2007/35 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad
 
Bij brief van 15 maart 2007 heeft mr. J.A.W. Knoester, advocaat te Den Haag, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad (hierna: verweerder). Bij brieven van 19 april 2007 met acht bijlagen en van 2 mei 2007 met een bijlage heeft mr. Knoester de klacht nader toegelicht. Mr. O.G. Trojan, advocaat te Rotterdam, heeft namens verweerder op de klacht gereageerd in een brief van 16 mei 2007 met twee bijlagen. Verder heeft mr. Trojan een opname van het gewraakte geluid- en beeldmateriaal overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 24 mei 2007. Namens klager is daar mr. F.P. Holthuis, advocaat te Den Haag, verschenen. Aan de zijde van verweerder waren mr. Trojan, D. van der Meer, plaatsvervangend hoofdredacteur, en B. van Oortmerssen, hoofd multi-mediaredactie, aanwezig. Mr. Trojan heeft het standpunt van verweerder toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
 
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de opname van het gewraakte geluid- en beeldmateriaal bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 29 januari 2007 heeft in Scheveningen een incident plaatsgevonden waarbij een man om het leven is gekomen. Naar aanleiding hiervan zijn de vader en een broer van klager aangehouden. Kort nadat het slachtoffer gewond was geraakt, heeft een getuige ter plaatse een geluid- en beeldopname gemaakt. Deze opname is in handen gekomen van het Algemeen Dagblad.
 
Op 1 februari 2007 is op de website van het Algemeen Dagblad www.ad.nl onder de kop “Schokkend filmpje fataal steekincident” een artikel gewijd aan dit incident. Het artikel luidt:
“De laatste minuten van Pascal Triep, de 25-jarige Scheveninger die maandag overleed na een steekincident, zijn vastgelegd op een schokkend filmpje. De beelden beginnen nadat Triep met een mes in zijn borst is gestoken en van een schuurtje is gevallen. Het slachtoffer staat op, wankelt en valt voorover op een hekje. Hij blijft een paar tellen roerloos liggen, staat opnieuw op om een paar meter verder weer in elkaar te zakken.
De 45-jarige bovenbuurman en een van diens zoons staan op het dak van een schuurtje toe te kijken. Een wanhopige buurvrouw loopt radeloos door de tuin, terwijl een andere buurvrouw de was ophangt.
Triep, die in de buurt bekend stond als een vriendelijke man, overlijdt enkele minuten later. Het is niet bekend wie het filmpje heeft gemaakt.
De verdachten van het steekincident zijn maandagavond gearresteerd. Volgens omwonenden heeft een 16-jarige zoon de fatale steek toegebracht. Daarna zou het mes met alcohol zijn gereinigd in een poging sporen uit te wissen.
De ruzie zou zijn ontstaan omdat de verdachten regelmatig rommel op het schuurtje van Trieps moeder lieten slingeren. Familieleden en vrienden houden vanavond een stille tocht voor het slachtoffer.”
 
De filmbeelden waarover in het artikel wordt gesproken, zijn via de site te bekijken. Klager is degene die met zijn vader op het dak van het schuurtje stond. Van hen zijn de beelden gemaakt. De in het artikel bedoelde 16-jarige zoon is een broer van klager.
 
Op www.ad.nl zijn verder nog berichten over de kwestie verschenen op 8, 11 en 26 februari 2007 en op 2, 4, 7 en 30 maart 2007.
 
