2007/29 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Panorama
 
Bij brief van 5 maart 2007 met twee bijlagen heeft mr. F.P. Holthuis, advocaat te Den Haag, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Panorama (hierna: verweerder). Hierop heeft mw. M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers B.V., namens verweerder geantwoord in een brief van 26 maart 2007 met vier bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 april 2007. Namens klager is daar mr. Holthuis verschenen. Aan de zijde van verweerder waren Van der Werf en V. Oling, chef redactie, aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 18 oktober 2006 is in Panorama een column van de hand van J. Reichart verschenen onder de kop “Mijn misdaadmoment”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
“Wanneer heeft iemand tbs nodig? Dat is steeds weer dé vraag voor rechters en psychiaters. En natuurlijk: wanneer is iemand genezen? Als dat al kan…
Neem Gert. Gert is de pedofiel die landelijk berucht werd als ‘Het Beest’ toen in de openbaarheid kwam dat hij verschillende jongens tussen de 10 en de 13 gruwelijk had misbruikt en mishandeld. Vijf jaar cel plus tbs kreeg hij daarvoor in 2002.
Vlak voor zijn proces sprak ik hem twee keer in het huis van bewaring. Het werd geen leuk verhaal voor Gert.
Onlangs, vierenhalf jaar later, kwam hij daarover via een advocaat zijn beklag doen. En een schadevergoeding eisen. Waarom ook niet?
In plaats van zich diep te schamen en zich te bekommeren om z’n slachtoffers die nog steeds getraumatiseerd zijn, was Gert vol zelfmedelijden over het ‘onrecht’ dat hem was aangedaan. Geen greintje spijt.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij voor zijn omgeving eenvoudig is te identificeren als degene over wie in de column wordt gesproken. In eerdere publicaties in Panorama is hij aangeduid met zijn volledige voornaam en de initiaal van zijn achternaam. De in het gewraakte artikel gebruikte voornaam verschilt maar één letter van zijn werkelijke voornaam. Als Reichart werkelijk de bedoeling had gehad zijn identiteit verborgen te houden dan had een andere fictieve naam meer voor de hand gelegen. Bovendien is hij aangeduid als ‘Het Beest’, terwijl hij in de media bekend stond als ‘Het beest van Zuidwolde’. Die titel kwam ook regelmatig terug in de twee omvangrijke artikelen die destijds over hem in Panorama zijn verschenen.
 
Volgens klager heeft verweerder aldus onvoldoende terughoudendheid betracht bij het vermelden van gegevens waarmee hij kan worden geïdentificeerd. Klager wijst erop dat zijn omgeving voornamelijk bestaat uit de medebewoners van zijn huidige kliniek en voormalige medegedetineerden uit verschillende Huizen van Bewaring. Daarnaast heeft hij een beperkt sociaal netwerk van familie en vrienden. Al deze personen zijn in staat uit de column af te leiden dat het om hem gaat en velen hebben hem ook daadwerkelijk op de publicatie aangesproken.
Verder stelt klager dat sprake is van onjuiste en uiterst tendentieuze berichtgeving. De column handelt weliswaar over TBS en in grote lijnen over de vraag wanneer iemand TBS moet krijgen en wanneer iemand is uitbehandeld, maar hiervan is in zijn geval geen sprake. Het betreft hier niets minder dan een persoonlijke aanval op hem naar aanleiding van het feit dat hij enige tijd geleden met Panorama heeft gecorrespondeerd over een eventuele klacht bij de Raad naar aanleiding van de twee eerdere artikelen uit 2002. De teksten over hem verhouden zich inhoudelijk op geen enkele wijze met de rest van de column. Bovendien is in de column gesteld dat hij verschillende jongens gruwelijk heeft misbruikt en mishandeld. Hij is echter alleen veroordeeld voor seksueel misbruik en niet voor mishandeling. Gelet op het feit dat het hier een zeer gevoelige zaak betreft, dient de journalist extra zorgvuldig te zijn bij het vermelden van zogenaamd vaststaande feiten.
Klager concludeert dat er sprake is van onvoldoende zwaarwegende argumenten om zijn zaak thans weer in de openbaarheid te brengen, terwijl bovendien sprake is van onjuiste berichtgeving. Dat daadwerkelijk sprake is van een inbreuk, is gelegen in het feit dat hij voor zijn omgeving eenvoudig is te identificeren, aldus klager.
 
