2007/33 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
S. Kremer
 
tegen
 
D. van Bolhuis, H. van Veen, J. Westera, J. Wouda en hoofdredacteur P. Sijpersma van Dagblad van het Noorden
 
Bij brief van 12 februari 2007 met drie bijlagen heeft mr. H.F. Doeleman, advocaat te Amsterdam, namens S. Kremer te Zuidwolde (hierna: klager) een klacht ingediend tegen D. van Bolhuis, H. van Veen, J. Westera, J. Wouda en hoofdredacteur P. Sijpersma van Dagblad van het Noorden (hierna: verweerders). Sijpersma heeft op het klaagschrift gereageerd in een brief van 20 maart 2007 met vier bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 april 2007. Klager is daar verschenen, vergezeld door mr. Doeleman en mw. M. Boer, medewerker Cluster Communicatie van de gemeente De Wolden. Mr. Doeleman heeft het standpunt van klager toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders waren niet aanwezig.
 
Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Klager heeft desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.
 
DE FEITEN
 
Op 10 januari 2007 is op de voorpagina van Dagblad van het Noorden een artikel gepubliceerd onder de kop “Sjoerd Kremer stopt als burgemeester”. Het artikel begint met de volgende passage:
“Sjoerd Kremer (61) stopt per 1 september als burgemeester van De Wolden. Hij bereikt op die datum zijn 25-jarig jubileum als bestuurder en grijpt dat aan om met de vut te gaan. Kremer maakt zijn vertrek morgenavond in de raadsvergadering wereldkundig.”
Als vervolg op het voorpagina-artikel is op pagina 8 een artikel geplaatst onder de kop “‘Iets doen met politiek’ mondt uit in veertien jaar burgemeesterschap”. In dit artikel wordt de carrière van klager geschetst en wordt voorts vermeld waarom klager per 1 september 2007 afscheid neemt als burgemeester. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Per september verlaat hij die stoel om met de VUT te gaan. “Mijn vrouw en ik verkeren beiden nog in goede gezondheid”, zo licht Kremer zijn vertrek toe. “Dit is een goed moment om een punt te zetten achter een heel intensieve periode en dingen te gaan doen waar we eerder nooit aan toe kwamen.””
 
Vervolgens is op 11 januari 2007 in Dagblad van het Noorden een artikel verschenen onder de kop “Burgemeester woedend op ‘Dagblad van het Noorden’”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De vertrekkende burgemeester Sjoerd Kremer van de gemeente De Wolden is woedend op Dagblad van het Noorden. In een open brief, die in eerste instantie aan alle media behalve deze krant is gestuurd, verwijt hij de krant een gebrek aan integriteit omdat deze een embargo zou hebben geschonden.
Kremer legt in de brief uit dat een verslaggever van Dagblad van het Noorden akkoord was met het embargo. Die verslaggever had hem maandag op een bijeenkomst in Echten gevraagd naar zijn naderend vertrek, dat bij deze krant al enkele weken bekend was. Het wachten was nog op een bevestiging.”
en
“Chef Drenthe Jan Westera van Dagblad van het Noorden vindt dat er geen sprake kan zijn van een embargo, omdat de krant al langer wist van het op handen zijnde vertrek van Kremer. “Toen een verslaggever maandag Kremer om een reactie vroeg, stelde hij een afspraak voor: een dag later zou de burgemeester het nieuws in vertrouwen aan de verzamelde nieuwsmedia vertellen tijdens het wekelijkse persuurtje. Voorwaarde daarbij moest dan wel zijn dat het nieuws onder de pet zou worden gehouden tot na de raadsvergadering van donderdag (vanavond, red.).” De betrokken verslaggever stemde daar mee in. Westera: “Toen de gevolgen van die afspraak tot collega’s en de hoofdredactie van deze krant doordrongen – als eerste het nieuws weten en pas als laatste hierover publiceren – is besloten de afspraak op te zeggen. Dat heb ik in een langdurig gesprek Kremer ook verteld.”
Westera en ook hoofdredacteur Pieter Sijpersma vinden dat dergelijke embargo’s niet eenzijdig kunnen worden opgelegd. “Feitelijk wordt er helemaal geen embargo geschonden, omdat de krant het nieuws al had.(…)””
 