Bezoekers van de website www.ad.nl kunnen reageren op de gepubliceerde berichten. Die reacties verschijnen eveneens op de website. Onder de artikelen is een groot aantal reacties van bezoekers van de website gepubliceerd.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt voorop dat niet zozeer de inhoud van de desbetreffende artikelen als klachtwaardig is te bestempelen, maar wel het op internet verspreiden en handhaven van het geluid- en beeldmateriaal. Daartoe voert klager aan dat hij mogelijk herkenbaar in beeld is gebracht. Postuur en lichaamshouding zijn immers bij uitstek zaken waardoor personen kunnen worden geïdentificeerd, met name wanneer dat waarneembaar is op bewegende beelden. Volgens klager had verweerder bijzondere terughoudendheid moeten betrachten bij de publicatie van mogelijk identificeerbare gegevens, te meer nu klager minderjarig is. Ten onrechte is klager in beeld gebracht op een manier waardoor bij het grote publiek de indruk kon ontstaan dat hij als dader zou moeten worden aangemerkt. Klager heeft echter op geen enkele wijze geweld uitgeoefend jegens het slachtoffer en is ook niet aangehouden op verdenking daarvan. Als gevolg van de publicaties is klager geconfronteerd met serieus te nemen bedreigingen. Klager betoogt dat zijn privacy aldus disproportioneel is geschaad. Als er al een belangenafweging heeft plaatsgevonden, dan is dat op onjuiste wijze geschied. Bovendien wordt door het handhaven van de filmbeelden op de website klagers privacy nog steeds onnodig geschonden. Gezien de tijd die inmiddels is verstreken sinds het incident, ziet klager niet in welke maatschappelijke relevantie het op de website handhaven van de filmbeelden nog heeft. Afgewogen tegen het publieke belang is deze voortduring van de inbreuk op zijn privacy niet gerechtvaardigd, aldus klager.
Verder maakt hij bezwaar tegen de omstandigheid dat verweerder derden in staat heeft gesteld via zijn website (anoniem) te reageren. Klager heeft jegens het Algemeen Dagblad aangifte gedaan bij de Officier van Justitie te Rotterdam, wegens belediging, laster, smaad en bedreiging met geweld, althans medeplegen hiervan, medeplichtigheid hieraan en/of uitlokking ervan. Klager wenst een oordeel van de Raad over de toelaatbaarheid van het plaatsen van de reacties in combinatie met de filmbeelden, nu deze zijn privacy ernstig hebben geschaad.
 
Verweerder stelt dat het gewraakte filmpje is gemaakt vanuit de woning van een van de omwonenden. Het filmpje laat niet de fatale steekpartij zelf zien, maar begint op het moment dat Pascal Triep na zijn val op de grond ligt. Voorafgaand aan de publicatie ervan heeft verweerder het publieke belang afgewogen tegen het recht van klager op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Verweerder is in dit geval tot de slotsom gekomen dat het publieke belang bij publicatie zwaarder moet wegen, nu door de publicatie een bijdrage wordt geleverd aan het maatschappelijk debat over zinloos geweld. De boodschap die duidelijk wordt is dat zinloos geweld wel heel erg dichtbij is gekomen. Met alleen tekst had verweerder deze boodschap niet op dezelfde wijze over het voetlicht gekregen. Bij de beoordeling of beeldmateriaal al dan niet gepubliceerd wordt, hanteert verweerder interne richtlijnen. Zo wordt geen extreem gewelddadig materiaal vertoond en wordt tevens de vraag gesteld of het beeldmateriaal iets wezenlijks toevoegt aan de tekstuele berichtgeving. Dat is hier het geval. Verweerder is zich er van bewust dat publicatie van het filmpje een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van klager kan betekenen, maar die inbreuk is beperkt. Door de slechte kwaliteit van het filmpje zal klager slechts in een beperkte kring, namelijk die van de omwonenden, herkend worden. Bovendien is aannemelijk dat diezelfde buurtgenoten ook zonder publicatie van het filmpje uiteindelijk wel geïnformeerd zouden zijn over de mogelijke betrokkenheid van klager bij de steekpartij. Verweerder is verder van mening dat de berichtgeving neutraal en objectief van toon is en dat niet is gesuggereerd dat klager als dader zou moeten worden aangemerkt.
Voor wat betreft het handhaven van het filmpje op de website wijst verweerder erop dat het nieuws op de homepage van de website vanzelf verdwijnt naar achterliggende webpagina’s, die alleen via een zoekfunctie zijn te vinden. Verder acht verweerder van belang dat de website fungeert als archief. Er is een publiek belang mee gediend dat die archieffunctie niet wordt aangetast. Dat neemt overigens niet weg dat van verweerder verwacht mag worden dat hij zonodig op de website zaken recht zet door middel van nieuwe publicaties.
Ten slotte stelt verweerder dat het publiceren c.q. geplaatst houden van de reacties niet journalistiek ontoelaatbaar is. Daartoe voert hij aan dat het, gezien de hoeveelheid reacties, niet altijd mogelijk is alle reacties aan een inhoudelijke controle te onderwerpen. Een gepubliceerde reactie die op grond van de intern gehanteerde gedragsregels eigenlijk geblokkeerd had moeten worden, kan achteraf alsnog worden verwijderd. In het onderhavige geval is dat bij een aantal reacties, onder meer in het geval waarin de achternaam van klager werd vermeld, gebeurd. Overigens is verweerder van mening dat het forum van een website niet op één lijn kan worden gesteld met de afdeling ingezonden brieven van het (papieren) dagblad. Niet alleen vanwege de massaliteit van de reacties, maar ook vanwege de publieke functie die een forum vervult. Het publiek beschouwt het forum niet als een communicatiemiddel van de krant, maar eerder als haar eigen communicatiemiddel. Het publiek dicht reacties op een forum ook niet dezelfde autoriteit toe als een publicatie door de krant zelf. Het publiek realiseert zich dat publicatie van een reactie niet betekent dat de krant zich met de desbetreffende reactie kan verenigen. Ook realiseert het publiek zich dat reacties op een forum, vanwege het laagdrempelige en soms ook anonieme karakter, veelal nuance ontberen en vaak door overdrijving een punt proberen te maken. In dit licht moeten ook de onderhavige reacties worden beschouwd, aldus verweerder.
Verweerder concludeert dat de klacht dient te worden afgewezen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Allereerst is aan de orde de vraag of de publicatie c.q. het gepubliceerd houden van het gewraakte filmpje jegens klager journalistiek onzorgvuldig is.
 
