2007/38 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Y
 
tegen
 
de hoofdredacteur van GeenStijl.nl
 
Bij brief van 15 maart 2007 heeft mr. J.A.W. Knoester, advocaat te Den Haag, namens Y (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van GeenStijl.nl (hierna: verweerder). Bij brieven van 19 april 2007 met zes bijlagen, van 26 april 2007 met twee bijlagen en van 2 mei 2007 met een bijlage heeft mr. Knoester de klacht nader toegelicht. Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 mei 2007 waar namens klager mr. F.P. Holthuis, advocaat te Den Haag is verschenen. 
 
DE FEITEN
 
Op internet wordt de website www.geenstijl.nl (hierna: de website) geëxploiteerd. Op de website is onder de kop “Wat is GeenStijl?” de volgende tekst gepubliceerd:
“Veel mensen noemen GeenStijl voor het gemak een weblog. Dat dekt de lading niet, maar goed. Op GeenStijl wisselen nieuwsfeiten, schandelijke onthullingen en journalistiek onderzoek elkaar af met luchtige onderwerpen en prettig gestoorde onzin. De redactie informeert dagelijks ruim 75.000 bezoekers over de andere kant van het nieuws. De site behoort tot de top 10 van best bezochte actualiteitensites van Nederland.
We zijn altijd op zoek naar journalistiek talent. Ervaring in de tijdschrift-, internet- of dagbladbranche is een must. Een scherpe pen is verplicht. Ook DV-cam en audio-experts nodigen we uit te reageren.”
Bezoekers van de website kunnen reageren op gepubliceerde berichten. Die reacties worden eveneens op de website geplaatst.
 
Op 29 januari 2007 heeft in Scheveningen een incident plaatsgevonden waarbij een man om het leven is gekomen. Naar aanleiding hiervan is klager samen met één van zijn zonen aangehouden. Kort nadat het slachtoffer gewond was geraakt, heeft een getuige ter plaatse een geluid- en beeldopname gemaakt.
 
Op 1 februari 2007 is op de website www.geenstijl.nl een bericht verschenen onder de kop “Haagse Dakmoord op video”. In het bericht staat onder meer de volgende passage:
Inmiddels heeft de politie beide verdachten, een 45-jarige man en diens 16-jarige zoon aangehouden. Het duo wordt vandaag voorgeleid. Ofwel smile, je staat op GeenStijl. Want terwijl de buurvrouw niets vermoedend de was staat op de hangen, was de overbuurman zo vriendelijk het drama op video vast te leggen…”
 
Bij het bericht is een link geplaatst naar de filmbeelden die van het incident zijn gemaakt. Klager is één van de personen die op de filmbeelden te zien is.
 
Vervolgens is op 2 februari 2007 op www.geenstijl.nl een bericht verschenen onder de kop “Tokkie 2 dreigt ook met acties”. In dit bericht staat een link naar een brief van voormalige advocaat van klager, waarin de achternaam van klager wordt vermeld.
 
Verder is op 1 maart 2007op www.geenstijl.nl een bericht verschenen onder de kop “Aangifte nummertje 37 van TBS-maatje”.  
 