Ten slotte zijn op 12 en 13 januari 2007 nog artikelen over de kwestie gepubliceerd onder de koppen “’Heb je een geheim, zeg dat gewoon tegen niemand’” respectievelijk “Het bedorven feestje”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerders een embargo-afspraak hebben geschonden door reeds op 10 januari 2007 melding te maken van zijn vertrek. Daartoe voert klager aan dat hij op 8 januari 2007 heeft gesproken met Van Veen, bij een gelegenheid in de provincie Drenthe waar hij als burgemeester aanwezig was. Van Veen heeft hem toen gevraagd of het juist was dat hij afscheid wilde nemen van het ambt van burgemeester. Van Veen wist niet meer dan dat hij vervroegd zou uittreden. Over het tijdstip, zijn motieven en wanneer hij dat bekend zou maken, wist Van Veen niets. Aanvankelijk wilde hij hier niet op ingaan en deelde hij Van Veen mee dat hij de volgende dag, tijdens het maandelijkse persuurtje, onder embargo mededelingen zou doen. Volgens klager heeft Van Veen toen gemeld dat noch hij noch iemand anders van Dagblad van het Noorden bij dat persuurtje aanwezig kon zijn. Klager heeft vervolgens uitdrukkelijk gevraagd aan Van Veen om het nieuws, als hij dat zou geven, pas ná de raadsvergadering van 11 januari 2007 te plaatsen. Klager heeft die voorwaarde gesteld, omdat hij er belang aan hechtte de leden van de gemeenteraad en – via de media – de inwoners van De Wolden op een zoveel mogelijk geconcentreerd moment te informeren. Ná de toezegging van Van Veen dat hij daarmee akkoord ging, heeft klager gemeld dat hij 1 september 2007 zou stoppen. Volgens klager was aldus sprake van het geven van informatie onder embargo.
Diezelfde dag, op 8 januari, heeft verschillende malen telefonisch contact plaatsgehad over de datum waarop Dagblad van het Noorden over klagers vertrek zou publiceren. Uiteindelijk heeft klager gesproken met Van Bolhuis, chef/chef nacht van de redactie Binnen-/ Buitenland/Feature, en hem uitgelegd dat hij met Van Veen een afspraak was overeengekomen over het tijdstip van publicatie. Van Bolhuis bevestigde dat die afspraak zou worden gerespecteerd, zodat niet vóór de raadsvergadering van 11 januari 2007 over klagers vertrek zou worden gepubliceerd.
Een dag later, 9 januari, heeft klager tijdens het persuurtje ook aan de daar aanwezige journalisten de informatie pas gegeven ná de toezegging van alle aanwezigen dat zij niet vóór de raadsvergadering van 11 januari hierover zouden publiceren. Anders dan Van Veen eerder had gezegd, was op dat persuurtje toch een verslaggeefster van Dagblad van het Noorden, Wouda, aanwezig. Ook zij heeft toen met het embargo ingestemd. Klager wijst in dit verband nog op een persbericht dat tijdens die bijeenkomst is uitgereikt. Dat bericht begint als volgt: “Persbericht onder embargo tot donderdag 11 januari 2007, 23.00 uur! – Burgemeester Kremer kondigt zijn vertrek aan – Donderdag 11 januari 2007, aan het einde van de eerste raadsvergadering in het nieuwe jaar, kondigde burgemeester Sj. Kremer van gemeente De Wolden zijn vertrek aan.”
Nadat Wouda, direct na het persuurtje, meedeelde dat Dagblad van het Noorden toch al op 10 januari tot publicatie zou overgaan, heeft klager op 9 januari wederom telefonisch contact gehad met de redactie. Hij heeft toen aan Westera, chef van de redactie Drenthe, meegedeeld dat hij bezwaren had tegen publicatie op 10 januari. Volgens klager heeft Westera toegezegd het nogmaals met hoofdredacteur Sijpersma te bespreken en verder toegezegd dat hij door Sijpersma zou worden teruggebeld. Dit laatste is echter niet gebeurd.
Door de informatie over zijn vertrek toch al 10 januari 2007 te publiceren, hebben verweerders dan ook de embargo-afspraak geschonden, aldus klager. Die afspraak is driemaal expliciet aanvaard: door Van Veen, door Van Bolhuis en door Wouda. Klager wijst erop dat verweerders de embargo-afspraak bovendien hebben erkend in de publicatie van 11 januari 2007, waar staat: “De betrokken verslaggever stemde daar mee in.”
Volgens klager is de schending van de embargo-afspraak in strijd met spelregel 5, als geformuleerd in de ambtshalve uitspraak van de Raad over embargo's van 8 september 2005: ‘wie een verzoek tot een embargo aanvaardt, dient zich daar aan te houden’. Verweerders hebben aldus de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
Ten slotte benadrukt klager dat het verweer, dat de informatie over zijn vertrek al bekend was, geen stand kan houden. Weliswaar bestond bij verweerders een vermoeden van het vertrek, maar de exacte datum van het vertrek en de datum waarop klager zijn vertrek zou aankondigen, waren vóór het gesprek tussen klager en Van Veen niet bij verweerders bekend. Verweerders hebben in het artikel van 10 januari dus wel degelijk gebruik gemaakt van informatie die door klager onder embargo aan hen was verstrekt.  
 