De Raad stelt voorop dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens moet bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daar staat tegenover dat een journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van zijn berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. (zie punt 2.4.1. van de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek)
Een journalist zal derhalve steeds een afweging dienen te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en moeten vermijden dat nodeloos schade wordt toegebracht.
 
Naar het oordeel van de Raad zijn de gewraakte filmbeelden van een dusdanige kwaliteit dat de personen die daarin voorkomen, onder wie klager, voor het grote publiek onherkenbaar zijn. Aldus kan niet worden geconcludeerd dat klagers privacy door de publicatie van de filmbeelden disproportioneel is geschaad. Dat klager wellicht door een beperkte groep uit zijn directe omgeving in de filmbeelden is herkend, kan daaraan niet afdoen. Het voor klager ongewenste effect dat hij op het incident is aangesproken, acht de Raad primair de consequentie van dat incident en niet het gevolg van de publicatie van de filmbeelden. (vgl. onder meer: X en Y tegen de Amersfoortse Courant, RvdJ 2004/69)
 
Ten aanzien van de publicatie c.q. het gepubliceerd houden van de lezersreacties op de website stelt de Raad voorop dat de redactie verantwoordelijk is voor de inhoud van reacties die worden geplaatst op de website van het betrokken medium. Het verdient de voorkeur dat de redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert. (zie punt 5.1. van de Leidraad)
Bovendien dient de redactie, voordat zij besluit tot plaatsing van een reactie die een ernstige beschuldiging bevat, te onderzoeken of voor de beschuldiging een feitelijke grond bestaat. De beschuldigde dient in dat geval de gelegenheid te krijgen tot een weerwoord. (zie punt 5.3. van de Leidraad)
In dit geval is van belang dat de naam van klager niet in de artikelen voorkomt. De enige lezersreactie waarin de achternaam van klager is vermeld, is inmiddels door verweerder van de website verwijderd. In de overige reacties worden weliswaar harde woorden gebruikt, maar die kunnen niet worden beschouwd te zijn gericht tot klager persoonlijk, nu hij in de publicatie niet voor het grote publiek herkenbaar is. Aldus bestaat geen grond voor de conclusie dat de publicatie c.q. het geplaatst houden van deze lezersreacties jegens klager journalistiek ontoelaatbaar is.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.  
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op de website www.ad.nl te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 23 juli 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. F.W. Dresselhuys, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.