoog op over haar prestaties als bestuurder bij de Richard Hoogland Stichting in Utrecht. Uit deze brief met vreemde zinsconstructies ('Mijn probleemoplossend is sterk aanwezig') citeren we: “Bij mijn start als bestuurder was de erkenning omgezet in een erkenning voor bepaalde tijd en waren er grote financiële tekorten. Binnen een half jaar was de erkenning weer terug en binnen anderhalf jaar was de stichting weer financieel gezond.”
Volgens interim-bestuurder Frank Wolterink, die drie jaar na haar aanstelling in Utrecht boven X werd geplaatst, waren de financiën in 1999 helemaal nog niet op orde. Wolterink was aangetrokken omdat het door X en een collega geleide fusieproces tussen vier Utrechtse zorginstellingen compleet dreigde te mislukken.”
en
“”X is een zeer ondernemende en warme persoonlijkheid. Ik vond haar een heerlijke vrouw om mee samen te werken, levendig en opgewekt. Ze is een vrouw met een gigantische vitaliteit.” Oud-verpleeghuisdirecteur Wil Keune, tegenwoordig directeur van het hospitium Vleuten in De Meern, was X's directe samenwerkingspartner in Utrecht. Het verbaast hem dat X in Meppel zo onder vuur ligt. (…)
X als warme, gezellige vrouw. Het beeld past bij de directeur die meespeelt in de interne wk-pool van de Noorderboog en onder de naam ‘4bier’ gezellig meekeuvelt op het internetforum van haar korfbalclub DOS in Westbroek bij Utrecht. Samen met haar man, die voorzitter is van de club, speelt ze daar in het vierde.
Maar X als gezellige vrouw valt een stuk slechter te rijmen met het beeld dat oprijst uit de gesprekken van deze krant met tientallen medewerkers en oud-medewerkers van de verpleeg- en verzorgingshuizen van de Noorderboog. ‘Bron van alle kwaad’, ‘een akelig mens’, ‘machtswellusteling’, ‘knettergek’, ‘(...), ‘een wolf in schaapskleren’ – het is maar een greep uit de typeringen.
X is een beetje de Louis van Gaal van de zorg. Wie niet voor mij is, is tegen mij, lijkt haar motto. Kritiek duldt ze niet en om het minste geringste worden mensen met ontslag bedreigd.”
In een apart kader onder het artikel staat onder de subkop “Anoniem”:
“Dagblad van het Noorden sprak voor dit artikel met in totaal 31 mensen. Zij zijn over het algemeen anoniem opgevoerd, uit angst voor represailles of voor hun baan en omdat ze verder moeten in de maatschappij. Daarnaast beschikt Dagblad van het Noorden over tal van interne documenten en afschriften van mailverkeer. Helaas wilde X zelf niet aan dit artikel meewerken. Ook wilde ze geen commentaar geven.”
Verder worden in het artikel onder de subkop “Paspoort” haar geboortedatum, burgerlijke staat, hobby, opleidingen en werkervaring weergegeven.
 
Een gelijkluidend artikel is dezelfde dag in Dagblad van het Noorden verschenen onder de kop “’Een wolf in schaapskleren’”. Bij dit artikel is een foto van klaagster geplaatst.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat verweerders haar in de gewraakte publicaties als persoon en bestuurder van Zorgcombinatie Noorderboog volledig onderuit halen. Volgens klaagster zijn verweerders daarbij onaanvaardbaar te werk gegaan en is sprake van onjuiste, diffamerende berichtgeving.