Verweerders stellen voorop dat klager naar hun mening inmiddels afdoende genoegdoening heeft gekregen, nu zij in Dagblad van het Noorden uitvoerig bij de kwestie hebben stil gestaan en alle relevante feiten en omstandigheden zijn vermeld. Daarbij is de zienswijze van klager ruimhartig verwoord.
Voorts stellen verweerders dat zij zo zorgvuldig mogelijk hebben gehandeld, toen het besluit was genomen eerder te publiceren dan aanvankelijk met klager was afgesproken.
Volgens verweerders was geen sprake van informatie die onder voorwaarde van een embargo is ontvangen. Het was immers al aan Van Veen bekend dat klager zou vertrekken. Zijn vraag zag enkel op een bevestiging van hetgeen hij al wist. Klager wilde op die vraag dan ook niet ontkennend antwoorden. Zijn beslissing was dus gevallen, het feit stond vast. Wat nog restte was de openbare bekendmaking ervan. Het probleem is ontstaan toen Van Veen een bevestiging vroeg van zijn conclusie dat klager vervroegd afscheid zou nemen. Die bevestiging kwam, op voorwaarde dat Van Veen zou wachten met publiceren. Aanvankelijk wilde Van Veen klager ook tegemoet komen in diens wens eerst de gemeenteraad van het vertrek op de hoogte te brengen. Dit veranderde toen klager daarna besloot zijn voorgenomen vertrek ook aan andere media bekend te maken. Weliswaar is ook daar de informatie onder embargo gegeven, maar van een exclusieve afspraak tussen klager en verweerders was geen sprake meer. Daardoor was het niet meer zeker dat verweerders het nieuws als eerste zouden kunnen brengen. Zij waren vanaf dat moment afhankelijk van het gedrag van andere, in de regio concurrerende, media. Verweerders wilden niet het risico lopen dat die andere media het nieuws eerder zouden publiceren. Vandaar dat het embargo is opgezegd.
Verweerders menen dat een embargo een afspraak is, waarop kan worden teruggekomen. Dat hebben zij dan ook gedaan en zij hebben klager daarvan op de hoogte gebracht. Om klager tegemoet te komen hebben zij nog een extra dag gewacht met publicatie van het nieuws.
Van overschrijding van grenzen van journalistieke betamelijkheid is derhalve geen sprake, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht heeft betrekking op het al dan niet schenden van een embargo. In de Ambtshalve uitspraak inzake embargo (RvdJ 2003/50) heeft de Raad zijn algemene uitgangspunten samengevat in de volgende tien spelregels:
1. Een embargo is een overeenkomst. Daarbij verstrekt de nieuwsverschaffer informatie, waarbij de ontvangende partij geheimhouding toezegt gedurende een korte termijn.
2. Een embargo-overeenkomst kan worden gesloten schriftelijk (met een handtekening), mondeling of stilzwijgend (krachtens gewoonte).
3. Een embargo kan niet eenzijdig worden opgelegd.
4. Het doel van een embargo dient te zijn: het bevorderen van de kwaliteit van de berichtgeving.
5. Wie een verzoek tot een embargo aanvaardt, dient zich daaraan te houden.
6. Wie een verzoek tot een embargo afwijst, dient de nieuwsverschaffer - zo mogelijk - hierover te informeren.
7. Publicatie en/of openbaarmaking van onder embargo aangeboden nieuws in andere media betekent opheffing van het embargo.
8. Met betrekking tot de onder embargo verstrekte informatie geldt niet meer het beginsel van vrije nieuwsgaring ten opzichte van de nieuwsbron.
9. Informatie die journalisten verkrijgen uit andere nieuwsbronnen dan degene die om een embargo vraagt, valt niet onder dat embargo.
10. Een embargo doet geen afbreuk aan het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van de onder embargo verstrekte informatie.
 
