2007/3 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R.C. Stender (AquaBasiC B.V.) 
 
tegen
 
de hoofdredacteur van BN/DeStem
  
Bij brief van 18 december 2006 met één bijlage heeft R.C. Stender te Gemonde (hierna: klager), mede in zijn hoedanigheid als directeur van AquaBasiC B.V., een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van BN/DeStem (hierna: verweerder). Daarbij heeft klager verzocht om versnelde behandeling. Gelet op artikel 2 lid 3 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad, heeft de voorzitter van de Raad dit verzoek toegewezen. De klacht is vervolgens versneld behandeld met inachtneming van hetgeen hierover in het reglement is bepaald. P. Oosthoek, redactiemanager BN/DeStem, heeft op de klacht gereageerd per e-mail van 5 januari 2007 alsmede in een brief van 16 januari 2007 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 januari 2007 in aanwezigheid van klager. Verweerder is daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 14 december 2006 is in BN/DeStem een artikel van de hand van H. den Ridder verschenen onder de kop “‘Adviseur niet onafhankelijk’”. Dit artikel bevat de volgende passages:
“Bij de aanbesteding van de renovatie van de drie gemeentelijke zwembaden heeft de gemeente Oosterhout geen onafhankelijk advies gehad. De adviseur heeft nauwe banden met het bedrijf, dat het karwei waarschijnlijk mag gaan uitvoeren. Dat schrijft directeur Klaas Wubs van het bedrijf Kunststofwerktuigbouw BV uit Boxtel in een brief aan de gemeenteraad. Wubs had ook een offerte voor de klus ingediend.”
en
“Ambtelijk is gekozen voor de offerte van Lotec uit Eindhoven. Volgens Klaas Wubs van Kunststofwerktuigbouw uit Boxtel is het spel niet zuiver gespeeld. Hij onderstreept dat hij niet optreedt als een slecht verliezer met zijn brief naar de gemeenteraad. ,,Dit is een reactie van een bedrijf dat niet toestaat dat iemand zich bij de gemeente als onafhankelijk deskundige voordoet maar dat niet is”, aldus Wubs. Hij doelt op René Stender. Deze is directeur en groot-aandeelhouder van Aqualiteit en van Aquabasic. Eerstgenoemde onderneming wil ‘de kennis, doorzichtigheid en kwaliteit van de zwembranche vergroten’. En Aquabasic, dat in Boxtel bij Aqualiteit inwoont, doet onderzoek naar en geeft adviezen over zwembaden. René Stender is ook directeur en groot-aandeelhouder van Aquabasic. De gemeente Oosterhout heeft Aquabasic als adviseur ingeschakeld bij de renovatie van de drie zwembaden (Warande, De Blikken en Arkendonk). Waar het bij de kritiek van Klaas Wubs om draait is dat er een financiële band bestaat tussen Aqualiteit van Stender en zwembadbouwer Lotec. Lotec zou hoofdsponsor van Aqualiteit zijn. Volgens Wubs gaat het om ongeveer 10 mille per jaar. Dat Stender optreedt als adviseur voor de gemeente Oosterhout kan in de beleving van Klaas Wubs niet. De gemeente heeft – zo blijkt uit een brief van 28 november 2006 – de aantijgingen van Wubs ‘zeer serieus genomen’.”
 
Op 11 januari 2007 is een vervolgpublicatie van de hand van Den Ridder verschenen in BN/DeStem onder de kop “Eerlijke keuze van aannemer”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat in de publicatie zijn integriteit overduidelijk in twijfel is getrokken en dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten wederhoor toe te passen. Journalist Den Ridder heeft op 13 december 2006 slechts éénmaal geprobeerd klager telefonisch te bereiken op het nummer van een van zijn bedrijven. Omdat klager op dat moment ziek thuis was, duurde het wat langer voordat dat bericht hem bereikte. Vervolgens heeft klager diezelfde dag twee keer teruggebeld, waarbij hem is meegedeeld dat Den Ridder ‘net de deur uit was’. Hoewel klager beide keren zijn naam heeft achtergelaten, heeft Den Ridder geen contact meer opgenomen. Volgens klager heeft verweerder aldus geen serieuze poging gedaan om wederhoor toe te passen. De berichtgeving is door het ontbreken van wederhoor volledig gebaseerd op eenzijdige mededelingen van het bedrijf Kunststofwerktuigbouw te Boxtel.
Klager stelt verder dat er geen reden was voor spoed bij de publicatie van het artikel, aangezien de brief met het besluit van gemeente was gedateerd op 28 november 2006.
Voorts wijst klager erop dat de zwembadbranche een kleine wereld is. Klager betoogt dat hem en zijn ondernemingen met het eenzijdige en tendentieuze artikel opzettelijk en volstrekt onnodig schade wordt toegebracht. Om verdere schade te voorkomen heeft klager verzocht om een spoedige behandeling van zijn klacht.
 