Zo is in het artikel van 6 april 2007 ten onrechte beweerd dat de OR het vertrouwen in haar heeft opgezegd, aldus klaagster. Zij wijst ter zake op een OR-mail die diezelfde dag, als reactie op dat artikel, is verspreid. Daarin bericht de OR zich niet in de publicatie te kunnen vinden. Weliswaar heeft de OR in november 2006 een brief aan de Raad van Toezicht gestuurd, waarin zij aangeeft zich zorgen te maken over de aansturing van Noorderboog, maar met die brief is niet het vertrouwen in klaagster opgezegd, zo staat in de OR-mail. Verder wijst klaagster op een artikel dat op 6 april 2007 in de Meppeler Courant is verschenen onder de kop “Voorzitter Raad van Toezicht: ‘Positie directeur X is niet in het geding’” en waarin onder meer staat: “Volgens de voorzitter van de Raad van Toezicht Gert Jan van Muijen heeft de ondernemingsraad niet het vertrouwen in haar opgezegd. ‘Een kleine actieve kern is erop uit X weg te krijgen’, zo laat hij weten. Volgens Van Muijen is die opstelling niet breed in de organisatie terug te vinden.”
Verder stelt klaagster dat ten onrechte is gesuggereerd dat prof. Moen haar handelwijze afkeurt. Daarbij wijst klaagster op haar e-mailcontact met Moen, waarin deze laat weten dat de journalist voor achtergrondinformatie heeft verwezen naar zijn boeken. Hij wilde geen uitspraak doen over de casus, omdat hij die niet kende. Wel heeft hij verteld dat het percentage juridische procedures vergelijkenderwijs heel normaal was.
Klaagster maakt voorts bezwaar tegen de publicatie van haar CV, delen van haar sollicitatiebrief en haar foto in de publicaties van 7 april 2007. Hierdoor wordt enerzijds haar werk bij Noorderboog onmogelijk gemaakt en anderzijds het eventueel solliciteren naar een andere baan. Klaagster stelt dat haar privacy ernstig is geschaad en voelt zich door de artikelen in haar goede naam en eer aangetast.
In beide publicaties is bovendien ten onrechte beweerd dat door klaagsters toedoen tien conflicten met medewerkers voor de rechter zijn uitgevochten. Klaagster benadrukt dat in de Raad van Bestuur van Noorderboog is afgesproken dat de bestuurders geen integrale verantwoordelijkheid droegen. Klaagster was dan ook niet verantwoordelijk voor de problemen in het ziekenhuis. Hoewel Meijer en Wouda daarvan op de hoogte waren, hebben ze dat niet gepubliceerd. Onder klaagsters verantwoordelijkheid hebben slechts vier medewerkers via de kantonrechter afscheid moeten nemen. Voorts zijn zes medewerkers uit het ziekenhuis via de kantonrechter ontslagen. Het is dus wel juist dat Noorderboog-breed tien gevallen bij de kantonrechter zijn geweest. De suggestie dat dit door haar bestuurskwaliteit is gekomen, is echter misplaatst. Zo zijn er tal van voorbeelden uit de publicaties te noemen die niet kloppen, aldus klaagster.
Volgens haar hebben verweerders niet aan waarheidsvinding gedaan. Het verhaal van sommige (ex-)werknemers is door verweerders integraal geplaatst. Deze werknemers zijn op een of andere manier gefrustreerd over klaagsters functioneren. Ter zitting voegt klaagster hieraan toe dat zij op dit moment wel verantwoordelijkheid draagt voor de hele organisatie van 2600 werknemers. In elke organisatie van die grootte is het geen probleem om 30 mensen te vinden die het niet eens zijn met het management. Klaagster kan verweerders zonder enig probleem in gesprek brengen met 30 medewerkers die een totaal andere visie hebben. Zij heeft uit de organisatie veel steunbetuigingen ontvangen. De reacties van anderen zijn echter steeds verdraaid in de krant gekomen. De artikelen zijn weliswaar voorafgaand aan de publicatie voor commentaar voorgelegd, maar het had geen zin om te reageren, aldus klaagster. Zij wijst in dat verband op een bericht van 5 april 2007 van de Raad van Bestuur van Noorderboog aan Meijer. Daarin deelt de Raad mee dat zowel de OR als X door de tendentieuze en deels onjuiste berichtgeving in een kwaad daglicht worden gesteld en verzoekt de Raad met klem de artikelen niet te publiceren. Ter zitting heeft klaagster daaraan nog toegevoegd dat de PR-functionaris en de advocaat hebben geadviseerd niet te reageren. Bovendien zou reageren alleen bevestigen wat verweerders toch al stelden, te weten dat klaagster niet tegen kritiek zou kunnen.