In de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, vastgesteld in april 2007, is in punt 2.6. ‘Embargo’ – onder verwijzing naar de hiervoor bedoelde Ambtshalve uitspraak – het volgende bepaald:
2.6.1. Een embargo is een overeenkomst met als doel het bevorderen van de kwaliteit van de berichtgeving. Het kan niet eenzijdig worden opgelegd.
2.6.2. De journalist die een verzoek tot een embargo aanvaardt, dient zich eraan te houden tot de overeengekomen termijn is verstreken, de onder embargo verstrekte informatie in een ander medium is gepubliceerd of degene die om het embargo heeft verzocht, het eerder opheft.
 
Aan de orde is de vraag of verweerders hebben gehandeld in strijd met de hiervoor geformuleerde normen.
 
Naar het oordeel van de Raad is afdoende komen vast te staan dat Van Veen klager heeft benaderd met een verzoek om nadere informatie over diens mogelijke vervroegde vertrek. Voorts acht de Raad aannemelijk dat klager de gevraagde informatie pas heeft verschaft nadat hij Van Veen op de hoogte had gesteld van het feit dat hij de informatie een dag later tijdens het gebruikelijke persuurtje onder embargo aan andere media zou verstrekken en nadat Van Veen had toegezegd de informatie niet eerder te publiceren dan ná de raadsvergadering van 11 januari 2007.
Niet valt in te zien dat Van Veen ervan had kunnen uitgaan dat hij de informatie exclusief zou verkrijgen, zoals verweerders hebben gesteld. Evenmin kan het standpunt worden aanvaard dat klager geen nieuws zou hebben verschaft, zodat geen sprake zou kunnen zijn van een embargo. Zoals verweerders zelf hebben aangevoerd, had Van Veen immers slechts een vermoeden van een vervroegd vertrek van klager. Met de bevestiging dat hij eerder afscheid zou nemen, onder vermelding van de datum en de reden alsmede de datum waarop hij dat openbaar bekend zou maken, heeft klager aan Van Veen nieuwe informatie (nieuws) verschaft. Het standpunt van verweerder dat een embargo uitsluitend tussen twee en niet tussen meerdere partijen kan gelden, wordt door de Raad niet gedeeld.
 
Overigens hebben verweerders niet weersproken dat ook Van Bolhuis en Wouda het embargo van klager hebben aanvaard.
 
Verweerders dienden zich derhalve aan het embargo te houden. Van een bijzondere omstandigheid die zou kunnen rechtvaardigen dat verweerders de verkregen informatie hebben gepubliceerd vóór het verstrijken van de overeengekomen termijn, is niet gebleken. De enkele mogelijkheid dat andere media het embargo niet zouden nakomen en daardoor wellicht eerder dan verweerders de informatie zouden publiceren, is daarvoor onvoldoende.
 
De Raad komt dan ook tot de slotsom dat verweerders door het geaccepteerde embargo niet na te komen, grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.  

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 20 juli 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. A.C. Diamand, mw. E.J.M. Lamers en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.