Verweerder stelt zich te hebben verbaasd over het verzoek van klager tot versnelde behandeling van de zaak alsmede over de beslissing van de voorzitter van de Raad dit verzoek te honoreren. Wanneer klager van mening zou zijn dat aan de inhoud van de berichtgeving iets zou schorten dan had het op zijn weg gelegen contact op te nemen zodra hij van de berichtgeving op de hoogte was. Klager heeft er echter voor gekozen om hem niet te benaderen maar direct een klacht in te dienen bij de Raad, aldus verweerder. Had klager wel contact gezocht dan zou dat hebben kunnen leiden tot een snelle ‘follow up’ waarin klager alsnog zijn visie zou hebben kunnen geven.
Verder stelt verweerder dat het een raadsel is hoe het contact tussen Den Ridder en klager niet tot stand heeft kunnen komen. Den Ridder was immers de desbetreffende dag vrijwel de gehele dag op kantoor. Klagers conclusie dat er geen serieuze poging tot wederhoor is gedaan deelt verweerder niet. Van ‘nadrukkelijk negeren’ is evenmin sprake. Verweerder stelt ervan uit te zijn gegaan dat klager niet wenste te reageren en is daarom overgegaan tot publicatie.
Volgens verweerder kwam de brief van de gemeente pas op 13 december 2006 in zijn bezit. Deze brief bevatte nieuws, vandaar dat met spoed is gehandeld. In tegenstelling tot wat klager beweert, is het artikel niet uitsluitend gebaseerd op mededelingen van een concurrent in de branche, maar ook op naspeuringen via het internet. Wie zoekt naar AquaBasiC en Aqualiteit, zal ontdekken dat er wel degelijk banden zijn tussen klager en de firma die hij heeft aanbevolen, aldus verweerder. Dat klager (net als zijn opdrachtgever, de gemeente Oosterhout) meent dat deze banden de kwaliteit van de advisering niet in de weg staan, is iets anders.
Verweerder wijst er verder op dat klager de gepubliceerde feiten niet bestrijdt. Nergens geeft hij aan waar de berichtgeving onjuist zou zijn. Klager is alleen ontevreden over de zijns inziens onvoldoende inzet die de krant zou hebben gepleegd om hem aan het woord te laten. Verweerder erkent dat het in het artikel ontbrak aan wederhoor. Hiervoor is klager echter op zijn minst voor een aanzienlijk deel zelf verantwoordelijk, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht is, zo heeft klager ter zitting benadrukt, dat verweerder heeft nagelaten wederhoor toe te passen alvorens tot publicatie over te gaan.
 
Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan. Die bijzondere zorgvuldigheid brengt in het algemeen onder meer mee dat wederhoor dient te worden toegepast. Voorts heeft de Raad herhaaldelijk overwogen dat – voor zover wederhoor is geboden – uit een oogpunt van evenwichtige berichtgeving bij voorkeur in een en dezelfde publicatie tot uitdrukking dient te komen dat met betrekking tot hetgeen daarin aan de orde is, wederhoor is toegepast. (vgl. onder meer: Regionale Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek tegen De Nieuwe Ster, RvdJ 2006/35)
 
In het artikel wordt beweerd dat klager als adviseur van de gemeente Oosterhout niet onafhankelijk zou hebben gehandeld. Door deze bewering wordt de integriteit van klager en zijn bedrijven ernstig in twijfel getrokken. Verweerder had deze beschuldiging aan het adres van klager niet mogen publiceren, zonder hem vooraf in de gelegenheid te stellen daarop commentaar te geven.
 
Niet ter discussie staat dat verweerder voorafgaand aan de publicatie geen inhoudelijke reactie van klager heeft ontvangen. De Raad heeft niet kunnen vaststellen waarom klager en Den Ridder er niet in zijn geslaagd om met elkaar in contact te komen. Echter, gelet op de aard van de beschuldigingen, had het op de weg van verweerder gelegen om een nieuwe poging te ondernemen om van klager zijn visie op de kwestie te vernemen. Van zwaarwichtige redenen van algemeen belang die zouden kunnen rechtvaardigen om dat na te laten, is de Raad niet gebleken. Dat verweerder na de publicatie klager alsnog de gelegenheid heeft geboden zijn visie op de zaak te geven, kan daaraan niet afdoen.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in BN/DeStem te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 9 februari 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.