Klaagster concludeert dat sprake is van onfatsoenlijke journalistiek.
 
Verweerders stellen dat met de publicaties een maatschappelijk belang is gediend. Zorginstelling Noorderboog en haar Raad van Bestuur worden al langere tijd bekritiseerd, zowel door personeel als door de Inspectie voor de Volksgezondheid, die het Diaconessenhuis Meppel (het ziekenhuisonderdeel) onder curatele stelde. Noorderboog wordt gefinancierd uit publieke middelen en is de grootste werkgever in de regio. Klaagster heeft als directielid een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid, die meebrengt dat zij ook als persoon door de media moet kunnen worden aangesproken.
Juist omdat het in deze kwestie gaat om het persoonlijk functioneren van een lid van de Raad van Bestuur zijn verweerders zeer zorgvuldig te werk gegaan. Naar aanleiding van een anonieme brief, duidelijk geschreven vanuit de organisatie, zijn Meijer en Wouda in de zaak gedoken. Zij hebben daartoe onder meer een zitting van de kantonrechter bijgewoond en spraken zowel telefonisch als persoonlijk met zeven personeelsleden. Uiteraard hebben ze ook contact gezocht met de zorginstelling om haar kant van het verhaal te horen, maar die wilde niet reageren. Vervolgens hebben zij het eerste artikel van de reeks geschreven en vroegen toen nogmaals om commentaar, maar wederom wilde men niet reageren. Na de eerste publicatie namen meer verontruste personeelsleden contact met hen op, opgelucht dat het verhaal nu eindelijk naar buiten kwam, en ook de vakbond bleek op de hoogte van de problemen rond klaagster. Om te onderzoeken wat er werkelijk aan de hand was, zijn zij enkele weken van hun normale werk vrijgesteld om zich in de materie te verdiepen. Voor hen stond van meet af aan vast dat zij alleen zouden publiceren als het verhaal een maatschappelijke relevantie zou hebben. Zij moesten dus aantonen dat een directeur van een zorginstelling met 2600 werknemers haar werk niet goed deed en waar het aan schortte.
Meijer en Wouda hebben met meer dan 30 bronnen gesproken, waaronder voor- en tegenstanders en deskundige buitenstaanders. Tevens hebben zij telkens naar onafhankelijke bevestiging gezocht en voorafgaand aan elke publicatie bij Noorderboog en bij klaagster om commentaar gevraagd. Dat noch de organisatie noch klaagster zelf heeft willen reageren, laat onverlet dat er voldoende informatie op tafel lag om tot publicatie over te gaan. Ook zijn de artikelen steeds voorgelegd met het verzoek feitelijke onjuistheden te corrigeren, maar Noorderboog heeft van die mogelijkheid geen gebruik willen maken.
Verweerders menen overigens dat de OR wel degelijk het vertrouwen in klaagster heeft opgezegd in een brief eind 2006. Dat de OR na de publicatie plotseling excuus aanbiedt, zegt niets over de inhoudelijke strekking van die brief maar alles over de slappe knieën van de resterende OR-leden, aldus insiders. Uit de vele documenten waarover verweerders beschikken blijkt dat de werkwijze van klaagster op z’n zachts gezegd voor fricties en commoties zorgt. Van overtuigend en adequaat leiderschap in de moeilijke zorgproblematiek, waarin miljoenen belastinggeld opgaan, is geen sprake. Dat hebben verweerders duidelijk willen maken in hun verhaal. Zij wijzen er nog op dat de verantwoordelijkheid van klaagster voor de hele zorgcombinatie geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel.
Verder stellen verweerders dat in het telefoongesprek met prof. Moen de namen Noorderboog en X bewust niet zijn genoemd. De opmerkingen van Moen waren dermate specifiek dat het volgens verweerders geoorloofd was die in de krant met Noorderboog en klaagster in verband te brengen. Uit de woordkeuze blijkt duidelijk dat Moen met enige distantie over de zaak sprak.