Onder de berichten is een groot aantal – deels anonieme – reacties van bezoekers van de website verschenen. In een daarvan is een link opgenomen naar een andere website, waarop een foto van klager is gepubliceerd en zijn volledige naam is vermeld.
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt allereerst dat het plaatsen en handhaven van het filmpje op de website in strijd is met de journalistieke normen. Volgens klager dient een journalist zoveel mogelijk te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden geïdentificeerd. Op het filmpje is hij echter goed herkenbaar in beeld gebracht, aldus klager. Bovendien lijkt uit de berichtgeving te moeten worden afgeleid dat klager als dader moet worden aangemerkt. Klager benadrukt dat hij op geen enkele wijze geweld heeft uitgeoefend jegens het slachtoffer.
Verder stelt klager dat verweerder in strijd met de journalistieke normen heeft gehandeld door een brief te publiceren van de toenmalige advocaat van klager, waarin zijn naam is vermeld. Bovendien heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig gehandeld door een reactie te plaatsen c.q. geplaatst te houden waarin een link is opgenomen naar een duidelijk herkenbare foto van klager.
Als gevolg van de publicaties zijn klager en gezin op de filmbeelden aangesproken door derden en geconfronteerd met serieus te nemen bedreigingen. Klager betoogt dat zijn privacy aldus disproportioneel is geschaad. Als er al een belangenafweging heeft plaatsgevonden, dan is dat op onjuiste wijze geschied.
Bovendien wordt door het handhaven van de filmbeelden op de website klagers privacy nog steeds onnodig geschonden. Gezien de tijd die inmiddels is verstreken sinds het incident, ziet klager niet in welke maatschappelijke relevantie het op de website handhaven van de filmbeelden nog heeft. Afgewogen tegen het publieke belang is deze voortduring van de inbreuk op zijn privacy niet gerechtvaardigd, aldus klager.
Verder maakt hij bezwaar tegen de omstandigheid dat verweerder derden in staat heeft gesteld via zijn website (anoniem) te reageren. Deze reacties zijn beledigend, lasterlijk en bedreigend.
Ter zitting voegt mr. Holthuis hieraan toe dat in de artikelen van verweerder niet objectief over de kwestie is bericht. Door de toonzetting van de berichtgeving worden reacties uitgelokt, waarvan een aantal jegens klager onzorgvuldig is. Verweerder heeft die reacties ten onrechte niet verwijderd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Naar het oordeel van de Raad is het voldoende aannemelijk dat verweerder de website www.geenstijl.nl beheert als journalist in de zin van artikel 4 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat op de website de medewerkers worden gepresenteerd als journalisten en dat de op de website gepubliceerde berichten onder meer als ‘nieuwsfeiten, schandelijke onthullingen en journalistiek onderzoek’ worden aangeduid.
Het plaatsen op deze website van filmbeelden en het toelaten, althans niet verwijderen van een bericht op die website vormen derhalve journalistieke gedragingen, zodat de Raad bevoegd is de klacht te beoordelen. (vgl. Gerla tegen Kat, RvdJ 2004/26)
 
De Raad stelt voorop dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens moet bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
Een journalist zal derhalve steeds een afweging dienen te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en moeten vermijden dat nodeloos schade wordt toegebracht.
 
Bovendien dient een journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. (zie punt 2.4.5. van de Leidraad)
 
Daarnaast is de redactie verantwoordelijk voor de inhoud van reacties die worden geplaatst op de website van het betrokken medium. Het verdient de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert. (zie punt 5.1. van de Leidraad)
Voordat de redactie besluit tot plaatsing van een reactie die een ernstige beschuldiging bevat, dient zij te onderzoeken of voor de beschuldiging een feitelijke grond bestaat. De beschuldigde dient in dat geval de gelegenheid te krijgen tot een weerwoord. (zie punt 5.3. van de Leidraad)
 
Naar het oordeel van de Raad zijn de gewraakte filmbeelden van een dusdanige kwaliteit dat de personen die daarin voorkomen, onder wie klager, voor het grote publiek onherkenbaar zijn. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat klagers privacy door de publicatie van de enkele filmbeelden disproportioneel is geschaad. Dat klager wellicht door een beperkte groep uit zijn directe omgeving in de filmbeelden is herkend, kan daaraan niet afdoen. Het voor klager ongewenste effect dat hij op het incident is aangesproken, acht de Raad primair de consequentie van dat incident en niet het gevolg van de publicatie van de filmbeelden. (vgl. onder meer: X en Y tegen de Amersfoortse Courant, RvdJ 2004/69)

In de berichtgeving is echter ook een brief gepubliceerd van de voormalige advocaat van klager, waarin klagers achternaam is vermeld. Voorts wordt in één van de reacties onder het bericht “Aangifte nummertje 37 van TBS-maatje” een link opgenomen naar een website waarop een duidelijk herkenbare foto van klager en zijn volledige naam zijn gepubliceerd.
Niet is gebleken dat met de vermelding van klagers naam en de verwijzing naar zijn foto een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Verweerder heeft niet op verantwoorde wijze het belang van klager bij de bescherming van diens privacy afgewogen tegen het maatschappelijke belang dat met de berichtgeving is gediend. Met de berichtgeving – de combinatie van artikelen van verweerder en reacties van bezoekers van de website – is klagers privacy disproportioneel aangetast.
Bovendien bevat een deel van de reacties diffamerende uitlatingen die – gezien de herkenbaarheid van klager – moeten worden beschouwd te zijn gericht tot klager persoonlijk. Voor de publicatie van dergelijke uitlatingen is een deugdelijke grondslag vereist, maar daarvan is echter niet gebleken.
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder met de berichtgeving grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op de website www.geenstijl.nl te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 juli 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. F.W. Dresselhuys, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.