Verweerder stelt dat het aanhalen van een oude zaak niet altijd nieuwswaarde behoeft te hebben, zeker niet als het een column betreft. Columns geven over het algemeen de mening van de columnist weer en dienen anders gelezen en beoordeeld te worden dan een redactioneel artikel. Er was overigens een indirecte aanleiding om de zaak van klager in de column op te nemen. In de periode vóór de publicatie verscheen een onderzoek, waaruit bleek dat het aantal TBS-ers dat na de behandeling opnieuw een ernstig misdrijf pleegt, behoorlijk is toegenomen. Omdat Reichart zich destijds in 2002 erg heeft verdiept in de zaak van klager, kwam die zaak op het moment van het schrijven van de column naar boven. Van een persoonlijke aanval op klager is overigens geen sprake, aldus verweerder. Een columnist hoeft iets minder op zijn woorden te passen en het is hem toegestaan zijn persoonlijke mening te geven. Het is Reichart dan ook toegestaan om te roepen dat hij het niet opportuun acht dat klager schadevergoeding eist.
Bij het voorgaande dient in ogenschouw te worden genomen dat klager is geanonimiseerd. De persoonlijke kenmerken van klager zijn geminimaliseerd. Volgens verweerder mag ervan worden uitgegaan dat het voor de omgeving van klager al vóór de publicatie duidelijk was wat klager heeft gedaan. 
Ten slotte stelt verweerder dat klager in een eerder stadium heeft erkend dat hij minderjarige jongens heeft misbruikt en mishandeld. Bovendien is het niet in strijd met de journalistieke regels om een niet-juridische kwalificatie te hangen aan het begrip ‘mishandeling’. Volgens verweerder kan worden gesteld dat misbruik mishandeling impliceert.
 

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Verder komt, volgens het vaste oordeel van de Raad, aan columnisten een grote vrijheid toe om hun persoonlijke mening te geven over gebeurtenissen of personen, waarbij stijlmiddelen als overdrijven, chargeren en bewust eenzijdig belichten geoorloofd zijn. Zij mogen zich stellig uitdrukken. De column is een journalistiek genre waarbinnen meer is toegestaan dan in andere journalistieke genres.
Echter, ook de vrijheid van de columnist kent haar grenzen. Enerzijds worden die bepaald door de wet, anderzijds door wat – gegeven de journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Van overschrijding van deze grenzen is sprake wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen kwalificaties bezigen of vergelijkingen trekken waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven. (vgl. onder meer: Hildebrand en Bureau Discriminatiezaken Haaglanden tegen Bres en De Posthoorn, RvdJ 2006/85)
 
Naar het oordeel van de Raad is van grensoverschrijding in dit geval geen sprake. De gewraakte column kan niet anders worden gelezen dan dat deze de persoonlijke mening van Reichart behelst. In dit licht bezien acht de Raad de door Reichart gebezigde schrijfstijl niet onaanvaardbaar. Weliswaar heeft klager onbetwist gesteld dat hij niet is veroordeeld voor mishandeling, maar voor de lezer is voldoende duidelijk dat de term ‘mishandeling’ – gelet op de aard van de publicatie – niet is gebruikt als juridische kwalificatie van hetgeen waarvoor klager is veroordeeld. (vgl. X en familie tegen Veerman en Panorama, RvdJ 2006/71
 
Bovendien is klager naar het oordeel van de Raad voldoende geanonimiseerd. De wijze waarop hij in de publicatie is aangeduid – het gebruik van een voornaam die lijkt op die van klager en de term ‘Het Beest’– is niet ontoelaatbaar. Dat klager in kleine kring zou zijn herkend, kan daaraan niet afdoen. (vgl. onder meer: X tegen AT5, RvdJ 2005/65 en X tegen De Telegraaf, RvdJ 2000/29)
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Panorama te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 31 mei 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, dr. M.J. Broersma, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.