Verweerders hebben delen van het CV van klaagster afgedrukt om duidelijk te maken dat ze voor een bestuurder op haar niveau weinig opleiding heeft genoten. De sollicitatiebrief is afgedrukt omdat het een slordig epistel is, dat niet de kwaliteit heeft die je mag verwachten van iemand die op een dergelijke functie solliciteert, aldus verweerders.
Verweerders concluderen dat zij bij de totstandkoming van de artikelen grote zorgvuldigheid hebben betracht en alle journalistieke protocollen hebben gevolgd. Voor alle gepresenteerde feiten hebben zij meerdere bronnen gezocht en waar mogelijk hebben ze de lezer inzage in die bronnen gegeven, door stukken ervan op internet te plaatsen. Verdachtmakingen en feiten die beperkt bleven tot één bron zijn niet gepubliceerd. Zij hebben ervoor gewaakt om voorbarige conclusies te trekken of een mening in het stuk te verwerken. Verweerders kunnen zich voorstellen dat klaagster de publicaties onaangenaam vindt, maar benadrukken dat klaagsters functie bij een semi-publieke instelling als de Noorderboog een zekere publieke verantwoordelijkheid en een rol in de openbaarheid met zich brengt. Verweerders zien niet in wat ‘onfatsoenlijk’ zou zijn aan de artikelenserie.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
In de artikelen wordt aandacht besteed aan de gang van zaken bij zorgcombinatie Noorderboog, waar klaagster directeur is. Met de berichtgeving over (vermeende) misstanden bij Noorderboog is een maatschappelijk belang gediend. Naar het oordeel van de Raad is de gewraakte berichtgeving echter zodanig toegespitst op de persoon van klaagster, dat de gemiddelde lezer zich niet aan de indruk kan onttrekken dat de problemen bij Noorderboog enkel, althans voor een belangrijk deel, aan klaagster te wijten zijn. Klaagsters functioneren is ernstig in twijfel getrokken en haar integriteit, zowel persoonlijk als in haar functie als directeur, is in aanzienlijke mate aangetast. Aldus is sprake van een zodanige diskwalificatie van klaagster dat verweerders deze niet zonder een deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren. De Raad meent dat klaagster door stelselmatig het geven van een weerwoord te  weigeren haar eigen belang heeft geschaad, maar dat ontslaat verweerders niet van hun plicht tot het doen van eigen onderzoek. (zie punt 2.3.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
 
Weliswaar hebben verweerders geput uit meerdere bronnen, maar die bieden enkel ondersteuning voor de conclusie dat enkele (ex-)werknemers, ongeveer 30 in een organisatie met 2600 werknemers, ontevreden zijn over het functioneren van klaagster. Verweerders hebben niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een ernstige maatschappelijke misstand, zoals het ernstig tekortschieten in het primaire zorgproces in de Noorderboog, op grond waarvan het op de korrel nemen van klaagster op journalistieke gronden wenselijk of noodzakelijk was.

Ten aanzien van de publicatie van klaagsters CV en delen van haar sollicitatiebrief stelt de Raad voorop dat een journalist geen brieven en persoonlijke aantekeningen gebruikt zonder toestemming van betrokkenen, tenzij een gewichtig maatschappelijk belang dit rechtvaardigt en hetzelfde doel op geen andere manier bereikt kan worden. (zie punt 2.4.3. van de Leidraad)
Van een dergelijk maatschappelijk belang is hier niet gebleken. Anders dan verweerders hebben gesteld, bieden ook klaagsters CV en de gepubliceerde delen van haar sollicitatiebrief onvoldoende grondslag voor de conclusie dat klaagster disfunctioneert. Door toch tot publicatie daarvan over te gaan, hebben verweerders de privacy van klaagster disproportioneel geschaad.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders de grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klaagster te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan. (vgl. onder meer: Van Waning tegen de Volkskrant, RvdJ 2006/59)
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 juli 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. F.W. Dresselhuys, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.